21 vragen aan… Auke Hulst

Wat moeten we met het kapitalisme? en twintig andere vragen aan schrijver en muzikant Auke Hulst.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Ik hoop de romanschrijver en dichter Denis Johnson, een geweldige stilist die onlangs overleden is. Ik denk ook Murakami. En ik hoop ikzelf. Ik kan nu wel vals bescheiden gaan doen, maar ik hoop gewoon ikzelf.

Welk boek ligt naast uw bed?
Ik lees veel tegelijk. Op dit moment op de leesstapel: The Writer’s Map: An Atlas of Imaginary Lands – een overzicht van cartografie in de literatuur, inclusief essays. Verder: Wittgensteins Filosofische onderzoekingen. Maar dat is niet maatgevend voor mijn intellectuele gehalte. Daarnaast Malcolm Lowry’s Under the Volcano, waarvan ze zeggen dat je zeven pogingen nodig hebt om erdoorheen te komen. Ik ben bij poging drie, en ik vind het erg goed. I’m a sucker for style. En ik ben bezig in de Engelse vertaling van de Franse roman A Dark Stranger van Julien Gracq, en heb net de bekroonde Broken Earth-trilogie van N.K. Jemisin aangeschaft – maar die ga ik denk ik lezen als ik op reis ben.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Niets. Dan verraad ik mijn jongere zelf. Hemingway vond dat je altijd achter je werk moest blijven staan. Het schrijverschap is een voortdurende leerschool – natuurlijk zal de oudere schrijver beperkingen zien in zijn jonge incarnatie. Maar ik denk dat de jonge schrijver ook wel wat aan te merken zou hebben op zijn oudere ik. Dat “volwassen” schrijven, met die afgewogen stijl, platte ambachtelijkheid, afstandelijkheid en gebrek aan avontuur zou de jongere schrijver afkeurend wegzetten als cynisch, koel en harteloos. Er zit meer onvermogen in de jonge schrijver, maar ook meer durf. Het ontbrekende besef van ‘hoe het hoort’ gecombineerd met de ongeremde gekte van de jonge hond kan schitterende ongelukken teweegbrengen.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Dan moet ik dus een boek noemen dat ik erg goed vind? Maar als ik dat boek zelf geschreven zou hebben, zou ik het nooit onbevangen kunnen lezen. Als een lezer. Zoals Paul McCartney nooit de muziek van The Beatles zal kunnen horen zoals Beatle-fans dat kunnen. Die man draagt een immens kruis! Dus: slechte boeken van anderen wil ik niet geschreven hebben, maar goede boeken van anderen ook niet, want die wil ik kunnen lezen als lezer. Het antwoord is: geen.

‘Het kapitalistisch systeem moet radicaal op de schop.’ © Mark Uyl

Wie zijn uw favoriete dichters?
Denis Johnson, Joseph Brodsky en Adrienne Rich. Ik ben erg Angelsaksisch en Japans gericht, moet ik bekennen. Dus om een Europeaan te noemen: de Zweed Tomas Tranströmer, in de vertaling van Bernlef. En ik geniet nu erg van de erotische gedichten van Carlos Drummond de Andrade.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Sowieso de Grote Drie. Dat zeg ik niet omdat ze slecht zijn, hoewel het niet mijn cup of tea is, maar omdat het hele concept ‘Grote Drie’ automatisch overschatting inhoudt. Ik denk daarnaast dat er tegenwoordig veel overschatte schrijvers zijn doordat het medialandschap is ingericht op hype. Het media-industrial-complex voedt overschatting. En tegelijk ook de keerzijde daarvan: onderschatting. Dat is niet nieuw, maar het is wel extremer geworden.

