Marja Brouwers

13. Casino

Marja Brouwers, Casino (2004)

Casino van Marja Brouwers verscheen in 2004, haar eerste roman in veertien jaar, en boem!, daar waren de recensies. Welkom terug. Volgens Pieter Steinz van NRC Handelsblad was de roman ‘een teleurstelling, een mengelmoes van pompeuze cultuurkritiek en zwakke plotlijnen’, en volgens T. van Deel in Trouw was het 'een vetgemeste roman die voor publicatie op dieet had gemoeten’. Tegelijk schreef Jeroen Vullings in Vrij Nederland dat dit 'de grote jaren-negentig-roman’ was, en jubelde Michaël Zeeman in de Volkskrant: 'De geëngageerde roman is eindelijk terug.’ Casino kwam op de shortlist van de Libris Literatuurprijs, maar werd door de andere prijzen vrijwel genegeerd.

Juist wanneer een roman met zulke extremen wordt ontvangen, is hij bij voorbaat geslaagd, zou je kunnen stellen. Het betekent dat je er goedschiks of kwaadschiks niet omheen kunt, en een groter compliment voor een schrijver bestaat er niet. De ambitie van Casino was een pessimistische kritiek te formuleren op de jaren negentig: de irt-affaire, de opiumwet, de verwording van de verzorgingsstaat, de seks zonder passie, het grote graaien in het bedrijfsleven. Brouwers’ essayistische roman draait om de gecompliceerde vriendschap tussen de oneigenschappelijke journalist Rink de Vilder en de snelle, geniale zakenjongen Philip van Heemskerk, aan wie Rink nooit zal kunnen tippen. Niet dat hij dat écht zou willen, want Rink de Vilder acht zichzelf een oplettend journalist, iemand met een rol in de samenleving, waar Van Heemskerk, een halve autist (of hele egoïst), geen gelegenheid onbenut laat om de kans op persoonlijk gewin te vergroten. Toch raakt De Vilder steeds meer verstrengeld in de zaakjes van Van Heemskerk, en neemt hij diens vriendin Moura min of meer over.

Toch zit er iets geks in Casino, iets kleins dat in de talloze recensies bij mijn weten nergens is genoemd. Aan het einde van het eerste deel bezoeken de hoofdpersonen een decadent feest van een telg uit de Bin Laden-clan, op een enorm jacht in de haven van Monaco. Rink ziet de sterfotograaf Rai Merchant voorbij lopen en woont een optreden bij van de Indiase popsterren Ormus Cama en Vina Apsara.

Ormus en Cama, u weet wel, de twee sterren die samen de rockband vto vormen. Legendarische figuren. Tenminste, niet in het echt, en ook niet in Casino, waar ze slechts figuranten zijn, maar wel in een andere roman, namelijk The Ground Beneath her Feet van magisch-realist Salman Rushdie. Hierin zijn Ormus, Cama en ik-persoon Rai sterren in een parallelle wereld, een simulacrum van de onze, waar de Kennedy’s nog leven. Het is een kleine knipoog in een anders zo serieus boek. Een verstopt grapje van Brouwers? Dat we het niet allemaal te serieus moeten nemen, dat de wereld van Rink en Philip niet echt echt is, maar een karikatuur? Dat ze zelf ook weet dat haar analyse van onze tijd ook maar fictie is?