Art Spiegelman, In the Shadow of No Towers

11 september als comic

Art Spiegelman

In the Shadow of No Towers

Pantheon (gebonden)

De joods-Amerikaanse striptekenaar Art Spiegelman, die grote bekendheid heeft verworven als auteur van het holocaustverhaal Maus, bevond zich op de ochtend van 11 september 2001 een paar straten verwijderd van het World Trade Center in New York toen om 8.46 uur plaatselijke tijd vlucht AA 11, bestuurd door de al-Qaeda-terrorist Mohammed Atta, insloeg in de noordelijke toren van het gebouwencomplex. Spiegelman, die samen met zijn vrouw op weg was om te gaan stemmen in de Democratische voorverkiezingen voor burgemeester, maakte onmiddellijk rechtsomkeert en rende naar de Stuyvesant High School in de naaste omgeving van de WTC-torens om zijn dochter op te halen. Hij doet zijn verhaal hier over in een ongewone striproman die onlangs in de Verenigde Staten is verschenen onder de titel In the Shadow of No Towers en die nu al gezien wordt als een van de belangrijkste fictionele documenten omtrent «9/11».

Spiegelman zag geen van de twee vliegtuigen de gebouwen binnendringen en hij was in de Stuyvesant High School toen de zuidertoren implodeerde. Maar hij zag met eigen ogen hoe de noordertoren oplichtte en een rosse glans verwierf seconden voor de instorting. Dit beeld bleef hem achtervolgen en hij wist meteen, als zoon van twee holocaustoverlevenden, dat hij op de breuklijn terechtgekomen was waar «wereldgeschiedenis en persoonlijk beleven met elkaar in botsing komen».

In the Shadow of No Towers is niet zomaar een stripverhaal. Het is een modernistische collage waarin de auteur de meest geavanceerde teken- en druktechnieken aanwendt om de paniek en de angst weer te geven die hij die ochtend voelde. Tegelijkertijd is het een ongemeen scherpe aanklacht tegen de regering-Bush, die hij ervan beschuldigt de gebeurtenissen van 11 september uit te buiten om politieke en electorale redenen.

Stripverhalen bestaan traditioneel uit plaatjes die elkaar lineair opvolgen. Spiegelman heeft dat procédé verlaten. Hij grijpt terug naar editiemethodes die meer dan een eeuw oud zijn en dateren van de tijd toen de eerste comics in de Amerikaanse dagbladen begonnen te verschijnen. Hij gebruikt een reusachtig krantenformaat van 49 bij 30 cm en ontzegt de lezer het gemak van een rechtlijnig verhaal. De tien grote platen zijn hybride samengesteld met verhaallijnen die door elkaar lopen in een veelheid van stijlen. Elke felgekleurde bladzijde heeft zijn unieke, dynamische lay-out, waarbij de vertel lagen op elkaar zijn gestapeld en stripverhaal en politieke cartoon door elkaar zijn geslingerd.

Het experiment met de vorm heeft minstens twee gevolgen. Spiegelman weet met formele middelen zijn eigen verwarring en consternatie weer te geven. De serie is een uitdrukking van totale ontreddering. Reeds getraumatiseerd door de holocaustverhalen van zijn ouders wordt de auteur opnieuw getraumatiseerd door wat hij zelf meemaakt. Hij heeft het gevoel dat de hemel instort en de wereld ten onder gaat. Hij herleeft de schrik en de onmacht van zijn ouders toen die afgevoerd werden naar Auschwitz. Het is alsof zijn tragische familiegeschiedenis zich herhaalt. Op elke bladzijde schreeuwt hij zijn angst uit. Terwijl zijn vrouw (van Franse afkomst) haar kalmte weet te bewaren, is hij ervan overtuigd dat de Apocalyps is aangebroken; dat de terroristische aanvallen het begin zijn van een groter Armageddon en dat de eindtijd is gekomen.

