2014 was het jaar waarin films weer groot werden

Indrukwekkende tentoonstellingen, verleidelijke films, ontroerende opera, (tragi)komische televisie, en verpletterende platen – 2014 was een rijk jaar. Dit zijn de hoogtepunten van onze kunst- en cultuurcritici.

Medium interstellar

In het afgelopen jaar ging ik voor het eerst weer echt naar de bioscoop. Dat klinkt raar. Maar toch is het zo. Het liefst zag ik films mét publiek in grote bioscopen in plaats van dat ik ze bekeek op persvoorstellingen in zaaltjes met een klein scherm, of thuis via een online-screening mogelijk gemaakt door een distributeur. Het verschil tussen ‘naar de bioscoop gaan’ en ‘films zien’ kenschetst mijn filmjaar.

Dat geldt misschien ook wel voor mensen die niet voor hun werk films bekijken. Het zien van een film is iets anders geworden dan de ervaring van het zien van een film. Een film zie je op een willekeurig scherm, van mobiele telefoon tot televisie. Een film ervaren kan alleen in de bioscoop. De zwaartekracht van cinema, misschien ook de toekomst van deze kunstvorm, komt steeds meer bij dat laatste te liggen.

Twee jaar geleden zag ik de inmiddels legendarische flop John Carter in de Imax-bioscoop in Amsterdam Zuidoost. Het pulpverhaal van Edgar Rice Burroughs transformeerde in die enorme zaal tot een overdonderende kijkervaring. In de jaren daarna kreeg dit een vervolg, met in chronologische volgorde The Dark Knight Rises van Christopher Nolan, de twee Star Trek-films van J.J. Abrams, Gravity van Alfonso Cuaron, en in het afgelopen jaar Nolans Interstellar.

2014 was het jaar waarin films weer groot zijn geworden, letterlijk, juist terwijl de mogelijkheden om online films te bekijken via video-on-demand gestaag groeien. En alles wijst erop dat deze ontwikkelingen zullen doorzetten. De trailer van Terrence Malicks nog uit te brengen film Knight of Cups stelt een werk in het vooruitzicht waarin het beeld net als bij Interstellar zo overrompelend is dat het ervaren ervan in de bioscoop het hele punt is.

De terugkeer naar en van de bioscoop manifesteerde zich dit jaar ook in de programmering van Filmmuseum EYE. Diverse tentoonstellingen, met name die rond de Canadese filmmaker David Cronenberg, maakten het mogelijk klassieke films op het grote scherm te zien in plaats van thuis. Een absoluut hoogtepunt was de maandelijkse serie Cinema Egzotik van regisseur Martin Koolhoven en EYE-programmeur Ronald Simons. In de marketing van de serie valt vaak de noemer ‘cult’, maar dit is misleidend. De films die men op deze avonden draaide –bijna altijd op 35mm in plaats van digitaal, soms zelfs gerestaureerd –zijn parels, met als hoogtepunt William Friedkins Sorcerer (1977). De film is in het buitenland goed verkrijgbaar op bluray, maar het zien ervan in de bioscoop van EYE was overrompelend.

Films die verleiden, die overweldigen, die dwingend zijn en zich daarom in je hoofd nestelen. Deze dingen zijn voor mij leidend geweest in het opstellen van een toplijst. De beste films vormden unieke ervaringen in tijd en ruimte –in de bioscoop, op een avond. En het zijn werken waarvan ik me kan voorstellen dat ik ze in de toekomst keer op keer opnieuw zou kunnen bekijken, maar dan wel onder andere omstandigheden. Sommige films, bijvoorbeeld Richard Linklaters terecht bejubelde Boyhood en Xavier Dolans intense Mommy bieden eveneens een ‘ervaring’. Maar ik kan me niet indenken dat ik ze snel weer zou willen zien.

De beste films van 2014:

Interstellar van Christopher Nolan.
Under the Skin van Jonathan Glazer.
Mr. Turner van Mike Leigh.
Ida van Pawel Pawlikowski.
Les Salauds van Claire Denis.
Snowpiercer van Bong Joon-ho.
Enemy van Denis Villeneuve.
L’inconnu du lac van Alain Guiraudie.
Dawn of the Planet of the Apes van Matt Reeves.
Leviathan van Andrey Zvyagintsev.

En bubbling under:

Blue Ruin van Jeremy Saulnier, Exodus: Gods and Kings van Ridley Scott, All is Lost van J.C. Chandor, The Grand Budapest Hotel van Wes Anderson, Winter Sleep van Nuri Bilge Ceylan, Her van Spike Jonze, Noah van Darren Aronofsky en Night Moves van Kelly Reichardt.

Films die het niet hebben gehaald, maar die om vooralsnog onverklaarbare redenen bij mij zijn blijven hangen:

Nightcrawler van Dan Gilroy, Lucy van Luc Besson, White God van Kornél Mundruczó, A Touch of Sin van Zhang Ke Jia, The Immigrant van James Gray, Godzilla van Gareth Edwards en A Walk Among the Tombstones van Scott Frank.

Films die ik niet of slecht besprak, wat een vergissing zou kunnen zijn:

Lucia de B. van Paula van der Oest.