© Bonnita Postma

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van De meisjes?
Mijn uitgangspunt is geweest om over mijn eigen leven te schrijven, over dingen die gebeurd zijn en die me bezighouden, en dan vermomd als sprookjes. Dus sommige zijn wat verdrietiger en wat lastiger, maar ik had heel veel plezier in het sprookje Kikker. Dat is een licht en lief verhaal. Het gaat over een meisje dat wil dat haar kikker in een prins verandert, maar dat doet hij maar niet… Uiteindelijk legt ze zich erbij neer, en is het toch heel fijn met de kikker. Ik las het voor aan mijn man en die zei meteen: ‘Am I your frog?’

Is er een sprookje wat u ook had willen bewerken, maar hebt laten liggen?
In De meisjes heb ik alleen sprookjes van Grimm en Perrault bewerkt, geen Andersen. Van Andersen zou ik nog heel graag De sneeuwkoningin doen. Het is een wonderlijk sprookje, één van mijn lievelings.

Wat was uw lievelingssprookje als kind?
Ik hield toen niet speciaal van sprookjes, ik kende ze gewoon. Net als de verhalen uit de bijbel. Toen ik bezig was met De meisjes wist ik wel dat ik heel graag Belle en het beest en Blauwbaard wilde doen, dat zijn erg mooie verhalen, waar ook al veel mensen iets mee gedaan hebben. Ik houd van bewerkingen, van variaties op de verhalen die iedereen kent. Door die bewerkingen krijgt zo'n verhaal op een andere manier diepgang.

Weet u altijd meteen hoe een tekening bij een verhaal eruit moet zien?
Nee, helemaal niet. Ik heb voor De meisjes ook allerlei andere dingen geschetst, veel illustratiever, meer mijn oude techniek. Ik wilde eerst iets doen met speelkaarten en middeleeuwse tekeningen, maar dat werd gewoon niet mooi. Nu heb ik het gedaan met de Scraperboard-techniek, dat is met een zwart bord waar je witte krassen in maakt, dus precies andersom.

Leest u liever kinderboeken of boeken voor volwassenen?
Ik houd het meest van volwassenenboeken over kinderen. Dat hele gedoe over relaties, waar veel volwassenenboeken over gaan, interesseert me niet zo erg. Maar dat kind zijn en vaders hebben, moeders hebben, relaties tussen ouders en kinderen, dingen die een beetje op het randje zijn, ‘mag dat wel?’ – dat interesseert me heel erg. Bijvoorbeeld dat boek van Ted van Lieshout, Mijn meneer, over zijn ervaringen als kind met ‘zijn meneer’, en laatst ook De beitelaar, dat vond ik heel erg mooi. En Kees de jongen, van Theo Thijssen. Renate Dorrestein kon dat ook heel goed, bijvoorbeeld in het boek Verborgen gebreken, dat is een van mijn lievelingsboeken van haar.

Welke kinderboekenschrijver wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Paul Biegel, hoop ik. Ik houd zelf ook erg van Wim Hofman, maar dat wordt nu al niet meer zo veel gelezen.

Welk boek moet ieder kind lezen?
Lampje? Ik hoop natuurlijk dat ieder kind dat leest, al weet ik ook wel dat het niet voor ieder kind is. Een boek waar ik zelf helemaal verrukt van was op mijn elfde, en nog steeds, is Momo en de tijdspaarders van Michael Ende. Dat is helemaal niet zo bekend en dat is jammer, dus ik wil wel dat ieder kind dat gaat lezen.

Welke kinderboekenschrijver of welk kinderboek is het meest onderschat en waarom?
Misschien die boeken van Wim Hofman, bijvoorbeeld Van Aap tot Zip, dat zijn eenvoudige verhalen, maar zó leuk geschreven. Het is gewoon een Avi 0-boekje. Zijn boeken over Wim heb ik altijd prachtig gevonden, en ook dat over koning Wikkepokluk, dat is bizar en vreselijk grappig.