Het formele experiment is ook een strategie om te vermijden dat het 11 september-verhaal door de lezer te gemakkelijk verwerkt wordt. Spiegelman wil de gebeurtenissen problematiseren. Hij wil een historisch voorval dat alle begrip te boven gaat voorstellen in zijn volle complexiteit. De afwisseling in de tekenstijl en de fragmentatie van de vertellijn hebben als doel het betekenisproces te vertragen of uit te stellen. Opzettelijk wordt het gebruikelijke zingevingsmechanisme ontregeld. De lezer wordt het comfort van een eenvoudig verhaal ontzegd en dus deelt hij op een symbolische manier in de ontreddering van het hoofdpersonage. De paniek van Spiegelman vertaalt zich in de desoriëntatie van de lezer en beide zijn een afspiegeling van de vernietiging van de torens. Het stripverhaal ensceneert werelden die instorten, gedachtegangen die worden verstoord.

Het meest opvallende is dat Spiegelman gebruik maakt van personages uit de vroege jaren van de comics. Happy Hooligan verschijnt en met hem Krazy Kat, Lovekins en Muffaroo, Fritz en Hans uit The Katzenjammer Kids en nog een hele reeks stripfiguren die dateren uit de laat-negentiende, begin twintigste eeuw. In de striproman en ook in interviews getuigde Spiegelman dat hij in de donkere dagen na 11 september troost vond in het bekijken van die striphelden. Maar de stripfiguurtjes die opduiken in het 11 september-relaas doen meer dan alleen zorgen voor afleiding en voor de komische noot. Hun aanwezigheid wijst erop dat de auteur alle mogelijke middelen moet aanwenden om zijn thema tot uitdrukking te brengen. De gewone middelen zijn ontoereikend. Hij hanteert dan maar de meest ongewone. De introductie van komische figuren in een tragische context veroorzaakt een schok ervaring. De stijlbreuk accentueert hoe de auteur zich op de grens van het onzegbare bevindt, waar, in de woorden van de Franse filosoof Jacques Derrida, «taal en concept tegen hun eigen limiet aanlopen».

Centraal in de verbeelde ervaring staat het leidmotief van de brandende toren. Al op de eerste bladzijde is de rosse schijn allesoverheersend. De gloeiende toren staat over de volle lengte afgebeeld op de rechterzijde van de plaat en gedeeltelijk ook langs de linkerkant. Zo wordt de horizontaliteit van de andere plaatjes overschaduwd door de monumentale rijzigheid van de 110 verdiepingen hoge toren. Het traumatische laatste moment in het leven van de veroordeelde wolken krabber blijft onontkoombaar nazinderen. Het verschijnt als een apocalyptisch visioen, schots en scheef, nu eens van dichtbij dan weer van veraf bekeken. Noch aan de rechter-, noch aan de linkerkant van de plaat behoudt de toren zijn fysieke integriteit. Al voordat hij valt is de toren gefragmenteerd, zo lijkt het in ieder geval in het getourmenteerde geheugen van de schrijver.

Elke bladzijde opnieuw verschijnt de brandende toren. De auteur herleeft voortdurend de catastrofale instorting in zijn geest. Hij kan zich er niet aan onttrekken. De brandende toren overheerst zijn psyche (zoals hij de bladspiegel overheerst). De verteller-protagonist geeft blijkt van herhalingsdwang en wordt het slachtoffer van zijn eigen obsessie. Hij begint met nostalgie terug te verlangen naar de heftige emoties van 11 september; hij wil met rust gelaten worden om van zijn trauma te genieten. Hij nestelt zich in het verleden. Hij wentelt zich in zijn eigen verdriet.

Maar Spiegelman heeft niet alleen het trauma van 11 september weten te verbeelden. Hij geeft ook aan hoe hij het weet te overwinnen. Vanaf het eerste ogenblik had hij begrepen dat hij zijn stem moest laten horen als bevoorrechte getuige. Hij voelde onmiddellijk aan dat hij moest terugkeren naar de zeer tijd rovende en commercieel weinig interessante vorm van de literaire strip roman om zijn relaas te doen. Expressie is een tegengewicht voor obsessie. Uitdrukking geven aan een trauma heeft een zuiverende, genezende werking.

