De tien grootste problemen

2: De minachting voor feiten

‘De werkelijkheid is in de politiek steeds verder uit beeld geraakt’

Dick Houtman, hoogleraar cultuursociologie, Erasmus Universiteit Rotterdam

Medium 2

‘MISSCHIEN klopt het niet helemaal wat Wilders zegt, maar het is wel waar.’ Met deze uitspraak van een aanhanger van Geert Wilders illustreert Dick Houtman een thema dat veel wetenschappers zorgen baart: het onderscheid tussen perceptie en realiteit. Houtman verwoordt de zorg als volgt: 'De werkelijkheid is in de politiek steeds verder uit beeld geraakt en vervangen door mediaverhalen, beelden, metaforen en soundbites.’

Dit heeft fascinerende paradoxen tot gevolg, meent de Amsterdamse politicoloog Tom van der Meer: 'We voelen ons aantoonbaar veiliger, zo blijkt uit onderzoek, maar toch ervaren we dat niet zo.’ De werkelijkheid voegt zich naar het verhaal, en niet andersom. Van der Meer verklaart dit uit onze neiging tot chagrijn; we wentelen ons maar al te graag in negativisme. Als bewijsvoering noemt hij een onderzoek uit 2009, waarin Nederlanders meermalen aangeven dat hun tevredenheid op peil blijft. Maar in een terugblik beleeft men dit anders: 'Dan denkt slechts drie procent van de Nederlanders dat het beter is gegaan, terwijl het volgens maar liefst 45 procent slechter ging in 2009.’

Deze mismatch tussen ervaring en realiteit zit vele wetenschappers dwars. Tom Postmes, hoogleraar sociale psychologie in Groningen, schrijft: 'We leven in tijden van verontwaardiging, walging, woede en angst over verval. Cijfers die uitwijzen dat criminaliteit daalt, dat allochtonen goed integreren, dat moslims geen terrorist zijn, dat burgers vertrouwen hebben in de overheid, en dat drankgebruik afneemt: we geloven het niet, want ons gevoel zegt dat het niet waar kán zijn, dat het niet waar mág zijn.’ Kortom, positieve feiten leggen het af tegen onze sombere, negatieve mentale staat. In de woorden van VU-hoogleraar bestuurskunde Leo Huberts: 'Nederland wordt overspoeld met overschatte problemen, maar de opgetrokken dijken worden niet gezien of niet geloofd.’ Ook Leo Lucassen, hoogleraar sociale geschiedenis aan de Universiteit Leiden, besteedt zijn bijdrage aan dit probleem. Zorgen over vermeende 'massamigratie’ zijn volgens hem een vorm van 'massahysterie’. Zijn historisch onderzoek naar migratiestromen laat zien dat de echte record-massa-immigratie plaatsvond gedurende de Gouden Eeuw en dat immigratie een van de structurele kenmerken in de Nederlandse geschiedenis is. Economisch is een positief en selectief immigratiebeleid van levensbelang voor Nederland, aldus Lucassen.
Deze disbalans tussen gevoel en realiteit manifesteert zich vooral op het terrein van de integratie van minderheden, vinden de wetenschappers. Karen van Oudenhoven-van der Zee, hoogleraar organisatiepsychologie in Groningen, schrijft: 'Ook moslims brengen ’s ochtends hun kinderen naar school, staan net als wij in de file. Hun religiebeleving lijkt sterk op de onze: velen vieren het Suikerfeest, maar gaan niet altijd naar de moskee. De werkloosheid onder culturele minderheden is relatief laag, hun opleidingsniveau stijgt snel.’ Maar het beeld is anders, meent ze. Niet enkel in de media en in de politiek, maar zelfs in de wetenschap. Positieve ontwikkelingen onder minderheden zouden volgens haar 'veel beter in kaart kunnen worden gebracht’. Die opvatting is ook te vinden bij Andreas Flache, hoogleraar sociologie in Groningen. Uit zijn onderzoek blijkt: 'Nederland investeert - terecht - veel op terreinen zoals het wegwerken van onderwijsachterstanden, of het bevorderen van integratie en sociale cohesie in probleemwijken. En ondanks alle problemen vindt op scholen, in het werkleven en in wijken in Nederland veel positief contact plaats tussen allochtonen en autochtonen.’

