21 vragen aan… Arnon Grunberg

Arnon Grunberg (1971) vermengt in zijn nieuwe reportagebundel Slachters en psychiaters zijn fantasierijke schrijfstijl met waargebeurde ervaringen: van roadtrips tot het circus, en van het leger tot vervangvaderschap. Hij beantwoordt 21 vragen over van alles en nog wat.

Welk moment tijdens uw reportages is u het meest bijgebleven?
De reportages zijn een intens deel van mijn leven geweest, daarom is het lastig om te kiezen. Ik vond de tijd in de gesloten jeugdinrichting en de oorlogsreportages intens, dat is me goed bijgebleven. Optreden in het circus en het masseren in Roemenië waren beide ongelofelijk vrolijke ervaringen. Dat laatste is iets wat niet veel andere schrijvers en journalisten hebben gedaan. De vraag is natuurlijk: waar liggen de grenzen van een participerend schrijver of journalist?

Tijdens welke van uw eigen reportages voelde u zich het meest op uw gemak?
In het circus had ik een raar soort familiegevoel, omdat het zulke aardige mensen waren. Ik herkende wel iets in hun manier van leven. Je leeft samen toe naar zo’n voorstelling, dat is een spanning die mij erg bevalt. Hoewel ik moest wennen aan de caravan en de kou, dacht ik: ‘Ik ben nog niet klaar met deze mensen!’ Maar ik hou ook van theater en optreden.

Waar voelde u zich het minst op uw gemak?
In Congo liep ik mee met Artsen Zonder Grenzen. Ik had een moeilijke verhouding met die organisatie, daarnaast was Congo echt de hel. Het was zo uitzichtloos, ik vond het moeilijk om me daartoe te verhouden. Het was een lastige operatie, ook omdat ik daar met relatief weinig mensen contact legde. Ik kwam geen mensen tegen met wie ik een vriendschap sloot, terwijl dat normaal wel het geval is.

© Merlijn Doomernik

Wat is de beste reportage die ooit door iemand is geschreven?
Jarhead, door de voormalige Amerikaanse marinier Anthony Swofford, heeft mij geleerd hoe je met afstand over oorlog kunt schrijven en hoe je het genre van een dagboek kunt verbinden met reportage. Je hoeft jezelf niet weg te gummen om een goede journalist te zijn, je bent immers niet onzichtbaar. Op het moment dat je zelf ergens bent, verander je ook de omstandigheden. Eigenlijk zitten sommige reportages op het randje van een kort verhaal, maar dat vergroot juist het leesplezier. Ik denk dat je over de werkelijkheid kunt schrijven alsof het een fictief verhaal is.

Wat is de beste seksscène in een roman?
Een scène uit Een lach in het donker, waarin een blinde man wordt bedrogen door zijn vriendin. Hij meent iets te horen: hij ziet het niet, maar het overspel vindt naast hem plaats. Nabokov laat weinig los over wat er precies gebeurt, maar de opzet is zo ongelofelijk intrigerend, spannend en erotiserend. Als je in een roman over seks schrijft, heb je altijd drama nodig. Seks alleen, hoe goed of slecht dat ook is, is niet heel interessant.

Welke schrijver of welk boek is het meest overschat? En waarom?
Ik ben geen Mulisch-hater, maar Siegfried vond ik echt wel een overschatte roman. Ik heb er een stuk over geschreven toen hij net verschenen was. Het is een gemankeerd boek, ik vond toentertijd echt dat het gefaald had. Siegfried had namelijk de pretentie iets over Hitler te zeggen. Of het nog steeds overschat is, dat weet ik eigenlijk niet.

