150 jaar ondergronds in Londen

Londen – Voor de meeste Londenaren was vrijdag 9 december 2011 een gewone dag, behalve dat het in de ondergrondse wat drukker was dan gebruikelijk. De kranten die de reizigers lazen stonden vol van het ‘No’ dat premier David Cameron in Brussel had uitgesproken.

Toch werd die dag om een geheel andere reden stilletjes geschiedenis geschreven. Tussen de 250 metrostations van de Britse hoofdstad werden die dag liefst 4,17 miljoen metroritten gemaakt, het hoogste aantal sinds de opening van de Metropolitan Line anderhalve eeuw geleden.

Deze feestelijke statistiek staat op een van de slotpagina’s van Underground: How the Tube Shaped London, een 1,9 kilo wegend, weldadig geïllustreerd jubileumboek ter gelegenheid van de 150ste verjaardag van het oudste metronetwerk ter wereld. Net als de stad zelf is de Tube niet gebouwd maar met de tijd gegroeid, het wanordelijke tussenresultaat van politieke gebeurtenissen, economische conjuncturen, zakelijke ambities en menselijke grillen.

De metrogeschiedenis bestaat uit grofweg vijf perioden: de avontuurlijke Victoriaanse tijd, de volwassenwordig in de eerste helft van de vorige eeuw, de oude dag vanaf de jaren vijftig, de dood in de jaren tachtig en de reïncarnatie sinds de millenniumwisseling. Het is een mirakel dat het zo’n succes is geworden, want de geschiedenis heeft geleerd dat er onder de grond weinig winst te behalen valt.

In de twintigste eeuw is de metro gaandeweg door de overheid omarmd. Tijdens de groei in de eerste decennia kregen transportambtenaren alle ruimte om hun langetermijnvisies in de praktijk te brengen. Toen het metronetwerk grotendeels af was, begonnen de problemen. Met de opkomst van de auto in het achterhoofd werd de ondergrondse door politici, voor wie de toekomst zelden langer duurt dan vier jaar, gezien als een kostenpost. Het openen van een lijn levert een mooi fotomoment op, maar het onderhouden van bestaande lijnen is minder sexy.

Een uitzondering was de socialistische burgemeester Ken Livingstone, die een betaalbare, efficiënte en goed onderhouden metro, in publieke handen, beschouwde als noodzaak voor een vitale metropool. ‘Red Ken’ had gelijk met deze continentale denkwijze, maar hij kreeg het pas door een samenloop van omstandigheden, zoals de wederopstanding van Londen als financieel centrum en de brand op het verwaarloosde King’s Cross in 1987. Een kwart eeuw en veel investeringen later is de Tube populairder dan ooit. Sterker, de Tube is winstgevend, maar dat is een bijzaak.