Menno Hurenkamp

160 miljoen glazen per jaar

Het cda wil een blaastest voor jongeren. Wanneer blijkt dat iemand onder de 16 te veel gedronken heeft, moet de politie dat doorgeven aan het nog op te richten centrum ‘Jeugd en Gezin’. En dat moet dan weer wat ondernemen richting de ouders, gedwongen opvoedingsondersteuning aanbieden bijvoorbeeld. Aldus Mirjam Sterk van het cda. De andere partijen willen ook allemaal wat – want het staat vast dat de Nederlandse jeugd het meeste drinkt van alle Europese jongeren. Dat blijkt uit allerlei onderzoek dat voortdurend in de kranten genoemd wordt, dus dan moet het wel waar zijn.

Ik heb het eens nagevraagd bij wat vrienden. Wij dronken stevig, op de middelbare school in de Achterhoek. Dat was ik vergeten. Het scheen niet om kinderachtige porties te gaan. Halve krat de man en dan naar het feest op de hooizolder. Naar verluidt kwam aan dat bier ook geen verkoper te pas die naar je leeftijd vroeg. ’t Is betaald hoor, moest je roepen, wanneer je een kratje uit de supermarkt tilde. Tegenwoordig zitten in het parkje tegenover mijn huis jonge meisjes met hoofddoek al kletsend wodka uit de fles te drinken. Het lijken me ‘hangjongeren’, maar ze zijn erg vriendelijk. (‘Meneer, heeft u een sigaret?’ ‘Had dat twintig jaar geleden gevraagd.’)

Dit is geen poging drankmisbruik onder jongeren te bagatelliseren. Maar wat een domme ideeën. Waar gaan die agenten staan testen? Wie gaan ze testen? Hoezo dreigen met toezicht door een instituut dat er helemaal nog niet is? Wat voor idee leeft er bij Mirjam Sterk van het cda over de beperkte hersencapaciteit van jongeren die zin hebben in een glaasje (of dertig)? Zouden die zich door dit soort dingen laten tegenhouden? En al dat vergelijkende onderzoek naar Europees drinkgedrag, waar Nederland zo slecht (vanuit jongerenstandpunt: goed) in zou scoren, wat stelt dat precies voor? Dat de sociale controle op alcoholmisbruik volgens recent onderzoek in Frankrijk groter zou zijn – waardoor Franse jongeren minder zouden drinken – betekent waarschijnlijk dat alcohol daar veel vanzelfsprekender is in het dagelijks leven. Immers, Fransen drinken per jaar anderhalve liter pure alcohol meer de man dan Nederlanders. (Een Fransman ziet wijn helemaal niet als alcohol.) De onderzoeken naar alcoholgebruik die je op de website van het Trimbos Instituut kunt vinden, staan allerlei interpretaties toe – maar niet dat er ondubbelzinnig problematisch meer door alle jongeren in Nederland wordt gedronken dan, zeg, tien jaar geleden. Ook een recent Europees zogenaamd ‘meta-onderzoek’ spreekt van een ‘ambivalente trend’.

Kinderen zien hun ouders drinken, kinderen zien hun oudere broers en zussen drinken, kinderen zien oudere vrienden en vriendinnen drinken. En nu zijn we treurig dat ze zelf ook drinken.

Wat te doen? Waar al het onderzoek het over eens is, is dat voorlichting en leeftijdsgrenzen niet veel zin hebben. Het enige waar je serieus effect van kunt verwachten, is het verbieden van reclame gericht op de jeugd en het duurder maken van de drank, meer accijns dus, regels voor de markt maken en handhaven. Alleen, de 1,2 miljoen jongeren tussen 10 en 16 drinken minstens 160 miljoen glazen per jaar en zijn daarmee goed voor een omzet van minstens tweehonderd miljoen per jaar in café en slijterij (mijn eigen schatting op basis van cijfers van het CBS en het Trimbos Instituut). Dan is het weer minder verbazend dat je het cda, met een stevige achterban in de horeca, hoort over blaastesten.