Sandro Veronesi

20. Kalme chaos

Sandro Veronesi, Kalme Chaos (2005)

Volgens sommige wetenschappers had de mens drie, vier eeuwen terug een tragere hartslag, waardoor het adagio-tempo in de muziek langzamer zou zijn uitgevoerd dan tegenwoordig.

Wat is de hartslag van de mens in het derde millennium? Ik denk dat we daarvoor best ons oor te luisteren kunnen leggen bij het oeuvre van de Italiaan Sandro Veronesi.

Veronesi is een geraffineerd portrettist van de derdemillenniummens. Met de roman In de ban van mijn vader (2000) legde hij al de subtiele processen bloot van een neurotische, paranoïde grotestadbewoner die geconfronteerd wordt met iets onbegrijpelijks. In Caos calmo (Kalme chaos, 2006) tilt hij dit onderzoek naar een breder plan.

De openingsscène is hectisch, up speed: Pietro en zijn broer redden aan het strand twee vrouwen van de verdrinkingsdood. Thuis staat er een ambulance voor Pietro’s deur: zijn vrouw is ineens gestorven, en hij blijft alleen achter met dochter Claudia van tien.

Even uithijgen. En dan? Je verwacht méér actie, sensatie, een hartverscheurend rouwproces. Niks van dat alles. De rest van het boek contrasteert met de openingsscène, en heeft het tempo van een kalm adagio.

Pietro Paladini, succesvol topmanager, besluit na de dood van zijn vrouw niet naar zijn werk te gaan. Hij brengt Claudia naar school, en in zijn Audi A3 blijft hij de hele dag wachten tot ze weer naar buiten komt. De dag erop doet hij dat weer. En daarna weer. En ineens is die auto zijn mobiele kantoor van waaruit hij werkt, maar vooral van waaruit hij de buitenwereld met andere ogen gaat bekijken.

Terwijl hij tot zijn eigen verbazing hoegenaamd onaangedaan is door de dood van zijn vrouw - er is een vreemde sereniteit in de plaats van verdriet gekomen - wordt hij langzaamaan de biechtvader van collega’s en van allerlei mensen die hij rond het schoolplein ontmoet, en die een caleidoscopische waaier van levensverhalen opleveren.

Het adagio is echter een verraderlijk adagio. Veronesi slaagt erin om invoelbaar te maken welke spanningen zich, zowel bij Pietro als bij de mensen in zijn omgeving, onderhuids hebben opgestapeld en hoe die langzaam een slopende uitwerking hebben op iemands realiteitsbesef.

Er is een reorganisatie gaande in Pietro’s bedrijf, de ouders en passanten rond het schoolplein hebben allemaal hun eigen sores, en dan duikt ook de vrouw die hij die dag uit zee redde op.

Het is een genot om te volgen met hoeveel compositorisch vernuft en stilistische lenigheid Veronesi dit grootse, schijnbaar ingetogen drama opvoert. Over zijn eerdere boeken is nog wel geschreven dat ze af en toe iets té geconstrueerd zijn, maar Kalme chaos kun je dat verwijt onmogelijk maken. Alles in dit boek grijpt subtiel en organisch in elkaar, wat bewijst dat Veronesi niet minder is gaan construeren maar juist meer en beter.