Maar Spiegelman zoekt meer dan een loutering of catharsis. Hij wil zijn verantwoordelijkheid nemen als kunstenaar en op die manier de doden eren, de herinnering aan hen veiligstellen. Dit verklaart in hoge mate het onverwachte politieke engagement van Spiegelman. Zijn eerdere holocaustverhaal Maus draagt geen enkele morele, laat staan politieke boodschap. De gruwel van het verhaal spreekt voor zich. Maar in In the Shadow of No Towers ontpopt de auteur zich als een heftige polemist en satiricus. Bush en zijn aanhang hebben volgens hem 11 september verraden. Hij voelt zich evenzeer geterroriseerd door zijn eigen regering als door al-Qaeda en Osama bin Laden.

Op plaat nummer 6 wordt op een symbolische manier aangeduid hoe zo’n politiek engagement tot stand komt en welke vorm het aanneemt. Opnieuw wordt het beeld beheerst door de gloeiende toren. De man die er vanaf springt is duidelijk de auteur zelf, die naar eigen zeggen geobsedeerd wordt door de beelden (zoals die van in paniek naar beneden springende slachtoffers) die hij niet zelf heeft gezien. Meer bepaald is hij gefascineerd door een man die naar verluidt zijn leven beëindigde met een gracieuze Olympische duik. Als de auteurfiguur zelf op de grond belandt is hij getransformeerd in de stripfiguur van de Happy Hooligan, die is afgebeeld als een van de vele inwoners van Lower Manhattan die door de economische terugval na 11 september hun job verloren en nu als daklozen op een cynische manier door de autoriteiten aan hun lot worden overgelaten. Wat dit suggereert is dat 9/11 een moment was van grote collectieve opoffering en dat de autoriteiten dat utopische moment van saam horigheid hebben verkwanseld. Terwijl veel gewone mensen (zoals de duikende man) blijk gaven van heldenmoed in extreme situaties is de houding van de regering er een van onverschilligheid en arrogantie.

Spiegelman laat er geen twijfel over bestaan: de regering-Bush heeft misbruik gemaakt van de gebeurtenissen en de kapingen gekaapt om uit eigenbelang onnodige oorlogen te beginnen. Maar ook de media krijgen ervan langs: die hebben 9/11 tot sensatie gemaakt, terwijl de gewone burgers na de schokgolf allang weer voor hun televisietoestellen zijn ingedut.

De satire is soms ongemeen rauw en nietsontziend. Zo toont een plaatje Dick Cheney die de Amerikaanse adelaar de keel doorsnijdt met een breekmes (het wapen gebruikt door de al-Qaeda-terroristen), terwijl de gekarikaturiseerde Bush achter op de adelaar zit en op een lasterlijke manier woorden gebruikt die in de VS zowat een sacrale status hebben gekregen. Volgens aanvankelijke berichten (later gelogenstraft) zouden de passagiers van vlucht United 93, die later in Pennsylvania neerstortte, de aanval op de terroristen hebben ingezet met de woorden: «Let’s roll». Bush worden diezelfde woorden in de mond gelegd als uitdrukking van zijn agressiviteit en moordzucht.

Hoewel Spiegelman een beroemd cartoonist is en zijn werk alom wordt geprezen, kon hij zijn 9/11-verhaal in de VS nergens kwijt, behalve in het joodse weekblad The Forward, dat maar een kleine oplage kent. De platen werden wel gepubliceerd in Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië en Nederland (NRC Handelsblad). In zijn eigen land liepen de patriottische gevoelens na 11 september zo hoog op dat geen enkele uitgever het risico wilde lopen Spiegelmans satire te publiceren. Maar naarmate de tijd vorderde keerde ook het klimaat in de VS en groeide de ontstemdheid over het beleid van Bush. Nu de hele serie als striproman is uitgegeven is In the Shadow of No Towers ook in Amerika een bestseller — wat Spiegelman de wrange opmerking ontlokte: «Het is lastig een kunstenaar te zijn die een paar seconden op zijn tijd vooruit is.»