De tien grootste problemen

1: Het gemis aan richting en houvast

‘De behoefte aan gezag en richting is een van de meest onderschatte problemen van deze tijd’

Christien Brinkgreve, hoogleraar sociale wetenschappen, Universiteit Utrecht

Medium 1

WE ZIJN een rijk land met veel onbeduidende ergernissen - ‘een modelboerderij’, aldus socioloog Godfried Engbersen -, maar toch heeft Nederland last van existentiële problemen. Onze omgeving verandert ingrijpend, het aantal keuzes stapelt zich op en niemand lijkt te weten waar het allemaal toe zal leiden, behalve tot veel onzekerheid en misbaar. Er is een gebrek aan richting, houvast en gezag, en dat is een onderschat probleem, menen veel wetenschappers. Allerlei hedendaagse vraagstukken houden ermee verband. We weten niet meer zo goed wat we nu eigenlijk het belangrijkste vinden en waartoe ook al weer.

Christien Brinkgreve noemt de opvoeding van kinderen als voorbeeld. Het ouderlijk gezag van weleer is ingeruild voor de onderhandelingshuishouding. Dit heeft, aldus Brinkgreve, 'het probleem van de elastische grenzen tot gevolg, die ouders, ook nu nog, radeloos en richtingloos kunnen maken’. Wat haar betreft kun je dit probleem ook omschrijven als een gebrek aan moreel kompas, dat niet enkel in het private maar ook in het publieke domein opgeld doet: 'Politici en andere autoriteiten hebben aan gezag verloren en worden veelal wantrouwend bejegend. Maar daarmee zijn ze ook iets kwijtgeraakt waar mensen juist enorme behoefte aan hebben: aan iemand met overzicht en overwicht.’

Het is een probleem dat met de nodige omzichtigheid wordt geadresseerd. Termen als autoriteit en gezag brengen bij sommigen - nog steeds - verlegenheid met zich mee. Zo niet bij Rens Vliegenthart, universitair docent politieke communicatie aan de UvA. Hij laakt de verruwing in het openbare debat en wijt dit aan 'het verval van autoriteit’. Vliegenthart noemt dit misschien wel het meest onderschatte probleem in Nederland. 'Het vertrouwen in instituties en de personen die deze instituties vertegenwoordigen is de afgelopen jaren afgenomen.’ Dat hebben ze weliswaar grotendeels aan zichzelf te wijten, meent hij, maar dat maakt het gezagsprobleem niet minder nijpend.

Medium milo1

Het gebrek aan overzicht komt ook doordat ons dagelijks leven ontzettend veel ingewikkelder is geworden, betoogt Martin van der Gaag, die aan de Vrije Universiteit sociale netwerkanalyse doceert. Hij geeft een klein maar sprekend voorbeeld: 'Bij een van mijn werkgevers kostte het afdrukken van een velletje papier tot voor kort een inlognaam en wachtwoord, een sleutel, een pasje, drie verdiepingen met de lift, opnieuw een pasje, een printerwachtwoord en -code en tien tot dertig minuten wachten voor het mogelijk verschijnen van het document. Het ’s avonds kunnen huren van een OV-fiets is marginaal eenvoudiger dan het verkrijgen van een hypotheek en we zijn nog net niet zo ver dat we op de website van de bakker een account moeten aanmaken om daar een brood te kunnen kopen.’

Ze durven het niet altijd toe te geven, maar al die technologische vernieuwing valt mensen zwaar, vooral als ze op leeftijd komen. Van der Gaag: 'Werk, energie, telefoon, water, internet, belasting, verzekeringen, uitkeringen, openbaar vervoer en contact houden met anderen leunen steeds harder op websites, wachtwoorden, loginnamen en pasjes. Per stuk zijn die diensten soms handiger dan ze ooit waren (als ik voor mezelf spreek; mijn moeder van 73 heeft er juist last van), maar het vervelende is dat het er zo verschrikkelijk veel zijn geworden.’

Inderdaad, wie niet kan internetbankieren, heeft het moeilijk. Gisteren was er nog een postkantoor om de hoek, vandaag niet meer. Politiek-historicus Dirk Jan Wolffram uit Groningen brengt een aanverwant punt te berde: het wegvallen van maatschappelijke samenhang. 'De gelaakte verzuiling bracht improductieve verdeeldheid met zich mee, maar gaf ook instrumenten tot integratie in de maatschappij. Deze instrumenten (netwerken, organisaties, affiliaties, loyaliteiten) zijn weggevallen of gefragmenteerd.’ Met name nieuwkomers, vindt Wolffram, ondervinden daarvan de nadelen.
De oude, verdwenen kaders boden tenminste betekenis, denkt hoogleraar bestuurs- en organisatiewetenschap (Utrecht) Mirko Noordegraaf. De huidige overdaad doet dit gemis enkel sterker voelen. 'Er is zoveel aanbod van informatie, beelden, ervaringen, ideeën en technieken dat het lastig is betekenisvol te handelen.

