De reizen van Fjodor de kraai

1881

Liefde is andermans lichaam begeren zonder het te kunnen krijgen. Dit overkwam me in mijn jonge jaren zo vaak dat ik bijna geen liefdesverdriet meer had wanneer de vrouwtjeskraaien telkens weer de vleugels namen. Ik was jong, maar uitgeleefd en ongelukkig. Van de opkomende zon werd ik niet blij.
Toen hoorde ik haar zingen. Ik kan niet van je verwachten dat je gelooft dat alles wat ik in dat jaar meemaakte een gevolg was van mijn grote hunkering naar die stem. Maar zo is de waarheid nu eenmaal en niet anders. In de ban geraakt van die stem, betoverd door de gedachte dat ik ook een dergelijk geluid kon produceren, dromend dat mijn gekras plaats zou maken voor die prachtige noten, beland in een fata morgana van onwerkelijkheid en brandend van de wens om net als die nachtegaal al muziek makend door het leven te gaan, volgde ik haar.
Ze vloog over steden waar grote feesten werden gehouden. Geen enkele viool klonk zo mooi als mijn nachtegaal. Ik volgde haar toen ze over grote woestijnen trok. In de hoop dat ze een glimp zou opvangen van mijn verliefde blikken vloog ik achter haar aan toen ze woeste bergen overstak. Ik was het die de nachtegaal met de mooiste stem vergezelde toen ze bij meren landde om water te drinken. Ze vloog de zee over en streek op Cuba neer. Ik ging haar achterna. Want ik was ervan overtuigd dat zodra we geliefden werden onze stemmen één zouden worden.
Ik moet toegeven dat ik Miguel was vergeten. Mijn nachtegaal rustte bij de kust van Cuba uit en vloog door naar de bossen. Ze landde op een populier bij een verscholen dorp in het bos, ik rustte op een van de daken van de hutten uit. Van daar kon ik mijn nachtegaal het best in de gaten houden.
Bij de hutten zaten negers in een kleine groep. Hun bovenlippen wilden naar de lucht reiken om daar de Schepper de huid vol te schelden. Hun vuisten waren gebald, hun borsten sterk en strijdlustig. ‘Denk je dat ze ooit weer terugkomen, die Spanjaarden?’ vroeg eentje aan een ander. Degene die de meest slaperige indruk maakte, zei met een kalme stem: 'Laat ze maar komen. Ik giet zo weer olie over ze om ze levend in brand te steken. Van mij maken ze geen slaaf meer.’ Hij spuugde op de grond.
Liefde is niet alleen andermans lichaam begeren zonder het te kunnen krijgen. Liefde is ook de wind die de doelloze wolken boven de juiste gronden brengt. Het was de liefde die me de kracht had gegeven om de nachtegaal te volgen en zo de man te vinden die het vuur had aangestoken. Ver in het grote bos, uit het zicht van de Spanjaarden koesterden de slaven hun vrijheid.
Toen het avond werd begon mijn nachtegaal te zingen. Ze zong dat ze gevangen was genomen door een lelijk wezen, dat ze niet aan die lelijkerd wist te ontsnappen en dat alle gevangenen in de wereld de krachten moesten bundelen tegen de harteloze bruten.
De negers in het bos konden de verleiding niet aan en begonnen rondjes te dansen op de muziek van mijn geliefde. Terwijl ik het dansen gadesloeg brak ik me het hoofd over de vraag wie die harteloze bruut zou kunnen zijn waarover mijn mooie zangeres haar beklag deed. Ik genoot van de muziek en de dans en had niet door dat ze het over mij had. 'Alle slaven der aarde, bundel de krachten’, zong ze. Ik kraste enthousiast dat ik het met haar eens was. Liefde is ook blindheid.