14. de muzelvrouw

‘Ik ben niemand anders geworden. Ik heb alleen een extra naam. Ik heb de mijne zelf gekozen: Amina betekent “trouwhartig”. De islam is niet zomaar een geloof; alles heeft zijn reden. Mijn hoofddoek draag ik niet zomaar. In de tijd van de profeet hadden de vrouwen nogal grote decolletes, daarom was er veel zedeloos gedrag. Dat had te maken met de slechte maatschappelijke positie van vrouwen. Ze waren toen niet veel meer dan bezit.

Vandaar dat de koran de aanbeveling doet de boezems te bedekken met een sluier. Dat was dus juist om de vrouw gelijkwaardiger te maken aan de man. Want de hoofddoek zorgde ervoor dat ze herkenbaar waren als gelovigen, waardoor ze het respect kregen dat daar bij hoorde. Als je hem trouwens niet wil dragen, mag je daar zelf voor kiezen. In de koran staat nergens dat hij verplicht is. Wel staat er dat iedereen recht heeft op zijn of haar eigen interpretatie van de koran. Voor mij is die doek het symbool van de gelijkwaardige positie van de vrouw.
Men vond mij in Wesepe, het Overijsselse dorpje waar ik ben grootgebracht, altijd al een rare meid. Mijn ouders waren niet gelovig. Maar ik wist al heel vroeg: “God bestaat.” Ook wist ik dat het christendom niets voor mij was. Die hel en verdoemenis, dat sprak mij niet aan. Op mijn achttiende werd ik au pair in Parijs, en daar werd ik verliefd op Youssef, mijn Tunesische man, de vader van mijn twee kinderen. Na een tijdje ging ik terug naar Wesepe en Youssef ging met mij mee. Dat heeft nog heel wat commotie veroorzaakt. Gelukkig leerde hij snel Nederlands, vond een baan en werd lid van de voetbalclub. Toen waren er geen problemen meer.
Eigenlijk is er geen specifiek moment geweest waarop ik moslim ben geworden. De islam is door de jaren heen langzaam in me gekropen. God brengt van alles op je pad en geeft je de kans om te kiezen voor dat wat goed voor je is. Neem de ramadan: terwijl ik eerst alleen meedeed uit solidariteit met Youssef, besefte ik opeens dat ik het eigenlijk deed omdat ik achter de principes stond. Door met honderden miljoenen tegelijk te vasten, overal ter wereld, bekrachtig je dat iedereen gelijk is. En je respecteert diegenen die honger en dorst moeten lijden. Vijf jaar geleden drong dan ook tot me door dat ik helemaal geen moslim meer hoefde te worden: ik was het al. Vlak daarna deed ik mijn geloofsgetuigenis.
Die hoofddoek geeft mij ook een identiteit: zonder ben ik gewoon een Nederlandse vrouw; met ben ik Amina Jerbi, een gerespecteerde vrouw en moslim. De hoofddoek stelt mij in staat om de discussie aan te gaan met zowel mijn huidige als mijn vroegere omgeving. Want ik wil moslimvrouwen bewust maken van de kracht van hun positie binnen de islam. En ik wil al die mensen die beweren dat wij ons met die hoofddoeken de wet laten voorschrijven, duidelijk maken dat zij ons niet moeten reduceren tot een kledingstuk. Laatst zei iemand: “Amina, je bent een roepende in de woestijn.” Maar uiteindelijk zal men mij toch horen. Insh'Allah: als God het wil.’