Betekenis, richting, het gevoel de juiste keuzes te maken - het is lastig om het daar zonder te stellen. Studenten, zo memoreert Noordegraaf, vinden het tegenwoordig erg moeilijk om een loopbaan te kiezen en het eerste deel van de carrière zonder 'quarter life crisis’ door te komen. Ook managers lijden onder 'de overdaad aan impulsen’, zo blijkt als hij ze op cursus treft.

Filosoof René Boomkens uit Groningen houdt daarom een pleidooi voor alledaagsheid. Het gebrek daaraan is een onderschat probleem, meent hij. 'Er is behoefte aan continuïteit, aan vanzelfsprekendheid, aan het gewone, aan alledaagsheid. Terwijl onze regering (net als de daaraan voorafgaande vijf regeringen) voortdurend roept dat we harder moeten werken, dat het gaat om “excellence” en “top performance” (ze stikken zo ongeveer in die termen!), krijg ik als hard werkende Nederlander meer en meer de neiging om het bijltje erbij neer te leggen - omdat ik simpelweg nooit een inhoudelijke indicatie van politici krijg waarom of waarvoor ik al dat werk dien te verrichten.’

Wat is de richting? vraagt Boomkens. Het is een echo van de kwestie die bestuurskundige Willem Trommel van de VU op tafel legt: de nieuwe bestaansonzekerheid. 'Banen verschaffen ons geen levensloopzekerheid meer, relaties evenmin. Uitkeringen worden versoberd en pensioenen verdampen. Jongeren verlangen houvast, maar weten niet waar die te zoeken. Er bestaat, kortom, een nieuw probleem van fundamentele bestaansonzekerheid.’
Onderwijl wordt de toekomst daadwerkelijk onberekenbaarder, waarschuwt bestuurssocioloog Bert de Vroom uit Twente. Hij laakt 'de sluipende overgang van een voorspelbare naar een onvoorspelbare en onberekenbare toekomst’. De traditionele verzorgingsstaat wordt ontmanteld, tegelijk maakt het uiteenlopende individuele gedrag van mensen het steeds moeilijker sociale risico’s goed in te schatten. Ze worden 'in financiële zin letterlijk onberekenbaar’. Dit gebeurt precies in de pensioenwereld, waar zelfs vakbonden tot het inzicht komen dat er niet langer garanties kunnen worden gegeven op een vaste pensioenuitkering. Hoe kun je dan nog van houvast spreken?

Mensen kunnen het nu eenmaal niet stellen zonder de hoop dat hun inspanningen zin hebben en tot een beter leven of een betere samenleving kunnen leiden, schrijft Christien Brinkgreve. Maar wie gaat ze in deze uitdagende tijden die hoop bieden? Niet de Maastrichtse filosoof Sjaak Koenis, want hij vermoedt dat het maatschappelijk klimaat enkel harder en onaangenamer gaat worden. Autoriteit is nu eenmaal een illusie in een wereld die enkel democratischer wordt, meent hij. 'Het goede van de democratie heeft een einde gemaakt aan oude ongelijkheden qua afkomst, stand, klasse en sekse. Maar dat komt met een prijs: toenemende gelijkheid en vrijheid zullen leiden tot een vergroting van onze gevoeligheid voor overblijvende verschillen. Uiteindelijk zal democratie alle collectivistische beschermende structuren aantasten en geen enkele elite met rust laten.’

Zo bezien is elk herstel van autoriteit een fictie. We zullen onszelf als individu houvast en richting moeten verschaffen, want anderen zullen de weg niet meer leiden. Wim Dubbink, filosoof in Tilburg, vindt dat geen bezwaar, mits we ons geloof in maakbaarheid niet verliezen - ook al lijkt het daar nu op. Dubbink doelt niet in de eerste plaats op politieke maakbaarheid, maar op het idee van morele maakbaarheid, dat voortkomt uit de Verlichting. Hij schrijft: 'We moeten de moed en de vastberadenheid hebben onszelf te beteugelen. Onredelijke preferenties, verlangens, neigingen en emoties moeten we de baas worden. “You make me wanna be a better man” zegt de nukkige klootzak Melvin Udell (Jack Nicholson) tegen Carol Connelly (Helen Hunt) in As Good As It Gets; dat is precies de morele maakbaarheid waar het in de Verlichting om draait. Lukt ons die bijstelling niet, dan zullen we niet vrij en gelukkig zijn; en dan zijn we beide ook niet waard.’

Het leven als een zoektocht naar je betere ik, misschien dat dit idee hoop en richting kan verschaffen. Mirko Noordegraaf zegt iets vergelijkbaars: mensen moeten weerbaarder zijn. 'Van belang is dat mensen voldoende geëquipeerd zijn om met overdaad om te gaan, de capaciteit hebben om te filteren, selecteren en duiden.’ Maar, zo zegt hij, dat gebeurt niet automatisch. Er is een taak voor instituties als het onderwijs. Dat mensen allemaal in hun uppie hun existentiële problemen weten op te lossen, die kans achten de meeste wetenschappers niet groot.