De politicoloog Dick Pels brak deze dagen een lans voor de heroprichting van de Vrijzinnig-Democratische Bond (1901-1946). Deze beweging lijkt weggezakt uit het collectieve geheugen. De vdb was een kleine partij, een van de splinters van het negentiende-eeuwse liberalisme, die in 1946 opging in de nieuwe Partij van de Arbeid. In zijn proefschrift Om de democratie: De geschiedenis van de Vrijzinnig-Democratische Bond, 1901-1946 bestrijdt Meine Henk Klijnsma dit beeld. Volgens hem was de vdb de vertegenwoordiger van een zelfstandige politieke stroming die in 1946 niet ophield te bestaan. In De Groene Amsterdammer van volgende week debatteert Dick Pels met Meindert Fennema en Rob Hartmans over de vdb en de kansen op een herleving van de beweging.

2011: Hoezee! Doe mee! Leve de VDB!

‘Verleden en toekomst van onze Bond’. Toespraak gehouden in Café P96, Amsterdam, op 18 december 2011.

‘Beste vrienden van de Afdeling Amsterdam van de Vrijzinnig-Democratische Bond, het is me vreemd te moede om vandaag terug te kijken op het zojuist afgesloten enerverende verkiezingsjaar 2011 en de grote sprong vooruit die onze Bond in de afgelopen jaren heeft gemaakt. Ik zet de belangrijkste feiten nog even op een rijtje.

Na vier kabinetten-Balkenende zijn we getuige geweest van de volledige ineenstorting van het cda, zodanig definitief (terug naar zeven zetels) dat Balkenende waarschijnlijk de laatste confessionele premier van Nederland is geweest. Dan de onverwachte winst van de pvda, toch weer de grootste partij in de Tweede Kamer, die zich wonderbaarlijk heeft hersteld van het tussentijdse vertrek van Wouter Bos naar Shell en het moddergevecht om het partijleiderschap dat Ronald Plasterk niet zonder beschadiging heeft gewonnen. Plus de tegenvallende uitslag voor de sp, toch nog een knap resultaat na de vadermoord op Jan Marijnissen door Ronald van Raak en de interne democratisering, die ook senator Yildirim en zijn vriendin weer heeft teruggebracht in de moederpartij.

Onze eigen zeven zetels zijn er niet eens zo veel in dit klimaat van electoraal stuifzand en extreme uitslagen, mede gezien eerdere monsterscores voor de lpf, de sp en de pvv. Maar niemand kon voorspellen dat de beide resterende d66-parlementariërs, Boris van der Ham en Fatma Koser Kaya, zich onmiddellijk bij onze Bond zouden aansluiten, evenals vrijzinnig-democratische pvda-kamerleden als Mei Li Vos, Paul Kalma en Paul Tang, en dat de gedecimeerde GroenLinks-fractie met haar drie restzetels na het plotselinge vertrek van Femke Halsema naar de unhcr hetzelfde zou doen. Vijftien zetels vormen een mooi uitgangspunt voor vrijzinnige oppositie tegen het nieuwe kabinet van pvda-cda en cu, waarin de pvda nu de eerste viool speelt, de ChristenUnie een sterke tweede positie inneemt, en het cda onder leiding van Leonard Geluk de kleinste en minst stabiele partner is geworden.

Niemand verwachtte trouwens dat Balkenende IV de rit volledig zou uitzitten. Elk dramatisch moment in ons volksbestaan van de afgelopen jaren – de grote overstroming van Noord- en Zuid-Holland in de winter van 2009, de zwarte maandag van 25 mei 2010, toen ons land volledig tot stilstand kwam door 2500 kilometer file en een volledig vastgelopen computersysteem van de NS, de smadelijke repatriëring van onze troepen uit Uruzgan en de zelfmoord eerder dit jaar van Geert Wilders – elk van deze momenten was in feite genoeg om de toch al broze coalitie te doen barsten. Maar op de een of andere manier lukte het Balkenende toch steeds weer om de boel bij elkaar te houden, ook al kostte dat hem zijn groeidiamant Eurlings, zijn spindoctor Jack de Vries, die het leger in zijn ondeskundigheid van de verkeerde Hummers voorzag, en pvda-minister Guusje ter Horst, die de beveiliging van Wilders na de wereldwijde commotie rondom zijn anti-koran-film uit bezuinigingsoverwegingen stopzette.

U weet dat onze partij is opgericht op 17 maart 1901 als afscheiding van de Liberale Unie, die zich verzette tegen de invoering van het algemeen kiesrecht. Onze Aletta Jacobs maakte zich sterk voor het vrouwenkiesrecht, dat er op ons initiatief in 1922 ook kwam. Critici die zeggen dat wij terug willen naar het districtenstelsel beseffen blijkbaar niet dat wij ons juist hebben ingezet om dit achterhaalde negentiende-eeuwse systeem de nek om te draaien.

