20 februari blijft een elitaire Marokkaanse club

Rabat - De Marokkaanse protestbeweging viert deze week haar eerste verjaardag, maar is er echt reden voor een feestje? Sinds de eerste grote demonstratie op 20 februari 2011 gaan er wel regelmatig een paar duizend man de straat op in Marokko.

De 20 februari-beweging wordt gedragen door jongeren uit de middenklasse. Natuurlijk hebben ze zelf ook last van de beperkte vrijheid van meningsuiting, de corruptie en de ongelijke verdeling van rijkdom in Marokko, maar het gros van de klachten die ze verwoorden heeft betrekking op Marokkanen uit de armere klassen. Toch zagen die geen reden om ook de straat op te gaan. Te druk met overleven om zich met politiek bezig te houden? Een vijfde van de Marokkaanse bevolking leeft onder de armoedegrens. En dat de helft van de Marokkanen niet kan lezen en schrijven, helpt natuurlijk niet bij het ontwikkelen van een politiek bewustzijn.
Daarbij is het moeilijk om iedereen mee te krijgen, omdat er in Marokko niet, zoals bij de buren, één tiran is aan te wijzen. Verschillende beruchte zakkenvullers uit de elite zijn het mikpunt van de activisten. Koning Mohamed VI blijft echter buiten schot. De meeste Marokkanen zien hem als hoeder van het land en zelfs als ze kritiek op hem hebben, onderschrijven ze het belang van het koningshuis voor de eenheid van Marokko, dat veel verschillende talen, culturen en ideologieën kent.
Die diversiteit is een obstakel voor het organiseren van een sterke oppositie. Onlangs trokken de islamisten van de organisatie Adl Wal Ihsane zich terug uit de 20 februaribeweging vanwege onoverbrugbare ideologische verschillen. Een zware tegenslag voor de 20 februariërs. Toen de acties van de verenigingen van hoogopgeleide werklozen plotseling heftiger werden - met als treurig hoogtepunt enkele zelfverbrandingen - probeerde 20 februari daarvan mee te profiteren, maar het lukte niet om aansluiting te vinden. En zo blijft 20 februari een elitaire club. Als mensen al de straat op gaan om hun onvrede te uiten, voelen ze zich niet geroepen om dat onder aanvoering van 20 februari-activisten te doen. In het binnenland is het de laatste tijd onrustig: in verschillende stadjes liepen protesten over werkloosheid en slechte leefomstandigheden uit de hand. Toen ordetroepen demonstraties in de provinciestad Taza neer wilden slaan braken heftige rellen uit, waarbij zeker honderd gewonden vielen. De stad werd van de buitenwereld afgegrendeld, uit angst dat de onlusten over zouden slaan. Het is dus nog niet te laat voor een revolutie in Marokko, maar mocht het zover komen, dan zal 20 februari daarbij een minimale rol spelen. De eerste verjaardag zou wel eens de laatste kunnen zijn.
ELLEN VAN DE BOVENKAMP