Haruki Murakami

16. Kafka op het strand

Haruki Murakami, Kafka op het strand (2002)

Anno 2005 was de Japanse schrijver Haruki Murakami (1949) in Europa nog in grote mate een geheimtip. Slechts een paar early adapters liepen te pronken met die fraaie Harvill Panther-paperbacks onder hun arm. Vijf jaar later krijgt zijn rijke oeuvre ook in onze contreien zijn volle weerklank, mede dankzij een rist voortreffelijke vertalingen bij uitgeverij Atlas. Murakami werd dit voorbije decennium een auteur voor wie je in gestrekte pas naar de boekhandel holde. Met de rijkelijke verhalenkrans in Kafka op het strand (2005) voegde hij een nieuwe parel aan zijn kroon toe.

Merkwaardig ook hoe je in alle regionen van de bevolking Murakami-lezers ontmoet, Dat lijkt verre van evident voor een auteur die de lezer meetroont in een toch wel labyrintisch en bevreemdend spiegelpaleis. Een eerste kennismaking met Murakami wordt evenwel vaak ervaren als een kruising van een fata morgana, een vertigo en een coup de foudre. Op een onnavolgbaar subtiele manier sloopt Murakami de grenzen tussen sciencefiction, fantasy, detectiveroman, ideeënroman en love story, zonder een genre de overhand te laten nemen. In zekere zin is de Japanner immers ook een Einzelgänger, die stilaan zijn eigen categorie vormt.

Zijn het de talloze knipoogjes naar de westerse jazz-, pop- en filmcultuur die zijn internationale succes verklaren? Of is het de kristalheldere toegankelijkheid van Murakami’s werk, waarin diepzinnigheid en speelsheid elkaar niettemin de hand reiken? Murakami heeft zelf veelvuldig op die eigenschap gehamerd, jawel: hij is easy to read, but hard to understand. Soms ogen zijn boeken licht als een veertje en is het alsof je in een ‘flow’ vertoeft. Kijk maar naar Ten zuiden van de grens of Norwegian Wood. Even vaak stuiteren ze grillig als een pingpongballetje, zoals De jacht op het verloren schaap, De opwindvogelkronieken en Kafka op het strand. Maar de open en uitnodigende stijl maakt dat je altijd meteen diep in de handeling zit. En net als bij elke grote schrijver kun je zijn boeken op diverse gedistingeerde niveaus lezen. Ondanks die stortvloed aan referenties zijn Murakami’s boeken nooit intellectuele mijnenvelden.

Murakami’s oeuvre kun je via diverse poortjes binnenwandelen. De Japans-Britse schrijver en Booker Prize-winnaar Kazuo Ishiguro onderscheidde ooit twee hoofdingangen: 'Aan die ene kant is er die bizarre, bijna anarchistische stijl, die je terugvindt in De opwindvogelkronieken. Dat is Murakami’s chaotisch inventieve zijde: hij blijft je maar bombarderen met verrassingen, waarmee je niet steeds iets weet aan te vangen. Anderzijds heb je die erg beheerste, melancholische benadering, met Ten zuiden van de grens als mooi fragiel voorbeeld, perfect van snit van begin tot eind, als een scheut cocktailjazz in de nachtclub.’ Sommige lezers raken gedesoriënteerd door die tweespalt. Gaandeweg ontdek je nochtans hoe beide registers elkaar in evenwicht houden als communicerende vaten. Zowel de introspectieve als de meer uitbundige Murakami stuurt aan op die vervaging tussen het werkelijk beleefde en het imaginaire. In Kafka op het strand, schoolvoorbeeld van Murakami’s chaotisch-inventieve zijde, is dat danig op de spits gedreven. De enigmatische geschiedenis van de vijftienjarige Kafka Tamura, die van huis in Tokio wegloopt voor zijn autoritaire beeldhouwende vader en zijn heil zoekt in een bibliotheek in Takamatsu, wordt gekruist met die van de zestigjarige Nakata. Hij is van zijn geheugen beroofd, kan met katten converseren en speurt naar verloren gelopen poezen (een alomtegenwoordige en symboolzwangere diersoort bij Murakami). Tamura’s ontmoeting onderweg met de bevallige Sakura en later met de directrice van de bibliotheek, mevrouw Saeki, zitten volgestouwd met oedipale motieven en culmineren in een onorthodoxe vadermoord en moederliefde. De bijzonder rijke, grillige maar ook licht desoriënterende roman heeft alle trekken van een nooit eindigende queeste, waarin Murakami de hindernissenrit naar de volwassenheid in kaart brengt. Raak je ooit bevrijd uit dit literaire doolhof? Kafka op het strand beantwoordt volkomen aan Murakami’s leidmotief: 'Al mijn personages zijn op zoek naar iets belangrijks. En die zoektocht is als een avontuur, een proef die ze moeten afleggen. Let wel, het belang ligt niet in wat ze zoeken, maar in het eigenlijke zoekproces. Dat werpt hen terug op zichzelf en hun eigen eenzaamheid.’ Als de queeste achter de rug is, heb je als lezer toch het voldane gevoel dat je een duivels spelletje mikado tot een goed einde hebt gebracht.