Menno Hurenkamp

11/9 als Hindenburg

In een flits van een nieuwsprogramma zag je dit weekend Michael Jackson in een Sylvester-Stallone-imiteert-Rutger-Hauer-als-hightech-Hamlet-combatsuit over een fel verlicht podium lopen. De merkwaardige zanger werd door MTV uitgeroepen tot artiest van het millen nium, zo heette het. Je verliest je dan al snel in wat vermoedelijk een Jan Blokker-achtig gepeins is. Je snapt er niets van en denkt: daar kan ik geen chocola van maken… maar… wel een stukje! Vervolgens borrelen de vergelijkingen op als lava uit een theemuts. Jackson de artiest van het millennium? Dan is Herman Heinsbroek staatsman van het millennium, Guus Hiddink trainer van het millennium en Rob Scholte de wandelaar van de afgelopen duizend jaar. Jackson bleek echter niet de artiest van tien eeuwen. Een collega had hem ingefluisterd dat zij hem de beste van dat tijdperk vond. Michael dichtte de blondine het gezag van het verzamelde pop-sanhedrin toe en bedankte vanwege deze titel de duivel en zijn oude moer voor de camera’s. Daags daarop werd, via een nieuwsberichtje, de laureaat zijn zelfgeplukte krans weer ontnomen. Dat stukje deed natuurlijk nauwelijks af aan de reikwijdte van het oorspronkelijke, door veel televisie stations overgenomen, bericht.

11/9, de vliegtuigsgewijze aanslagen in de Verenigde Staten, ondergaat binnenkort een zelfde neergang. Amerikanen van links tot rechts zullen de komende dagen niet schromen de aanslagen de grootste wandaad ooit te noemen. De bijbehorende televisiebeelden geven hun de schijn van gelijk. De beroemde fragmenten van uit alle hoeken gefilmde instortende kolossale wolkenkrabbers zijn geen gang bare illustraties meer, maar een onlosmakelijk deel van de ramp. Toch zal die stelling over elke cruciale betekenis van de aanslagen herroepen worden. 11 september is niet de ramp van het millennium en ook niet van deze eeuw. Er verongelukten 2800 mensen, net als het Amerikaanse idee van onkwetsbaarheid. Het eerste was een zeer sombere zaak, het tweede in zekere zin een verademing. Beide waren ondertussen niet de aanleiding om een wereldwijd gevecht voor democratie te starten. Beide waren niet de aanleiding om vrijheid voor, noem eens wat, Syriërs, Tsjetsjenen en Koerden op de agenda te zetten.

De Amerikanen rollen sindsdien energiek met hun spierballen, dat wel. Het recht om dat te doen kun je hun ook nauwelijks ontzeggen. Saddam Hoessein ís een gevaar. Er zijn meer onmenselijke dictators op de wereld, maar hij is er onmiskenbaar één van. Niet dat die interventiedrang iets met «verlichte» politiek van doen heeft. Er is geen nieuwe koers ingeslagen. De bestaande lijn van de Amerikanen — (agres sieve) internationale actie naar eigen inzicht — heeft met nieuwe vijanden nieuwe zin gekregen. Eerder dan een wrede aanslag zal over tachtig jaar 11/9 de Hindenburg van de 21ste eeuw blijken te zijn. De rampdag volgt in de collectieve herinnering de weg van de met gas gevulde reuzenballon, die niet de climax van de vooruitgang werd, maar als haar slagschaduw ontplofte boven New York. De aanslagen zijn dan een pijnlijke catastrofe, maar geen keerpunt in denken of handelen. Ze vormen vooral een moment van zwarte helderheid over de werkelijkheid van de gang van de internationale politiek, die niet alleen soldaten maar ook mensen in het dagelijks leven treft.