De reizen van Fjodor de kraai

1886

Nee, het verdriet van Diego hield niet eeuwig stand omdat de jongen een jaar nadat hij was verlaten door het meisje in San Luis de geest gaf.
Diego was een eigenwijze jongen die niet naar het advies van zijn vader wilde luisteren om nog een tijd in het dorp te blijven. Ik was het met zijn vader eens, maar wie ben ik? Niet meer dan een kraai die Diego op de schouder droeg terwijl hij de hele tijd op het kleine plein van het dorp ijsbeerde. Op een dag mompelde de gebroken jongen dat hij geen dag langer meer kon wachten en dat hij naar Peru zou vertrekken. Die mooie Diego toch. Hij had mooiere wimpers dan welk meisje dan ook. Ik was verslaafd geraakt aan zijn geurige haren en aan zijn zachte adem. Diego wilde naar Peru omdat hij in alle eerlijkheid dacht dat als hij een ring van Peruaans zilver kon maken voor dat meisje hij haar weer terug kon winnen.
Het gras in het dorp van Diego was groener dan het groen van de weilanden in Schotland. Op dat gras begeleidden zeven herdershonden ons het dorp uit. De reis naar Peru begon zo vroeg in de ochtend dat we de ochtendsterren nog konden aanschouwen. De mist van een dag eerder was weggetrokken.
Diego liep met mij op zijn rechterschouder door maïsvelden, door rotsachtige bergen, langs een spoorlijn, langs rivieren, langs dorpen waar indianen ons eten gaven, langs kleurrijke steden waar men raar opkeek van een jongen die een kraai droeg op zijn schouder. Toen Diego acht maanden en zeventien dagen had gewandeld en al die tijd geen moment getwijfeld had aan zijn missie liepen we op een verstikkend hete middag op een heuvel waarvandaan we uitzicht hadden op duizenden mannen die met z'n allen iets deden wat we niet begrepen.
Ik rook daar op de heuvel de stank van de dood. Diego niet.
Diego praatte een paar uur later met een man die geen voortanden had. Die man lachte Diego in zijn gezicht uit en zei: ‘Waarom zou je helemaal naar Peru gaan voor een ring van zilver? Kom hier bij de bouw van het kanaal werken. Als je hier een half jaar hebt gewerkt kun je wel een ring van goud kopen voor je meisje.’
Diego voegde zich bij de andere duizenden en begon meteen die dag te graven in de grond die de twee grote wateren van elkaar scheidde. En alsof de Schepper het er niet mee eens was dat zijn twee wateren niet meer gescheiden zouden zijn, had hij de vliegen op de duizenden jonge lichamen af gestuurd. Ik zag de jongemannen verliezen van de muggen. Ik zag het kanaal niet echt groter worden, maar wel de plek die was verworden tot een grafplaats. De doden kregen niet eens een bord van hout met hun namen erop. De zee, de vliegen, de wrede zon en de Schepper, die hadden de krachten gebundeld en eisten tol voor de onmogelijke wens van de mens.
Het was augustus, Diego kon die dag niet opstaan. Ik stond naast hem. Hij zei: 'Ik heb koude rillingen over mijn hele lichaam, kraai. Ik heb een vreselijke hoofdpijn, mijn huid staat in brand. Ik geloof dat ik doodga. En ik heb niet eens een ring van zilver kunnen kopen voor Carolina.’
Diego ging een maand later dood. Ze droegen hem als een heilige op hun handen naar de grafplaats. Ik zat op zijn buik die niet meer bewoog. En ik dacht: jij was zoveel rijker dan de mannen die alles gaan kopen voor haar. De zeven herdershonden waren van jou. De lucht was van jou, de sterren, de rivier en Fjodor de kraai. We waren allemaal van jou.