De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

21 vragen aan… Bregje Hofstede

Welk boek ligt naast uw bed? en andere vragen aan Bregje Hofstede, auteur van De hemel boven Parijs en De herontdekking van het lichaam.

Welk boek ligt er naast uw bed?
Een biografie van Gertrude Bell, zo’n negentiende-eeuwse die te slim was voor haar eigen bestwil, of althans, voor haar eigen tijd. Ze was de eerste vrouw die een first-class degree in geschiedenis in Oxford haalde. Daarna reisde ze tegen alle verboden in door het Midden-Oosten als avonturierster-diplomaat, en speelde ze een sleutelrol in het ontstaan van het moderne Irak. Door haar totale zelfvertrouwen plaatst ze zichzelf in een buitencategorie.

Bregje Hofstede © Willemieke Kars

Omdat ze zo intimiderend is lukt het haar niet om een man te vinden, en als er uiteindelijk eentje interesse toont is ‘ie niet rijk genoeg voor haar vader. Als vrouw mag ze veel dingen niet, zowel in het Midden-Oosten als in Oxford. Toch is ze uitgesproken anti-feminist, actief in de anti-suffragette-movement. Net zoals Simone de Beauvoir aanvankelijk deed, associeert ze zich nauwelijks met andere vrouwen, maar voor de buitenwacht blijft ze ‘die vrouw’. Die paradox is interessant.

Als u iets kon veranderen in een van uw boeken, wat zou dat dan zijn?
Oef. Ik heb een lastige relatie met mijn debuut. We zijn slechte exen, zeg maar. Ik voelde weinig vrijheid om het op mijn eigen manier te doen. Niet dat ik me daarvan bewust was, maar achteraf vind ik het moeilijk om mezelf terug te zien in dat boek. Een beetje zoals wanneer je foto’s van het einde van je puberteit ziet en denkt: ‘o ja’. Ik zie er ook wel positieve dingen in, hoor, het zit vrij goed in elkaar, maar het mist een hart.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf wel geschreven willen hebben?
De autonauten van de kosmosnelweg van Julio Cortazar en Carol Dunlop is een speciale lievelings van mij, maar dat is juist zo duidelijk een eigen project van twee mensen. Hun eigenaardige relatie zit diep in het merg van het boek. Het prachtige is dat niemand anders het had kunnen schrijven. In mijn favoriete boeken bewonder ik dat heel individuele wat een auteur heeft kunnen bereiken, omdat ik weet hoe verschrikkelijk moeilijk dat is.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Wie je niet in mijn boekenkast vindt is Mulisch. Ik las het op de middelbare school en dacht: ‘Leuk, die vlecht in de vorm van een gamma, en leuk dat jij weet hoe die Griekse letter eruitziet’. Het is ontegenzeggelijk met talent gedaan, maar ik vond het opgeblazen, het sprak gewoon niet tot me. Ik vind het vreemd hoe de Nederlandse canon moet draaien om hem en een paar andere types.

En welke het meest onderschat?
George Eliots Middlemarch is fenomenaal, maar ze heeft toch iets van stof aan haar naam kleven. Dat zou eraf mogen van mij.

Verder kom ik bij die paar obscure namen die hun weg hebben gevonden naar mijn boekenkast. Ik heb laatst May Sarton leren kennen, een Brits-Amerikaanse schrijfster die prachtige dagboeken heeft geschreven. Ze zijn totaal onspectaculair. Ze gaan over een alleenstaande vrouw van een jaar of vijftig die voor het eerst een huis koopt. Ze tuiniert en plukt elke dag bloemen voor in huis. Er gebeurt verder niks, maar die simpele handelingen weet ze op te laden met heel veel betekenis. Die bloemen zijn de enige andere aanwezigheid in dat huis. En toch weet ze haar isolement te begeesteren.

Na het eerste boek besefte ze dat de critici er niet in lazen hoe heftig en eenzaam die tijd was. Toen heeft ze over dezelfde tijd nog een boek geschreven, veel kwader en rauwer. Dat vind ik ook lef, om over dezelfde tijd en datzelfde huis nog eens te schrijven, als er in boek één al geen klap gebeurde.

Als u mocht kiezen in welke tijd u een schrijver zou zijn, wat zou u kiezen?
Niet eerder dan nu, sowieso niet als vrouw, want tot nu toe wordt het voornamelijk beter. Aan het geweeklaag over ontlezing doe ik niet mee. Als romanschrijver ben je hard op weg om irrelevant te worden, maar dat kun je ook zien als een uitdaging. Dat is spannend.

Wat is qua lezen uw guilty pleasure?
Ik had net een week griep en las een boek van Sarah Waters, The Paying Guest. Ze schrijft whodunnits, historische romans die zich afspelen in Engeland, zonder uitzondering met een lesbische hoofdpersoon. Dat geeft veel ruimte voor intriges, want niemand verdenkt twee vrouwen ooit van een relatie. Er wordt ook altijd een moord gepleegd.

