21 vragen aan… Arie Storm

Arie Storm (1963) zou niet graag aan de Seine dineren met zijn favoriete personage. Hij zit liever in Amsterdam of Londen, toevallig allebei locaties uit zijn onlangs verschenen roman Schoonheidsdrift. De twee verhalen vinden plaats in een andere eeuw en stad, maar worden met elkaar verweven aan de hand van de dichter John Keats.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw nieuwste boek?
Tijdens een eureka-moment kwam ik erachter dat de twee romans die ik aan het schrijven was verbonden konden worden. Hoewel het twee verschillende verhalen zijn, hebben ze ook genoeg raakvlakken. Zo is Keats in de ene roman een romanpersonage en in de andere wordt meerdere keren naar hem verwezen.

Welk boek ligt naast uw bed?
Ik ben nu Howards End Is on the Landing van Susan Hill aan het herlezen. Hill besloot een jaar lang geen boeken meer te kopen en de boeken die ze in huis heeft te lezen. Ze neemt de lezer mee in een zoektocht en haalt zo’n beetje alle boeken die ze in haar huis heeft tevoorschijn. Ze vraagt zich af waarom ze dat ene boek eigenlijk heeft gekocht, en waarom ze bepaalde boeken nog niet had gelezen.

© Irwan Droog

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Ik denk dat ik nooit meer de staat kan bereiken die ik toen had, dus ik zou niks veranderen. Niet omdat ik denk dat het allemaal zo briljant is, maar daarvoor zou ik weer in het boek moeten gaan wonen. Soms weet je achteraf ook niet meer waarom iets erin stond, dan kan je het voor de zekerheid beter laten staan.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Mensen zeggen altijd: wat goed is, komt over honderd jaar vanzelf boven drijven. Ik ervaar het tegenovergestelde: wat slecht is komt boven drijven. Het is bijvoorbeeld eigenaardig dat Multatuli dé schrijver van de negentiende eeuw is. De kans is vrij groot dat boeken als Max Havelaar blijven bestaan omdat men er een geëngageerd verhaal omheen kan vertellen. Ik zou zelf willen dat over honderd jaar De grachtengordel van Geerten Meijsing nog gelezen wordt. In deze sleutelroman komen veel schrijvers aan bod en het is ook erg goed geschreven.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
De sterfscène uit Een zilveren schaal van Saul Bellow komt overeen met mijn ervaring met de dood van mijn vader, waar ik ook over heb geschreven. Aan de ene kant haatte de hoofdpersoon zijn vader en aan de andere kant hield hij van hem. Hij denkt: ‘Ik zou eigenlijk bij hem in bed moeten kruipen. Gewoon mijn armen om hem heen moeten slaan en hem in mijn armen laten sterven.’ Hij onderneemt geen actie en de personages bevinden zich zwijgend naast elkaar. Ik vind deze ene scène sterk omdat er een enorme liefde tussen de twee mannen bestaat, maar ze zeggen het niet tegen elkaar.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Ik heb net een roman geschreven over John Keats, dus hij komt wel erg dicht in de buurt. Ik heb een beetje een klassieke smaak, daarom hou ik ook van Shakespeare.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Ah, nu komen we bij de onaardige vragen, met onaardige antwoorden. Mensen zijn vaak niet bereid om toe te geven dat ze een boek niet goed vonden, waardoor sommige schrijvers overschat worden. Als je bijvoorbeeld een boek van Ilja Pfeijffer leest, dat is heel dik, dan ga je niet aan het einde zeggen: ‘Ik heb mijn tijd verdaan.’ Maar dat heb je wel.

Heeft u daardoor weleens een boek aan de kant gelegd?
Nee. Er is zo’n regel: als je een boek na vijftig bladzijden niet goed vindt, mag je stoppen want dan zit je je tijd te verdoen. Ik voel me wel verplicht om een boek uit te lezen, vanwege de tijd die de schrijver erin heeft gestopt.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Hier en nu. Shakespeare moest het met een ganzenveer doen, dat is heel andere koek.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: diegene heeft een punt?
Max Pam schreef in 2001 een recensie voor HP/De Tijd over mijn roman De ongeborene. Hij sloot niet uit dat ik ooit een meesterwerk zou schrijven, maar ik zou dan wel met het kruisbeeld de invloed van Reve op mijn werk moeten verjagen. Hierdoor wilde ik alleen maar meer Reve, dus ik heb er nog een schepje bovenop gedaan.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Emotioneel gezien misschien met Een diadeem van dauw. Ik had eerder een roman geschreven over de dood van mijn vader, maar hij was toen nog helemaal niet overleden. Een diadeem van dauw schreef ik toen dat wel het geval was. Ik schrijf de boeken vanuit een droomwereld die ik achteraf niet begrijp. Als ik ze dan herlees, denk ik: ‘Wat was dat voor een…’ Vul maar in, van dwaas tot genie.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Toen ik zeventien was wilde ik schrijver en wereldkampioen dammen worden. Ik dacht op een gegeven moment: wereldkampioen dammen zit er niet in, maar schrijver kan iedereen worden. Als ik nooit was uitgegeven had ik me daar volledig op gestort en was ik waarschijnlijk een soort mislukte, alcoholistische figuur geweest dat in cafés om geld zat te dammen.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een wit laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen en waar zouden jullie het over hebben?
Ik vind de locatie al problematisch, ik zou liever in Amsterdam of Londen dineren dan in Parijs. Ik zou voor Lolita uit het gelijknamige boek van Nabokov kiezen. Ze komt in Nabokovs roman naar voren als een heel dapper, grappig meisje, het is om deze reden ook zijn lievelingspersonage. Mijn dochter heet trouwens Lolita. Ik zou er dan ook het liefst gewoon met haar gaan zitten. We zouden het hebben over dingen die haar interesseren.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Ik heb mijn dochter als puber The Catcher in the Rye van J.D. Salinger gegeven en daar was ze helemaal weg van. Ik wil mensen niet verplichten om bepaalde boeken te lezen, maar dat is nog steeds het boek dat ik aan iedere vijftienjarige zou geven.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Ik denk niet dat je iets van een boek kunt leren, maar er zijn wel van die kleine dingen die ik soms onthoud. Thomas Verbogt schrijft ergens dat hij naar een feest gaat en bij zijn vertrek zegt: ‘Eigenlijk ben je het gelukkigst als je weer buiten staat.’ Ik hou me vast aan het moment dat ik weer naar een feest kan, en dat ik dan ook weer naar buiten mag.

Hemingway of Fitzgerald?
Van Hemingway A Moveable Feast, de rest Fitzgerald.

Proust of Joyce?
Allebei. Mag dat?

Austen of Woolf?
Virginia Woolf

Mulisch, Hermans of Reve?
Hier thuis vinden ze dat ik Reve moest zeggen, dus dat doe ik ook.

Keats of Shakespeare?
Onmogelijk, maar ik ga toch voor Keats. Alleen al het uitspreken van zijn naam ontroert me.

Orwell of Atwood?
Ik heb Orwell vertaald, dus ik heb meer met zijn werk. Margaret Atwood heb ik trouwens een keer toevallig ontmoet, echt een leuke vrouw. Ik ben nu geneigd om Orwell in te ruilen voor Atwood, maar dan baseer ik mijn keuze niet op haar werk.