Hoofdcommentaar

Ёб твою мать, блядь на хуй, приехали….

Als er geen Marokkanen in Nederland zouden leven, zouden sommige politici met hun mond vol tanden staan. In zo’n paradijselijke toestand zouden ze namelijk hun gedachten over de Europese grondwet of de betrekkingen met Gazprom onder woorden moeten brengen, hetgeen menigeen de retorische en intellectuele pet te boven zou gaan. Maar goddank wonen er krap 350.000 Marokkanen in Nederland. Die twee procent van de totale bevolking biedt altijd gespreksstof. Zeker voor minister Verdonk van Vreemdelingenbeleid & Integratie.

Zaterdag omarmde de VVD’er de Burgerschapscode waarmee Rotterdam vorige week de waarden en normen in zeven geboden heeft verankerd. Het tweede gebod van Rotterdam bepaalt dat «wij» op straat, school, werk en ook thuis louter of merendeels Nederlands spreken. Volgens Verdonk moet dit voor heel Nederland gaan gelden. «Je hebt je in Nederland gevestigd en dan spreek je Nederlands. Punt», aldus de minister.

Ter voorbereiding gaat Verdonk nu met deskundigen bepalen wat onze linguïstische identiteit eigenlijk is. Want dat weet ze na bijna drie jaar robuust integratiebeleid nog niet precies. Ze heeft ook een andere reden om bij deze experts te rade te gaan. De code suggereert een algemene richtlijn maar heeft alleen betrekking op Arabisch, Berbers, Turks, Portugees en Papiamento. Dit geveinsde legalisme – iedereen is gelijk voor de wet – is nogal onhandig voor een in Rotterdam gevestigd bedrijf als Unilever. Die angel moet er dus eerst even uit.

Het min of meer verplicht Nederlands spreken op straat heeft verbazing gewekt. De passage «wij voeden onze kinderen grotendeels in het Nederlands op» is inderdaad opmerkelijk. Tweetaligheid is volgens Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD kennelijk een handicap. Het is echter niet de hoofdzaak. Het taalgebod is vooral contraproductief. Ondergetekende gaat sinds zaterdag bijvoorbeeld luid «job tvojoe mat, bljad na choej» vloekend over straat. Een mens is nooit te oud voor een puberaal verzetsdaadje.

Nee, de Rotterdamse code is om een andere reden hemeltergend: namelijk de wijze waarop die tot stand is gekomen. Die is het best samen te vatten als stiekem.

Vorig jaar organiseerde het college van b. en w. in Rotterdam een serie islamdebatten. Doel daarvan was het vinden van een grootste gemene deler, in het bestuurlijke jargon een «draagvlak» voor de stedelijke waarden en normen. De reeks liep als een trein. Op de slotavond stemde een volle zaal, met merendeels migranten, over negen stellingen om via een «respectvolle dialoog» de strijd aan te binden met discriminatie, extremisme én slachtofferrol. Maar het stadsbestuur was ontevreden met dit succes. De theses gingen volgens fractieleider Ronald Sørensen van Leefbaar Rotterdam voorbij aan «uithuwelijken, homohaat, vrouwenbesnijdenis, maagdencultus, eerwraak, vrouwonvriendelijkheid, antisemitisme, hoge criminaliteit, analfabetisme, overvloedig gebruik en misbruik van sociale voorzieningen, de omgang met gelovigen of afvalligen, het geloofsfanatisme en de politieke islam».

Participatie van burgers is in de ogen van Leefbaar Rotterdam en VVD alleen de moeite waard als die burgers in de pas lopen. Zo niet, dan zijn de burgers slechts onderdanen die je onbeschaamd kunt besodemieteren. En dus gooiden de laaielichters in het college van b. en w. de stellingen, waarom ze zelf hadden gevraagd, in de prullenbak en toverden ze een eigen code uit een hoge hoed. Niks geen dialoog. Rode draad is dat «wij» vrouwen, homo’s, gelovigen en ongelovigen niet alleen «gelijk» maar ook «met respect» behandelen.

De tekst ronkt lekker. Daarmee is niets mis. Mis is wel dat de bovenbouw van het leefbaar dere Rotterdam lak heeft aan de basis, dat het college alleen debat wil als de uitkomst van tevoren vaststaat. De code bevestigt zo het beeld dat integratie steeds meer moet worden opgevat als culturele assimilatie. Sterker, dat die gelijkschakeling niet louter wordt getoetst aan sociale, economische en strafrechtelijke criteria (zet je de vuilniszak netjes op straat, heb je werk, betaal je belasting en hou je je aan de wet) maar meer en meer aan morele maatstaven. Het verbod op discriminatie is controleerbaar. Voormalig RPF’er Van Dijke werd niet gedagvaard omdat hij geen achting voor homoseksuelen voelde opborrelen in zijn ziel, maar omdat hij in het openbaar zei homoseksuelen niet als gelijken maar als «dieven» te zien. Maar per code «respect» eisen heeft niets uitstaande met de rule of law. De Rotterdamse zeven geboden zijn een praatje voor de vaak.

Er komt nog een praktisch politiek argument bij. Door vals te spelen met de islam debatten heeft het bestuur in Rotterdam zijn draagvlak niet verbreed maar versmald. Het heeft alle migranten op één hoop gegooid. Dat komt vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen electoraal goed uit. Maar uiteindelijk kan deze politisering door het college tot de frontvorming leiden die het zegt te willen bestrijden. Het woord respect, dat uit de boksring stamt, wordt nu al door veel vermaledijde jongens begrepen als een alibi voor een potje matten.

Hetzelfde verwijt geldt Verdonk. Zaterdag zei de minister het Rotterdamse model te willen overnemen. Twee dagen later bezwoer ze al weer dat ze niet met een wet zal komen. Het kan zijn dat Verdonk geen flauw idee heeft waar ze mee bezig is en dat ze daarom maar wat roept, een stijl die D66-minister Pechtold intussen tot grote hoogte heeft ontwikkeld. Maar waarschijnlijker is dat ze bewust dubbel spel speelt. Haar kiezers onthouden haar stevige tekst van zaterdag. Zelf mag ze die bestuurlijk net zo snel weer vergeten. Het is allemaal pure ideologie voor de eigen parochie, om niet te zeggen politiek achter de ellebogen.

Goddank zijn er nog integristen die niet met twee tongen spreken. Zoals voorzitter Wientjes van werkgeversorganisatie VNO/ncw, die zondag in het televisieprogramma Buitenhof de hand in eigen boezem stak – «discriminatie op huidskleur of achternaam is onacceptabel» – en man en paard noemde. «In het algemeen is er iets vreemds gebeurd: een soort xenofobie. Daar moeten we van af», zei hij.

Kan Wientjes geen minister voor Integratie worden, als het moet in een derde kabinet- Balkenende?