Als u als schrijver een pionier zou kunnen zijn van een bestaande literaire stroming, welke zou dat dan zijn?
Ik zou wel een dadaïst willen zijn, vanwege de vrolijke ontregeling en het speelse karakter. Het dadaïsme is avontuurlijk en onderzoekend; ik heb veel sympathie voor de radicale humor van dadaïsten. En het echte dadaïsme is het tegenovergestelde van behaagziek, dat vind ik ook wel heel fijn.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Ik ben na het verschijnen van mijn tweede roman boos geworden op Hans Goedkoop. Het feit dat je boos om iets kan worden zegt dat iemand je geraakt heeft. Vooral mijn moeder was er heel boos om. Goedkoop zei dat ik geen humor had of hij vond mij niet zo grappig. Dat stak indertijd.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
Als kind was Karlsson van het dak van Astrid Lindgren erg belangrijk voor mij. Ik heb het als volwassene vaak aan mijn petekind voorgelezen, terwijl hij er allang genoeg van had. Ik denk dat het wel een echte guilty pleasure is als je je petekind Karlsson opdringt, terwijl het stiekem om je eigen plezier gaat. Ik vraag me wel af wat überhaupt guilty pleasures zijn. Zelfs porno zou ik niet zo bestempelen. Ik heb ooit een stuk over porno geschreven, vlak bij mijn bed staan nog altijd zes softporno-dvd’s uit Beieren en Oostenrijk. Ik moest er iets over schrijven voor een lezing aan de Universiteit Leiden. Ik heb er al lang niet meer naar gekeken, maar ze staan er nog steeds.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Ik wilde heel lang een restaurant hebben of iets in de horeca doen, omdat ik volgens mij een goede gastheer zou kunnen zijn. Ik heb ook een tijdje als ober in New York gewerkt. Het interactieve spel met de gast is altijd meer dan alleen eten of drinken voor iemand neerzetten. Het is toch vervelend als een ober laat merken dat je alleen maar tafel acht bent? Dan had je het eten net zo goed kunnen afhalen om thuis op te eten.

Er staat een auto met een volle tank klaar. De frisse geur van het bungelende groene dennenboompje vermengd met vers gezette thermoskankoffie komt u tegemoet. Het portier staat al open, uw reis kan beginnen. Met welk personage uit de wereldliteratuur zou u een roadtrip willen maken, en waarnaartoe? Waar zouden jullie het over hebben?
Met de grootinquisiteur, uit Dostojevki’s De gebroeders Karamazov. Ik vind die man zo afschrikwekkend en fascinerend tegelijk. Ik had ook iemand kunnen kiezen die ik heel aantrekkelijk vind, of iemand met wie ik een verhouding kan beginnen. Maar als je lang in de auto zit, denk ik dat je genoeg gespreksthema’s moet hebben tijdens zo’n reis. We reizen naar Sevilla, want dat is waar hij ketters heeft verbrand in het boek. Tijdens onze reis hebben we het over de vraag of de terugkeer van Jezus een gevaar zou zijn voor het christendom, of de mensheid vrijheid aankan, wat de ideale staatsvorm is, of de geschiedenis erop wijst dat mensen voor verbetering vatbaar zijn, onder welke voorwaarde geweld toegestaan is, wat goed leiderschap is, wat het betekent om te doden voor een ideaal, dat soort kwesties. Dat klinkt heftig, maar het is ook een heftig personage.

Welk land zou iedereen voor zijn achttiende bezocht moeten hebben?
Duitsland, want Nederlanders weten hier te weinig over. Een rondreis door Duitsland raad ik iedereen aan, want ik denk dat we met zijn allen te veel op de Angelsaksische wereld gericht zijn.

Wat is de interessantste les die u van uw reportages geleerd heeft?
Je kunt met veel mensen een tijdelijk verbond sluiten, ook al vind je hun opvattingen verschrikkelijk. Het is heerlijk om een tijdje anders te leven, om je in iemands wereld te bevinden. Het is zo verfrissend om te vergeten hoe je normaal leeft.

Welke klassieker heeft u nooit gelezen?
Onder andere Moby Dick, daar schaam ik me wel voor. Als iemand me ooit had gevraagd om over Moby Dick te schrijven, dan had ik dat gedaan. Ik wil namelijk graag gestuurd worden.

Nabokov of Dostojevski?
Dostojevski, hij is extremer en duisterder. Hoeveel ik ook hou van Een lach in het donker.

Proust of Joyce?
Proust, ik ken geen enkele ander schrijver die zo is doorgedrongen tot het wezen van jaloezie. Als je wil weten wat jaloezie is, moet je Proust lezen.

Maartje Wortel of Esther Gerritsen?
Wortel, die maakt mij altijd heel erg aan het lachen.

Reve, Hermans of Mulisch?
Hermans, zonder twijfel, want er zijn genoeg argumenten waarom Hermans de beste romanschrijver van die drie is.

Franz Kafka of J.M. Coetzee?
Coetzee is mijn lievelingsschrijver. Kafka was een belangrijke inspiratiebron voor Coetzee, maar soms ook onuitstaanbaar. Kafka is ongegeneerd pathetisch, en Coetzee vind ik het tegendeel daarvan.

Houellebecq of Baudelaire?
Houellebecq

Hayao Miyazaki of Wes Anderson?
Anderson. Ik heb niets met nostalgie, maar hij maakt nostalgie verteerbaar.