De aanslagen van 11 september 2001 waren het begin van iets – dat voelde iedereen die live de verwoesting van het World Trade Center op een prachtige septemberochtend in New York bekeek. ‘Het was alsof de aarde vloeibaar was als je liep’, omschreef een Amerikaanse journalist dat gevoel: je hoofd deinend op de zekerheid dat de wereld in één dag veranderd was. Twintig jaar later is 9/11 gemarkeerd met een soort einddatum: de val van Kabul. Het aan elkaar passen van de twee gebeurtenissen vervult onze behoefte aan logica en ronde getallen. Maar het blijft onduidelijk wat er op 9/11 begon, en wat er in Kabul afgesloten is. Dat is niet alleen omdat Kabul 2021 een vreemd soort reenactment was. De Franse filosoof Jean Baudrillard zou het een simulacrum hebben genoemd: een teleurstellende nabootsing van het origineel in Vietnam, zonder de werkelijke betekenis ervan; de Amerikaanse conservatieve schrijver Ross Douthat zou het een ‘decadente herhaling’ noemen van een interessanter verleden. Maar wat is nu het grotere verband?

Een antwoord is te vinden bij Osama bin Laden zelf, die uitgebreide verklaringen achterliet over zijn motieven. Zijn grotere doel was om Amerikaanse soldaten weg te krijgen uit het Midden-Oosten, zodat jihadisten konden afrekenen met de achterblijvende, door de VS ondersteunde, regimes. Bin Laden redeneerde dat een spectaculaire aanval in de VS zelf daarvoor kon zorgen, eentje die ‘de angst voor deze valse god zal breken en de mythe vernietigen van Amerikaanse onverslaanbaarheid’. Maar hij schatte het effect van zo’n aanval totaal verkeerd in. Hij dacht (bleek uit documenten die in zijn villa werden gevonden) dat woedende Amerikanen na zo’n aanval de straten zouden vullen om terugtrekking van Amerikaanse troepen uit de hele wereld te eisen. In plaats daarvan stuurden de VS juist veel meer soldaten naar het Midden-Oosten, zat al-Qaeda zonder vluchtplan opgesloten in Afghanistan, en werd zijn organisatie grotendeels opgerold.

Maar wat de aanvallen van 11 september 2001 niet bereikten, deden de VS vervolgens zelf. George W. Bush vernietigde de mythe van Amerikaanse onverslaanbaarheid door grimmige, polariserende veldtochten te beginnen in het Midden-Oosten, en die vervolgens (samen met zijn opvolgers) te verliezen. Vooral de inval in Irak, mogelijk de grootste strategische blunder van de afgelopen veertig jaar, pakte heel slecht uit.

Wat is, twintig jaar later, het grotere verband?

Sinds vorige maand zijn Amerikaanse soldaten weg uit hun langste oorlog ooit, en zijn ze weggetrokken uit de vele andere landen die tijdens de war on terror zijn gedestabiliseerd. Je zou het als een soort verlate verwezenlijking van Bin Ladens doel kunnen zien – een twintig jaar durende vernietiging van Amerikaanse suprematie – langs een omweg van een paar oorlogen en zijn eigen dood.

De wereld voelt ook weer open, alsof van alles weer mogelijk is. Maar volgt dat uit Amerika’s rampzalige antwoord op 9/11? Het is aardig om het antwoord van Francis Fukuyama te lezen, de politicoloog die in 2001 in waarde daalde omdat zijn ‘einde van de geschiedenis’ zo slecht aansloot op de aanslagen van 11 september. The Economist vroeg hem onlangs te reflecteren op de twintig jaar tussen 9/11 en de val van Kabul. Zijn antwoord: de werkelijk opmerkelijke periode van twintig jaar was die van 1989 tot 2009, tussen de val van de Berlijnse Muur en de mondiale financiële crisis. Dat was een zeldzaam unipolair moment in de wereld, met een ongekende politieke, economische en culturele invloed van de VS.

Dat unipolaire moment wordt door 9/11 in twee helften gesneden: één waarin de VS de wereld probeerden op te drijven naar internationale samenwerking naar Amerikaans ideaal, en één waarin de VS werden opgeslokt door de oorlogen en paranoia van de war on terror, die soepel overgingen in de economische crisis en extreme polarisatie daarna.

Het unipolaire moment is nu voorbij, met de VS die intern verdeeld zijn, aan macht inboeten ten opzichte van China en andere landen, en met een wereldwijde middenklasse die groeit ten koste van die in het Westen. De VS hebben nu een president die weg probeert te lopen bij alles wat 9/11 heeft aangericht in de VS zelf en wat de VS hebben aangericht overzee, en die het unipolaire moment probeert terug te praten dat hij in de achteruitkijkspiegel ziet liggen – de mondiale problemen van nu schreeuwen erom. Maar ook dat voelt sterk als een reenactment, een simulacrum of een decadente herhaling; dat moment is voorgoed voorbij.