De reizen van Fjodor de kraai

1887

Wil je de dood vergeten, blijf dan in de buurt van de vrouwen. Want je weet nooit welke vrouw verliefd kan worden op je lelijke smoel en de gedachte aan de dood uit je hoofd kan zetten. De dood van Diego heb ik dan ook verwerkt nadat zeven of acht vrouwtjeskraaien in waren gegaan op mijn toespelingen.
Ik was weggevlogen uit Panama waar Diego begraven lag. De vreselijke muggen zoemden nog boven zijn graf, alsof het niet genoeg was dat ze hem onder die grond hadden doen belanden. In Caracas waren er gelukkig geen muggen dat jaar. In de straten van Caracas wandelden jongemannen die de mooie buikjes van de meisjes van dezelfde stad zo snel mogelijk wilden voorzien van baby’s. Maar er was wel een obstakel voor die jongemannen in Caracas. Namelijk dat elk meisje in Caracas geen moment twijfelde aan de gedachte dat zij het mooiste meisje van de wereld was. Niet dat de meisjes ongelijk hadden. Maar het was dat de meisjes hun schoonheid niet in gevaar wilden brengen door de jongens te geven wat ze wilden: een dikke buik met een baby erin.
De wedstrijden die nu worden gehouden om te bepalen wie het mooiste meisje van de wereld is, bestonden toen niet, beste jongen. Maar de meisjes in Caracas zaten er niet mee. Daar in die stad kregen ze toch elke dag te horen dat ze de mooiste van de wereld waren. Van de regendruppels die in de winter en in het voorjaar vielen, van de bloemen die in hun huizen bloeiden, van de wind die hun haren streelde, van Fjodor de kraai die vanuit de bomen de waarheid kraste en van de stoffige straten waar de meisjes recht en fier liepen, wetend dus dat nergens in de wereld zulke schoonheden zouden kunnen zijn als in Caracas.
De eerste stap om uit deze impasse te komen werd op een extreem warme zomerdag gezet. Een paar jongemannen kwamen bij elkaar en zeiden geheimzinnige dingen tegen elkaar. Meteen had ik door dat ze een manier hadden gevonden om de meisjes zwanger te maken. Ik ging luisteren naar die slimme gasten. Ze zeiden: ‘Onze tijd, de tijd van de bourgeoisie, heeft als karakteristiek dat hij de klassentegenstellingen vereenvoudigd heeft. Er zijn twee kampen die elkaars vijanden zijn: bourgeoisie en proletariaat.’
Ik was toen te jong en te onnozel om door te hebben wat deze jongemannen in Caracas wilden. Vele jaren later begreep ik dat ze het voor de arbeiders in de fabrieken wilden opnemen. Maar ik weet zeker dat er toen niet één fabriek was te vinden in Caracas. Maar fabriek of geen fabriek, de faam van de roekeloze, dappere jongens die niet bang waren voor het leger en de politie bereikte niet alleen de mannen die het land leidden maar ook de meisjes die met alle zekerheid de mooiste waren in de wereld. De revolutie van de jongens die gelijkheid zou brengen, bracht allereerst verticale schermutselingen tussen de politie en de jongens. Een tijd later zag ik horizontale schermutselingen tussen deze socialisten en de schoonheden in de stad. De meisjes die de buikjes plat wilden houden verzetten zich tegen de aantrekkingskracht van de stoere jongemannen die het zelfs beter wisten dan de Schepper. Maar hoe lang kun je je verzetten tegen de natuur die wil dat je het beste kind op aarde brengt?
Toen het winter was zag ik de meisjes in de straten van Caracas wandelen. Nu met dikke buiken. Ja zeker, de meisjes in Caracas waren mooi. Zo mooi dat ze de hoofden van de jongens zo op hol brachten dat die arme knaapjes onmogelijke zinnen uit het hoofd moesten leren. Ze waren zo mooi dat die man die Karl heette en net als mijn Diego onder de grond lag, voet zette op het Latijnse land.