21 vragen aan… Anton Valens

‘Don Quichot is een verhaal over illusies en desillusies: dat zou iedereen moeten lezen voor hij verder het leven in gaat.’ Anton Valens heeft honderden favoriete boeken, maar John Irving vindt hij niks. Eenentwintig vragen aan de schrijver wiens nieuwste roman Chalet 152 in oktober verscheen.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw nieuwste roman/boek?
Vorig najaar ontdekte ik een hele nieuwe manier van schrijven. Het boek had aanvankelijk een heel andere structuur, die heb ik helemaal omgegooid. Toen kregen anonieme personen in het verhaal opeens veel meer vorm, zoals de man die de verf voor de lantaarnpalen komt brengen. Het verhaal kwam er als een klimplant uit, in het rond tastend. Ik wist heel lang niet of mijn verhaal ergens op sloeg. Toen pas kreeg ik het gevoel dat ik iets beet had.

Welk boek ligt naast uw bed?
Op mijn nachtkastje liggen wel vijftig tot zestig boeken. Om er een paar te noemen: ik heb net Dorp in Vlaanderen van Louis Paul Boon uit. Een soort verzamelde columns met fictieve elementen. Verder Rozanov, Roem is een slang, Proust, Modiano of iets van Natalia Ginzburg. Maar ik heb nog honderden andere favorieten, deze staan daar niet boven.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
De tweede helft van Het boek ont. Toen ik dat schreef stond ik onder hoge druk van de uitgever om het boek nu eens af te maken, dat maakte me nerveus. Daardoor is de tweede helft niet zo goed geworden als de eerste, vind ik achteraf. Maar dat is nu natuurlijk makkelijk praten, misschien was het anders helemaal nooit uitgekomen.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Memory Lane van Patrick Modiano. Het is zo’n flauw grapje, ‘zeker een boek met veel plaatjes’, maar dit boek heeft dat dus echt. De afbeeldingen bieden een leven aan figuren die in het boek maar zijdelings voorbijkomen. Dan staat er bijvoorbeeld een plaatje van Grete, maar wie dat is wordt in het boek eigenlijk helemaal niet duidelijk. Ik vond het een ontzettend geniaal concept.

© Annaleen Louwes

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Dat zijn er twee. De eerste komt uit Bekentenissen van Zeno van Italo Svevo. Zeno’s vader, met wie hij altijd in conflict is geweest, sterft. De man roept uit: ‘Ik ga dood!’ en komt met een ruk overeind. Vervolgens stapt hij, met een laatste krachtsinspanning, uit bed, geeft zijn zoon een klap op zijn wang en valt dan dood neer. Een heel heftige scène, maar door de toon van de verteller heeft het ook iets grappigs. De tweede scène is van Natalia Ginzburg, ook al een Italiaanse, in Zo is het gebeurd. Een jonge vrouw heeft een heel ongelukkig huwelijk, en dan sterft haar kind ook nog aan een ziekte. Die gebeurtenis brengt de vrouw er uiteindelijk toe haar ontrouwe man dood te schieten. Ginzburg staat bekend om haar droge stijl, die heel simpel lijkt maar dat absoluut niet is. Het maakt de scène heel realistisch: de gevoelens van de vrouw zijn naakt opgeschreven, niet dramatischer gemaakt. Dat ze op een gegeven moment het pistool ter hand neemt begrijp je helemaal.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Ik lees veel poëzie, maar durf mezelf geen kenner te noemen. Ik lees graag K. Michel, Roberto Juarroz of Seferis. Prachtig is Yahya Hassan, een jonge Palestijnse moslim, die lucht geeft aan zijn gevoelens over zijn opvoeding.

