De reizen van Fjodor de kraai

1883

Hooi en nog eens hooi. Het gras werd door de boeren met de zeis gemaaid. In de boerderij boende de boerin de stal eerst schoon. Daarna versierde zij die stal met voorwerpen uit haar moederland. Toen zette ze overal vazen en schotels. Haar dochter speelde met haar drie broertjes op het weiland. Toen de timmerman kwam aanlopen, onderbrak het meisje het spelletje, rende naar de boerderij, zocht haar moeder overal en vond die in de slaapkamer. ‘De timmerman is er mama’, zei ze opgewonden. Moeder en dochter haastten zich naar buiten om naar de timmerman te kijken. De timmerman lachte naar moeder en dochter. Zijn lach was mooier dan het paradijs dat door de blinde priester in het Zwitserse land werd beschreven.
Ik… Ik wachtte op de aardappelen die de boeren binnenkort zouden oogsten. De aardappelen in dit deel van Amerika schenen de lekkerste te zijn op aarde, zo was me verteld door een andere kraai. De boeren die het gras maaiden waren in de namiddag klaar met hun arbeid. Terwijl ze naar huis liepen zagen ze de timmerman werken op het dak van het nieuwe huis dat hij aan het bouwen was. De ene boer vroeg aan de andere waarom hij zo gek op de timmerman was. De boer zei: 'Hij doet me denken aan mijn zoon die in de oorlog is gesneuveld.’ De andere boer knikte begripvol met zijn kale hoofd en zei: 'Weet je dat ik ook gek ben op de timmerman? Ik moet altijd aan mijn jeugd denken als ik hem zie.’
De timmerman werkte hard op het dak van het nieuwe huis. Hij kreeg dorst en kreeg water uit de handen van de boerin. Die zei: 'Jongen toch, ik wou dat je altijd in ons dorp bleef. Het is alsof door jouw aanwezigheid geen enkele oogst gaat mislukken, dat het Zuiden en het Noorden nooit meer zullen vechten, dat mijn ouders uit Ierland ook naar Amerika zullen verhuizen en dat mijn in de oorlog gesneuvelde jongen een keer het huis zal binnenlopen en zal zeggen dat zijn dood een misverstand was.’
Er verscheen een glimlach om de lippen van de timmerman. Hij zei niets tegen de boerin. Hij werkte door.
Toen de timmerman een paar uur later naar het beekje liep om zijn gezicht en zijn oksels te wassen kwam de dochter van de boerin naast hem staan. Ik weet dat de dochter van de boerin Maud heette. De timmerman vroeg haar hoe oud ze was. Maud bloosde licht en antwoordde met een zwakke stem dat ze dertien was. 'Dan moet ik nog twee jaar wachten om met jou te trouwen, want dertien vind ik te jong’, zei de timmerman met een diepe zucht.
In New Albany was het blijkbaar geen gewoonte om lang te wachten. Want twee weken later trouwde de timmerman al met Maud. Toen ik zag dat noch de timmerman noch Maud had gewacht vond ik dat het voor mij ook tijd was om daadkrachtig te handelen. Ik vloog naar de aardappelvelden en stortte me op de onrijpe vruchten. Tijdens de vlucht zag ik op het dak van het nieuwe huis de naakte lichamen van de timmerman en zijn vrouw.
Ik beet in de aardappelen, de timmerman in de witte benen van Maud. Ik begreep toen niet waarom de boeren zo verheugd waren met het huwelijk tussen de timmerman en Maud. Later leerde ik dat timmermannen de beste vaders zijn. Het meisje heette nu Maud Faulkner. Ze glunderde de hele tijd van geluk.