Medium milo2

De samenleving lijkt op hol geslagen, met de politiek voorop, vrezen velen. Politicoloog Tjitske Akkerman van de UvA spreekt namens hen als ze schrijft: 'Politieke problemen zijn soms al even fictief als het volk dat met deze problemen worstelt. Media en politici pretenderen nogal eens dat ze misstanden aan de kaak stellen in naam van een imaginair volk dat zich bevindt in een volksbuurt in Gouda of in een willekeurige straat in Nederland. In onze politieke cultuur bestaat een groot gebrek aan nuchterheid en realiteitszin. In economisch onzekere tijden is dat zorgelijk.’

Wat zit daar achter? Diverse wetenschappers doen een poging tot analyse, soms zelfs tot een verklaring. Eerdergenoemde Willem Trommel zoekt de oorzaak in ons onvermogen om onze nieuwe bestaansonzekerheid onder ogen te zien. 'Of het nu gaat om rellerige Marokkaanse jongeren of om verloedering van wijken: steeds wordt ons aangepraat dat het hier gaat om problemen van veiligheid en integratie. In werkelijkheid spelen allerlei maatschappelijke kwesties die het gevolg zijn van voortschrijdende modernisering en globalisering.’
Trommel krijgt bijval van Sarah de Lange van de UvA-vakgroep politieke wetenschappen. We herkennen de economische en sociale achtergronden van maatschappelijke problemen niet meer. Dit leidt tot 'ineffectieve symboolpolitiek’, want de echte problemen worden niet geadresseerd, meent zij. Emeritus hoogleraar wijsbegeerte Machiel Karskens uit Nijmegen gaat daarin nog een stap verder, hij vermoedt kwade wil. We zijn getuige van nieuwe klassenvorming, maar we herkennen het niet meer, omdat de problemen worden weggedrukt of 'op een valse manier’ worden geframed als veiligheids- of immigratievraagstukken, denkt hij.

We lopen daarbij het risico dat deze onjuiste verhalen alsnog werkelijkheid worden, waarschuwt Tom van der Meer. Hij citeert het Thomas-theorema: 'If men define situations as real, they are real in their consequences.’ Ook Ashley Terlouw, hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit, is daar bang voor. 'We zijn een in onszelf gekeerd, navelstaarderig landje aan het worden met nare discriminatoire trekken. We miskennen dat het belang van Nederland ook kan bestaan uit het hoog houden van waarden als gastvrijheid en empathie. De teloorgang dreigt van niet-materiële waarden als diversiteit en dialoog.’
Maar waarschuwingen, hoe diepgevoeld ook, kunnen het tij niet keren, vindt Dick Houtman. We moeten zien te begrijpen wat er precies in Nederland aan de hand is, namelijk een botsing van twee ethieken. Houtman schrijft: 'Men kan Wilders natuurlijk best verwijten dat in Nederland moslima’s in boerka’s nauwelijks voorkomen, maar dat iets wel of niet “waar” is doet er in zijn politieke logica niet zoveel toe. Het gaat er veeleer om dat men hartstochtelijk voor of juist mordicus tegen is.’ Zo'n politicus staat in de ogen van zijn achterban tenminste nog ergens voor.

Volgens Houtman verlangen veel laagopgeleide autochtone Nederlanders naar een nieuw verhaal dat hun een identiteit en een toekomstperspectief biedt. Zo'n verhaal staat 'bijna per definitie’ haaks op de werkelijkheid, zegt hij. Daardoor is het nauwelijks vatbaar voor tegenwerpingen als 'niet waar’ of 'praktisch onuitvoerbaar’. In de bestuurlijke Verantwortungsethik daarentegen gaat het om het praktische, maximaal haalbare compromis. Houtman: 'Het grote probleem van de hedendaagse Nederlandse politiek is dat men nauwelijks uit de voeten kan met de logica van de populistische Gesinnungsethik en al evenmin met het verlangen dat eraan ten grondslag ligt - het verlangen naar een verhaal om in te wonen.’