Wat is uw favoriete personage uit een kinderboek?
Misschien wel Momo, uit Momo en de tijdspaarders. Zo'n bijzonder meisje, dat goed kan luisteren en in zo'n amfitheater woont in haar eentje, nog veel mooier dan Pippi eigenlijk. Dat vind ik echt een briljant personage.

Wat is uw favoriete personage uit uw eigen werk?
Allemaal, ik denk heel vaak aan mijn personages. Er is nu een televisieserie gemaakt van Lampje, de eerste aflevering wordt in december uitgezonden. Die casting klopt heel goed. Dan zie ik de personages die ik zelf heb bedacht gespeeld worden door acteurs, heel gek is dat. Die schooljuffrouw Amalia, die vind ik gewoon heerlijk, daar ben ik stiekem ook weer over aan het schrijven.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Mag een gedicht ook? Eva Gerlach heeft een gedicht geschreven voor het project De Eenzame Uitvaart, waarbij dichters een gedicht schrijven voor een overledene die door de gemeente begraven wordt, omdat diegene geen familie of contacten meer heeft die dat willen doen. Haar gedicht was voor een Oekraïense mevrouw, mevrouw S. Daar heb ik heel hard om gehuild, het is zo mooi, zo precies goed, zo erg. Er is dan ook meteen iets dat zegt: ik wou dat ik het zó kon.

Welke tekening, gemaakt door iemand anders, zou u zelf getekend willen hebben?
Twee tekeningen van Thé Tjong-Khing, uit het boek Kleine Sofie en Lange Wapper, van Els Pelgrom. Die met dat zeilschip en al die sterren, en die van het zeilschip in de storm, met alle golven van de zee. Ze zijn met een pennetje getekend. Wat ik er mooi aan vind is het doorgewerkte, met zo'n pennetje krijgt hij die hele zee voor elkaar. Het is altijd precies goed wat hij maakt.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat dan zijn?
Ik zou wel in de jaren vijftig willen schrijven. Veel dingen moesten toen nog een beetje beginnen. Alles was niet al zo volgeschreven, al zo bekend. Die tijd van Annie M.G. Schmidt, daar heb ik veel over gelezen. En ik zou ook wel bij het begin van Amerika willen zijn, dat het daar nog leeg is, en niet volgebouwd en volbedacht. Dat is natuurlijk veel te ruig voor mij, ik ben helemaal niet van het schieten en het landbewerken, maar ik heb nu vaak het gevoel dat alles zo vól is. Er is zo ontzettend veel. En zo veel is al gedaan, al gezegd. Ik vind dat moeilijk. Ik zou wel in een soort stilte een schrijver willen zijn.

Wat is qua lezen uw guilty pleasure?
Stephen King. Het is not done, maar ik lees dat graag. Het einde vind ik altijd vervelend, maar de opbouw en het begin… In de zomer koop ik de nieuwste en dan kan ik me helemaal verliezen in een verhaal dat heel spannend is, en heel goed opgebouwd. Maar op het laatst wordt het altijd een poel van bloed, en dan blijkt het kwaad iets heel banaals te zijn, dat valt dan tegen.

Welke tekenaars bewondert u?
Wim Hofman, Marlene Dumas en David Hockney. Ik houd ook van dramaschilders: Bacon, Turner en Ensor.

Paul Biegel of Roald Dahl?
Paul Biegel.

Andersen of Grimm?
Andersen.

Edward van de Vendel of Benny Lindelauf?
Half-half. Ik heb bij hen allebei dat ik van een paar boeken heel erg veel houd, maar van sommige ook weer helemaal niet zo.

Thea Beckman of Tonke Dragt?
Tonke Dragt.

Guus Kuijer of Wim Hofman?
Wim Hofman.

Annie M.G. Schmidt of Astrid Lindgren?
Nee! Allebei! Hun werk is heel belangrijk in mijn leven. Allebei!