15. boodschappen doen

Met een hol gevoel van teleurstelling staarde David naar Rianne in haar witte slipje. Ze zag er zo kwetsbaar uit, zo weerloos, dat alle begeerte uit hem sijpelde. Shit! Hij kon haar toch niet op straat zetten? Zo'n hufter wilde hij niet zijn, dus zat er maar een ding op. Make the best of a stupid situation.

Hij stond op en vouwde zijn armen om haar heen. Over haar gezicht gleed de schaduw van een glimlach. Hij voelde zich vreemd lomp omdat hij al zijn kleren nog aan had. Kom je?' zei hij zacht tegen haar voorhoofd. Ze knikte.
Rianne zat op het grote, donkerblauwe bed in de hoek terwijl hij zich uitkleedde en waste. Daarna bedreven ze mechanisch de liefde. Liefde? Hij vond haar sympathiek, dat was alles. En het zou een bedscene zonder hoogtepunt geworden zijn, als David niet het luikje van zijn fantasie wijd open had gezet. Wie verscheen daar in volle glorie, in een wit rubberen verpleegstersuniform met kwaadaardig hoge hakken? Zuster Lucille Nauta. Haar groene ogen keken hem ijskoud en gebiedend aan. 'Kom op', leken ze te zeggen, 'doe jij je best maar eens even bij die Rianne. Voor mij.' En dat deed hij.
'Wil jij ook?' vroeg hij even later aan Rianne, toen ze naast elkaar lagen. 'Eh, nee dank je', stamelde ze, 'een andere keer misschien.' Alsjeblieft, dacht David. Dit nooit weer.
We bellen nog wel’, zei hij de volgende ochtend. Hij was opgelucht toen ze wegging, maar zodra de deur zich achter haar sloot werd hij overvallen door een hevige depressie. Zijn prive-leven was armzalig! Geen liefde. Geen relatie. Geen opwindende seks. Alleen een obsessie voor een ongenaakbare, koele zuster in een ziekenhuis waar hij nu niets meer te zoeken had. Grimmig sloeg hij in een teug een glas mescal achterover, ondanks het belachelijk vroege uur. Toen ging hij boodschappen doen.
Bij de visboer stond een hele sliert mensen. David aar zelde tussen mosselen en lekkerbekjes en lette niet op zijn beurt, zodat een slanke, vrij jonge vrouw voordrong. ‘Twee ons gerookte zalm’, zei ze. David keek met een ruk op. Die hese stem had hij eerder gehoord. Hij bestudeerde haar profiel. Ze was geraffineerd opgemaakt, met lange, valse wimpers. Waar kende hij haar in ’s hemelsnaam van? 'En een pond Hollandse garnalen’, beval de vrouw zwoel. Arm was ze blijkbaar niet. Ze droeg een duur, donker mantelpak dat haar figuur fantastisch accentueerde. Met een vluchtige glimlach naar David borg ze haar boodschappen weg, en zeilde de winkel uit. Het geluid van haar hoge hakken deed hem onweerstaanbaar aan zuster Nauta denken.
Plotseling ging hem een licht op. Natuurlijk! Dit was de vrouw die in het ziekenhuis naast zijn oma gelegen had. Ze kende Nauta! Wat toevallig. Zonder zich verder om zijn vismaaltijd te bekommeren, liep David naar de deur. Op de drempel bleef hij staan. Ze sloeg net de hoek om. Hoe heette ze ook alweer? Janine!' riep hij, en begon te hollen.Janine!’