Welke schrijver of welk boek is het meest overschat? En waarom?
Wat een rotvraag! Het doet me denken aan wat ze zeggen in de wetenschap: wetenschappers zijn niets meer wanneer ze hun collega’s gaan bekritiseren. Bovendien, wie ben ik om dat te zeggen? Maar goed, als je per se een naam wilt horen: John Irving, daar vind ik geen bal aan. Ik vind het ongeloofwaardig en het doet me aan creative writing denken, daar hou ik helemaal niet van. Ik weet dat er miljoenen mensen zijn die er anders over denken, maar persoonlijk vind ik hem erg overschat.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
Die heb ik niet, of het moet de bijbel zijn. Dat noem ik een guilty pleasure omdat het het enige boek is dat ik lees dat niets met literatuur te maken heeft. Ik lees de Statenbijbel, dus het heeft wel iets met taal te maken, maar het is geen Homerus. Ik lees het om te begrijpen, want ik ben niet met de bijbel opgevoed. Prediker en Psalmen vind ik allebei erg geslaagd, maar andere delen zijn weer niet te harden.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Meester in de hygiëne, mijn eerste boek. Tot dat moment had ik nooit gedacht dat ik een boek uitgegeven zou kunnen krijgen. Ik heb tien jaar in de thuiszorg gewerkt en had aanvankelijk geen idee wat ik met al dat materiaal aan moest, maar dat het toch samengebald is tot een boek vind ik heel mooi.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Ik zou schilderen en tekenen, denk ik, daar ben ik namelijk voor opgeleid: ik heb op de kunstacademie gezeten. Mensen zeggen vaak dat ze het terugzien in mijn geschrijf, dat is beeldend en ‘schilderachtig’, zoals ze dat dan noemen. Ik ben ook bezig met teksten over schilderen. Vroeger had ik twee ambities als schrijver: de eerste was het boek over de thuiszorg, en de tweede was een boek over de handeling van het tekenen en schilderen. Eigenlijk een project voor als ik zeventig ben, maar ik ben alvast begonnen. Ik teken en schilder ook nog steeds graag, maar daar heb ik meestal weinig tijd voor met al dat schrijven.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een rood geblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.
a) Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?

Mag het iemand zijn die echt heeft bestaan? Dan zou ik zeggen Eugène Delacroix, de schilder uit de negentiende eeuw die dagboeken bijhield.
b) Waar zouden jullie het over hebben?
Over tekenen en schilderen en schrijven. Ik vind hem een erg goede schrijver en een groot kunstenaar. Hij lijkt me ook een erg sympathieke man. Hij schildert en schrijft, ik schrijf en schilder, maar ik kan en wil me uiteraard niet met hem vergelijken. Hij stelt voor om een ‘woordenboek van de kunsten’ te maken, door onderwerpen te laten beschrijven door verschillende kunstenaars, ter lering en vermaak. Dat idee houdt me al heel lang bezig, ik zou op mijn manier willen pogen zoiets te schrijven.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Don Quichot zou iedereen moeten lezen voor hij verder het leven ingaat. Het is veel te dik, enorme lappen tekst zouden eruit kunnen, maar het gaat uiteindelijk over volwassen worden. Don Quichot woont in een door ridderromans opgewekte droomwereld waarin vrouwen beschermd moeten worden, wat dat betreft is Cervantes zijn tijd ver vooruit. Het is een roman over illusies en desillusies: heel goed om in die fase van je leven te lezen.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Ik ben me aan het verdiepen in de geschiedenis van Indonesië en vond A Brief History of Indonesia erg leerzaam. Ik wilde een verhaal schrijven over een Indonesische verzetsstrijder, maar moest het verschil tussen Soekarno en Soeharto nog leren. Dit was een heel prettig boek.

Proust of Joyce? Vind ik een hele moeilijke… Ik zou toch Proust kiezen, maar Joyce is bij vlagen ook erg goed. Ze zijn trouwens ook allebei bij vlagen ontzettend saai.
Camus of Houellebecq? Houellebecq, die vind ik grappiger.
Tolstoj of Dostojevski? Dostojevski, al heeft Tolstoj natuurlijk ook schitterende verhalen.
Tsjechov of Alice Munro? Munro
Hockney of Warhol? Allebei hele goede kunstenaars: gelijkspel.
Maartje Wortel of Esther Gerritsen? Wortel
Harry Mulisch of Willem Frederik Hermans? Hermans
Margaret Atwood of Jeanette Winterson? Winterson