Jaargang 126, Nr. 15

In deze editie

Dichters&Denkers

Dichters & Denkers

Ik druip in jouw naam

Twee jaar geleden veroorzaakte Ilja Leonard Pfeijffer ophef door in literair tijdschrift Bzzlletin te beweren dat «onbegrijpelijke poëzie altijd beter is dan makkelijke poëzie». Tevens beweerde de dichter/classicus dat «wat gewoontjes is nimmer zal overweldigen, alleen het sublieme overweldigt». Hij ontlokte er felle reacties mee in dag- en weekbladen. Groene-medewerker Piet Gerbrandy, zelf ook dichter en classicus, legde in de Volkskrant uit dat Pfeijffer zijn hand overspeelde. Anderen waren explicieter: «Die Pfeijffer is gewoon een hypocriete zak», schreef de recensent van het Nieuwsblad van het Noorden en in NRC Handelsblad beweerde Pieter Steinz dat Pfeijffer «leugen op leugen» stapelde om zo «twee groeperingen uit zijn duim te zuigen». Uiteindelijk belandde Pfeijffer op bruine sokken in een boksring, waarin hij voor het oog van de televisiecamera van Nova de strijd aanbond met Serge van Duijnhoven, een collega-dichter voor wie verstaanbaarheid en «performance» belangrijke ingrediënten zijn van goede poëzie. Inmiddels was Pfeijffer al bekend als dichter. Want al stond er destijds slechts één dichtbundel op zijn naam, hij had actief campagne voor zichzelf gevoerd om de Nationale Hofdichter te worden. In beide kwesties viel Pfeijffers zelfverzekerdheid op. Pfeijffer zelf: «Een gebrek aan zelfvertrouwen is een karakterfout die ik niet bezit.» Zijn ambitie, talent, lef en arrogantie leidden in vier jaar tijd tot de publicatie van een lezenswaardige en goed verkopende korte literatuurgeschiedenis van de klassieke oudheid, een 750 pagina’s tellend proefschrift over Pindarus, drie dichtbundels en een roman. Elsevier sprak afgelopen maand zelfs van «de onstuitbare opmars» van de dichter. De twee hier besproken boeken vormen de zijpanelen van een vierluik dat Pfeijffer de Steppoli-tetralogie heeft gedoopt. De roman Rupert bracht de nieuwbakken romancier opnieuw in de nieuwskolommen van de dagbladen omdat hij zich zou hebben bezondigd aan plagiaat. Er zou wat al te nadrukkelijk en zonder bronvermelding zijn gestrooid met flarden van T.S. Eliots Waste Land. Een constatering waar de auteur, die het intertekstuele gebaar niet schuwt, luidruchtig om moest grinniken. In het lauwe poëzieklimaat van Nederland ziet Pfeijffer nooit eens een dichter «die zegt dat het één beter is dan het ander». Op deze pagina’s onttrekt René Puthaar zich aan die voorzichtigheid, en doet hij verslag van zijn worsteling met Dolores, een dichtbundel waarin lustig wordt gesjord en gepompt in het vaarwater van Catullus. Ilja Pfeijffer Dolores Uitg. De Arbeiderspers, 96 blz., € 10,00

René Puthaar, 13 april 2002