De reizen van Fjodor de kraai

1876

De dorpelingen wachtten met spanning op de komst van de nieuwe dominee. De koets arriveerde in de uren waarop de zon pal boven hun hoofden stond. Uit de koets stapten twee mannen, de burgemeester die was vertrokken om de nieuwe dominee te halen en de nieuwe dominee. De dominee had een stok in de hand. Het leek alsof hij de hele tijd naar de grond keek. Maar in werkelijkheid zag de dominee noch het mooie gras, noch zijn eigen schoenen. De nieuwe dominee was blind.
De mannen dropen teleurgesteld af om weer op hun akkers te gaan werken. Hun ongenoegen konden ze niet uiten. Op verzoek van de burgemeester hebben ze die week zelfs een lang touw vastgeknoopt aan de deurknoppen van de kerk en het ambtshuis van de dominee. Zo liep de jonge dominee nooit het risico om te verdwalen in het dorp met 163 huizen. Elke dag maakte de dominee de wandeling tussen de kerk en het ambtshuis, uit angst om van dit juiste pad te geraken nooit het touw loslatend.
Over mij kan men alles beweren, maar niet dat ik waarde hecht aan het uiterlijk. Ik ben een kraai die tijdens het avontuur dat het ‘leven’ heet alles heeft gegeten wat ik kon vinden en het met alle vrouwtjeskraaien heeft gedaan die niet slim genoeg waren om uit mijn buurt te blijven. Omdat ik dus enkel naar het innerlijk kijk, had ik niet gezien wat die dominee zo bijzonder maakte.
Ik kwam er achter toen ik merkte dat elke dag een andere vrouw in Maienfeld het ene uiteinde van het touw dat aan de deur van het huis van de dominee was vastgeknoopt losmaakte en het doortrok naar haar eigen slaapkamer.
De schone lucht en de fantastische geitenmelk van Maienfeld gaven in dat jaar zelfs de slappe, gehandicapte benen van Klara zoveel kracht dat deze vriendin van Heidi en Peter kon lopen. Het waren vermoedelijk ook de schone lucht en de fantastische geitenmelk die de dominee de kracht gaven om elke dag een andere vrouw zodanig te beminnen dat ze zich in de zevende hemel waande.
Alles liep gesmeerd in Maienfeld. Voordat de mannen terugkwamen van de akkers was de knoop om de deurknop van het huis van de dominee al lang weer gelegd. Klara oefende elke dag om zo hard mogelijk in de armen van haar vader te springen. Heidi en Peter dronken van de geitenmelk en bereidden zich zo voor op hun eigen toekomstige hoogtepunten.
De geiten en de schone lucht maakten zelfs van mij een andere kraai. Ik keek steeds vaker om me heen naar een schoonheid van een kraai met glinsterende, sterke veren en een mooie borst.
Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Ook voor een man die zijn leven in dienst heeft gesteld van die God. Die mooie dominee, die dus niet kon zien maar wel wist wat waar zat, volgde ook die ene dag het pad van het touw en belandde bij een bed waar de borsten niet vet en de wangen niet glad waren en het kruis niet van perzik was. Terwijl de arme dominee zich verloren gaf aan de gespierde armen en het wellustige orgaan van genot van een Zwitserse boer, begreep ik dat de schone lucht en de heerlijke geitenmelk ook voor mij desastreus zouden kunnen worden en verkaste nog dezelfde dag. Terwijl ik wegvloog uit de veel te gezonde Alpen hoorde ik Heidi en Peter vrolijke deuntjes zingen. Ik wist dat het niet lang zou duren eer die Peter die Heidi zou nemen, zijn geluk ook bij die bleke Klara zou zoeken, misschien zelfs op de deur van de tante van Heidi zou kloppen.
Die Peter zou het zelfs bij zijn geiten proberen. Zo gezond was de lucht in Zwitserland in dat jaar.