Met welke van uw boeken heeft u de diepste band?
Met mijn nieuwste natuurlijk. Ik kan zelf heel goed de ontwikkeling zien tussen één, twee en drie. In mijn derde boek ben ik het verst geraakt in het vinden van mijn stem. Het lijkt me verschrikkelijk om na je eerste boek te denken: ‘Het beste heb ik gedaan, en nu herhaal ik mezelf in varianten.’ Ik denk dat ik dan zou stoppen met schrijven.

Als u geen schrijver was, wat zou u dan zijn? Heeft u verborgen talenten?
Ja, ik ben best wel goed met mijn handen. Ik zou wel pottenbakker kunnen zijn. Of houtbewerken of zo. Iets ambachtelijks. Maar knutselen doe ik nu alleen met sinterklaas.

Er staat een tafel klaar langs de Seine, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen? En waar zouden jullie het over hebben?
Als ik toch iemand uitheems mag halen, dan iemand uit de Griekse mythologie. Odysseus. Dan heb je zeker weten een spetterend gesprek, even aangenomen dat ik oud-Grieks leer voor die tijd. Odysseus is de archetypische nobele leugenaar uit de wereldliteratuur. Hij is ongelooflijk goed in het weven van een web van leugens, excuses en dubbele betekenissen. Ik zou de man van duizend listen wel eens willen voorleggen wat we moeten met fake news en met al die drie-, vier-, vijfdubbele digitale identiteiten die we hebben op sociale media.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Revolutionary Road van Richard Yates. Het gaat over een stel dat een soort bohemien leven had, maar kinderen kreeg en verhuisde naar suburbia. Toch behouden ze de droom om groots en meeslepend te leven. Ze geloven dat ze voor meer in de wieg zijn gelegd. Ik denk dat dat een gevoel is dat heel veel tieners kennen. Je bent het centrum van je eigen universum en denkt: ‘Nu begint het’. Maar het stokt.

Het stel maakt dus plannen om naar Parijs te gaan. Een tijdlang stuwen ze elkaar op met hoe fantastisch het gaat worden, maar als puntje bij paaltje komt durft de man zijn baas niet te vertellen dat hij vertrekt. Het is te eng om de droom te laten botsen op de realiteit. Als zij op een gegeven moment ongewenst zwanger wordt grijpt hij dat aan om te zeggen: ‘Nu is het besloten, we kunnen niet gaan’. Alleen zij pikt het niet. Drama natuurlijk, maar het kwam bij mij enorm binnen. Het is zowel een tirade tegen het verdwijnen van zulke grootse dromen, als een waarschuwing ervoor. Het gaat op een volwassen manier om met dat jeugdige, onstuimige idealisme.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek heeft geleerd?
De blik van Maggie Nelson op het moederschap in The Argonauts vond ik geestverruimend. Het boek gaat over het begrip ‘queer’. Ik associeerde dat alleen met seksualiteit, maar zij gebruikt het als een koevoet om het hele leven open te breken. Queer is een soort levenshouding, een besluit om altijd over alles na te denken, niks voetstoots aan te nemen, dus ook niet de manier waarop je moederschap ervaart. Onze opvattingen over moederschap staan bol van tradities, aannames, behoudendheid. Maar Nelson schrijft erover alsof het een totaal weird avontuur is. Ze maakt zoiets normaals heel spannend. Dat vond ik een mooie les.

Marcel Proust of James Joyce?
Proust.

Albert Camus of Michel Houellebecq?
Camus.

Leo Tolstoj of Fjodor Dostojevski?
Dostojevski.

Anton Tsjechov of Alice Munro?
Munro.

Jane Austen of Virginia Woolf?
Oef, dat zijn wel twee van mijn favo’s. Virginia Woolf.

Elena Ferrante of Karl Ove Knausgard?
Ferrante. Knausgard is ook een van de overschatte schrijvers wat mij betreft.

Maartje Wortel of Esther Gerritsen?
Maartje Wortel.

Haruki Murakami of Philip Roth?
Roth. Misschien ligt het aan de vertaling die ik had, maar ik vond Murakami zo slordig geschreven dat ik er moeilijk doorheen kwam.

Margaret Atwood of Jeanette Winterson?
Ook heel moeilijk! Winterson is fantastisch lyrisch en spannend omdat ze zoveel gekke dingen doet. Atwood is heel tof omdat ze zo vooruitziend is. Ze neemt dingen die in de moderne wetenschap al gebeuren, trekt ze iets verder door, en heeft zo een totaal gruwelijke toekomstvisie. Dus ik denk vanwege haar actuele belang toch Atwood.


Op 20 oktober verschijnt de nieuwste roman van Hofstede: Drift.