Vind je de miljoenen verkopende Murakami dan overschat?
Nee, ik vind hem juist onderschat. Hij wordt veel geprezen en gelezen. Maar er wordt ook heel veel op hem afgegeven door bepaalde recensenten en schrijvers. Het is stilistisch niet zo spannend, het kabbelt, het is een trucje, klinkt het dan. Maar dan mis je de diepte en de eigenheid. Er is iets bijzonders aan de hand in dat werk. De man is verdorie een genre op zich. Toen ik De Opwindvogelkronieken las, vond er een ontploffing plaats in mijn hoofd – een zeldzaamheid in een lezersleven. Wat sommige schrijvers en recensenten in de weg zit, is hun rigide idee van wat literatuur is of zou moeten zijn. Dat beperkt het zicht op welke andere kwaliteiten er in literatuur kunnen schuilen. Er zijn zoveel manieren om literatuur te maken, waaronder krankzinnige en onontdekte – daarom denk ik ook dat de roman nog lang niet dood is.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Nu, in mijn appartement.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij/zij heeft een punt?
Jeroen Vullings schreef in een recensie ooit dat het personage Hatsu in Slaap zacht, Johnny Idaho beter werkte dan de andere. Ik voelde me toen om twee redenen betrapt. Eén, omdat ik zelf ook voelde dat dat personage het meest mens was. En twee, omdat dat het personage is waarmee ik mezelf het meest verwant voel. Ten eerste had hij gelijk en ten tweede zei hij, zonder dat hij het zelf door had: eigenlijk kan jij alleen maar goed over jezelf schrijven. En dat is misschien wel waar. De tijd zal het leren. En misschien al snel, aangezien ik net een roman heb geschreven over Richard Nixon.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
‘Guilty’ betekent dat je je ergens voor zou moeten schamen, maar schaamte is een emotie die vooral gaat over hoe anderen naar je kijken. Dit klinkt een beetje als een zelfhulpboek, maar met schaamte geef je anderen meer macht over je dan ze verdienen. Ik denk ook dat schaamte je als schrijver beperkt. Je moet volkomen schaamteloos zijn als je aan het schrijven bent.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Met de roman En ik herinner me Titus broederland. Het speelt in een wereld die niet de onze is, in een tijd die niet de onze is. Het speelt dan en daar, zeg ik altijd. Het is een gemythologiseerde wereld die is opgebouwd uit alle elementen die van belang zijn in mijn leven: een broer, muziek, afkeer van religie, ouderloosheid, maar ook kleine dingen als mijn angst voor honden. De aardbevingsproblematiek van mijn geboortegrond speelt in verkapte vorm ook een rol. In dat boek kom ik, denk ik, dichter bij de kern mijn wereld, dan in de roman die ik over mijn jeugd heb geschreven, Kinderen van het ruige land. Maar ook op het niveau van taal, stijl, thematiek en gelaagdheid vind ik Titus beter.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
De gedachte dat iedereen een bepaald boek op zijn achttiende gelezen zou moeten hebben, suggereert dat iedereen min of meer hetzelfde gebakken is, en dat is niet zo. Iedereen moet op zijn achttiende een boek gelezen hebben dat zijn wereld op de kop zet. En dat kan voor iedereen een ander boek zijn.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Dat bomen via hun wortelsystemen met elkaar communiceren veranderde wel wezenlijk hoe ik naar grote delen van de wereld kijk. Het risico dat daarin schuilt is dat we straks niet alleen geen dieren maar ook geen planten meer willen eten. En dat we dan collectief besluiten uit te sterven. Misschien is dát waarom we nog steeds geen buitenaardse wezens hebben gezien: vóór het moment dat ze de technologie hebben om ons te bezoeken, komen ze altijd filosofisch tot het besluit om de stekker uit zichzelf te trekken.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen? / welke filmklassieker nooit gezien?
In plaats van die niet-gelezen klassiekers heb ik andere dingen gelezen. Dan is de vervolgvraag: had je die wel-gelezen boeken liever niet gelezen? Want de tijd wordt maar één keer uitgedeeld. Het antwoord is nee.

Wat ligt er op uw strafbankje?
W.F. Hermans. Echt een stilistische kruk.

Wat moeten we met het kapitalisme?
Dit systeem moet radicaal op de schop. Het werkt op alle mogelijke manieren niet meer. Het vliegwiel dat het vermogen transfereert van onder naar boven maakt het aanpakken van een aantal belangrijke problemen, waaronder klimaatverandering, vrijwel onmogelijk. Ook bij het corrumperen van democratieën speelt kapitaal een uiterst kwalijke rol. Volgens wijlen Kurt Vonnegut – een schrijver die belangrijk voor me is geweest qua denken en schrijven – is eenzaamheid het kernprobleem van het leven is, en als kapitalisme één ding doet, is het het verergeren van individuele eenzaamheid… Er móét iets veranderen.

Hemingway of Fitzgerald?
Heel makkelijk. Fitzgerald. The Great Gatsby is absolutely flawless. En bovendien is het geruststellend dat een imperfect mens – wat hij was – tot iets groots in staat is.

Murakami of Ishiguro?
Murakami.

Paolo Sorrentino of Wes Anderson?
Anderson.

Hockney of Warhol?
Hockney… Nee, toch Warhol.

Maartje Wortel of Esther Gerritsen?
Gerritsen.

Freud of Lacan?
Kunnen we ze ook allebei schrappen uit de geschiedenis? Is dat mogelijk?


Op 29 november verscheen Auke Hulsts nieuwe roman Zoeklicht op het gazon.