U weet dat onze leider Dirk Bos in 1913 een poging deed om een progressief kabinet te vormen met de sdap, maar dat Troelstra de regeringsverantwoordelijkheid niet durfde aanvaarden. Het zakenkabinet-Cort van der Linden dat daarna aantrad deed het niet slecht, mede door de grote inzet van onze man Willem Treub, die de oorlogseconomie op energieke wijze vormgaf. Jammer dat Treub nadien ontspoorde en met zijn rechtse Economische Bond een soort fortuynistisch politiek theater ging bedrijven.

In 1918 was het onze leider Hendrik Marchant die de onbesuisde revolutieoproep van Troelstra smoorde met een welsprekende rede in het parlement, die Troelstra zelf, zo bekende hij later in zijn memoires, deed inzien dat hij een grote vergissing had begaan. In 1926 kreeg onze partij nogmaals de kans om een progressieve coalitie te vormen. Ditmaal waren het de confessionelen van de rksp die weigerden met ons en de sdap in zee te gaan.

Natuurlijk heeft onze partij fouten begaan; hoe zou het in een zo lange geschiedenis anders kunnen! Minder trots zijn we op onze deelname in het tweede kabinet-Colijn vanaf 1933, met Marchant op Onderwijs en Pieter Oud op Financiën. Marchant kwam ten val omdat hij stiekem katholiek bleek te zijn geworden en Oud is jarenlang verguisd vanwege zijn strenge beleid rond de ‘gave gulden’ en de loonbeheersing (dat wil zeggen loonsverlaging).

In de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog waren onze kopstukken nauw betrokken bij het beraad in Sint-Michielsgestel, het kamp waarin zo’n beetje de hele Nederlandse elite door de bezetter was opgesloten. Hier werd de doorbraak voorbereid die in 1945 leidde tot het premierschap van onze man Schermerhorn en in 1946 tot de oprichting van de Partij van de Arbeid, waarin onze Bond vol overtuiging opging. Alleen Oud kon deze stap niet maken en richtte in 1948 de vvd op. Zo werd het vrijzinnig-democratische gedachtegoed in feite gesplitst in een socialistische en een liberale tak, terwijl de vdb juist altijd een derde weg tussen beide had proberen te bewandelen.

Sindsdien heeft onze partij vooral ondergronds gewerkt, hoewel ons gedachtegoed is blijven voortleven en in de pvda bijvoorbeeld belichaamd werd door Schermerhorn, Joekes en Vondeling. Het sociaal-individualisme van Jacques de Kadt sloot hierbij aan en had een grote invloed op het denken van Joop den Uyl. Maar 65 jaar na dato kunnen we niet anders dan constateren dat het met de Partij van de Arbeid niet is geworden wat we ervan hebben verwacht. Met Wouter Bos en zijn Beginselmanifest van 2005 hadden we nog even hoop, maar die vervloog zodra de pvda in de coalitie met cda en cu terugzakte in een moralistische vorm van gemeenschapsdenken. Ook d66, de eigenlijke voortzetting van onze partij, heeft niet gebracht wat we ervan hebben gehoopt. Onze man Van Mierlo deed het goed, maar zijn partij zwabberde veertig jaar tussen links en rechts en leverde zich in Balkenende III op fatale wijze uit aan een doorgeschoten neoliberalisme.

Sinds de feestelijke heroprichting van onze partij in 2008 zijn de vrijzinnig-democraten uit alle politieke windrichtingen massaal naar ons teruggekeerd. Ons ideologisch programma verbindt een radicale opvatting van de kansengelijkheid met een even radicale opvatting van staatkundige vernieuwing – iets waar de Nederlandse politieke partijen anno 2011, ook na de val van de regent Guusje ter Horst, nog steeds niets van willen weten.

Daarbij houden we vast aan het grondbeginsel van de vrijzinnige tolerantie en koppelen we dit met succes aan een nieuwe politieke stijl die de perversiteiten van de traditionele partijcultuur, zoals de coalitiedwang, de fractiediscipline, het benoemingencircus en de bijna structurele leugenachtigheid en hypocrisie vermijdt. Denkt u bijvoorbeeld aan de van ongeloofwaardigheid stinkende controverse tussen ex-minister Bot en premier Balkenende in december 2007.

Die nieuwe, meer persoonlijke stijl van politiek individualisme wordt belichaamd en uitgedragen door onze succesvolle, mediagenieke lijsttrekker Salima Belhaj, die niet voor niets zo veel vrijzinnige moslims voor onze partij heeft weten te winnen. Met haar in de Kamer en met onze kandidaat-premier Alexander Rinnooy Kan (we nemen het dualisme serieus) zal de vdb een glanzende toekomst tegemoet gaan. Als chef-ideoloog van onze Bond kan ik alleen maar hopen dat we na de komende oppositieperiode, die hopelijk kort zal duren, ons mooie Nederland ook vanuit de regering kunnen veranderen in een vrijzinnig-democratisch land. Hoezee! Doe mee! Leve de vdb!’

Zie ook: http://waterlog.nu/

Medium omslagboekje0097