Welk boek ligt naast uw bed?
Boeken liggen daar enkel ’s nachts. Overdag verhuizen ze overal met me mee. Doorgaans heb ik er een, tot twee, handvol in omloop, omdat wat ik lees afhangt van mijn stemming, de helderheid van mijn hersens, waarover ik op dat moment aan het nadenken ben, het uur van de dag. Momenteel zijn dat Blue in Chicago van Bette Howland. Sneeuw, hond, voet van Claudio Morandini. Schuldig van Jannah Loontjens. Save me the walz van Zelda Fitzgerald. En ik herlees Kate Zambreno’s Heroines. Daarin verdiept ze zich in ‘de echtgenotes van het modernisme’, de vrouwen van de Grote Mannen: T. S. Eliot, F. Scott Fitzgerald, Paul Bowles, Flaubert, André Breton, enzovoorts. Wiens eigen literaire ambities en identiteit verpletterd werden door die mannen en die daar psychisch totaal aan onderdoor gingen. De mannen waren de getormenteerde genieën, de vrouwen slechts hysterica’s die gecontroleerd en gecolloqueerd dienden te worden. Kate Zambreno brengt de materie op haar eigen wijze, intens, intelligent, en ja, provocatief – ik houd erg van haar werk en de ruimte die ze durft in te nemen.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Het meest recent was dat Checkout 19 van Claire-Louise Bennett. Ik denk dat ze haar hele verdere leven bijzonder trots zal zijn op dat boek. Het is zo vernieuwend. Het lezen voelde als toestemming krijgen om zelf ook zo wild te schrijven als ik zelf wil. Niet te luisteren naar de kritische stemmen met het vingertje die menen dat mijn schrijven beteugeld, ingetoomd, gepolijst moet worden, dat mijn stem en stijl te wild of heftig of weetikveel zijn. Een boek hoeft niet voor iedereen te zijn. Ik schrijf mijn boeken voor de wilde lezer.

Is er een schrijver/schrijfster die u altijd blijft inspireren?
Altijd is veel en lang. Het zou natuurlijk het makkelijkst zijn om namen van doden te noemen, want nog levende schrijvers durven weleens een spoor op te gaan waar je ze niet meer kunt of wilt volgen. Zelf verander je, als lezer én als schrijver, maar tot nader order zijn het toch nog de levende, veelal essayistische zoals Annie Dillard, Olivia Laing, Rebecca Solnit, Kate Zambreno, Leslie Jamison, Robert Macfarlane, Paul Verhaeghe. En in de fictie zonder enige twijfel Max Porter. Wat hij doet met taal is zó inspirerend.

Wat is het beste schrijfadvies wat u ooit heeft gekregen van iemand?
Doen mensen dat? Ik zou niet durven. Elke schrijver heeft zijn eigen aanpak, je moet eentje vinden die werkt voor jou. Het enige schrijfadvies dat ik, als erop aangedrongen wordt geef, is: lees! Ik kreeg ooit het advies van een schrijver die ik bewonder om veel meer dan alleen maar zijn boeken en sindsdien gebruik ik het als mantra: “Ik sta soeverein achter mijn boek. Mijn boek is ongenaakbaar.”

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Zoals het met de aandachtsspanne van de mens aan het evolueren is, worden over honderd jaar door de laatste die hard lezers van boeken alleen nog korte verhalen gelezen, en dan vind ik Annelies Verbeke wel een goede kandidaat.

Welke schrijver is naar uw idee het meest onderschat?
Laat me de schrijver noemen: Christophe Vekeman. Er is een veel te grote middenmoot van schrijvers die een soort achteloze, ongeïnspireerde taal hanteren, het leunt bijna aan tegen de spreektaal. Ik vind dat zonde. Dergelijke schrijvers gebruiken de taal als een penseel, maar de taal is niet het penseel, de taal is de verf, het hele kleurenpalet. Aan de ene zijde van deze bloedeloze middenmoot heb je de meesters van het minimalisme, die hun taal uitpuren tot diamanten, ik heb grote bewondering voor hen. En aan de andere zijde heb je de bourgondiërs die zich wentelen in de rijkdom van onze taal, bij hen voel ik me thuis. Boven hen uit torent Christophe Vekeman. Ik vergelijk hem graag met een rodeocowboy, de lenigste der rodeocowboys. Het is zijn kunst en kunde dat prachtige wilde paard onder zich te laten bokken en het toch perfect meester te zijn. Niet elke schrijver is geïnteresseerd in een wild paard maar er zouden er wel meer mogen zijn, en meer terechte erkenning voor rodeocowboys.

Als u een schrijver zou kunnen zijn, waar of wanneer dan ook, waar of wanneer zou dat zijn?
In een tijdperk waar de literatuur nog niet zo vermarkt was en het werk nog belangrijker en interessanter geacht werd dan de schrijver.

Wat was het mooiste moment tijdens het schrijven van uw laatste roman?
Er zijn dagen dat het heel slecht gaat en dagen dat het heel goed gaat. Blijkbaar sla ik daar geen specifieke herinneringen aan op.

Wat is qua lezen uw guilty pleasure? En daarbuiten?
Ik probeer me te bevrijden van die katholieke notie dat we ons guilty zouden moeten voelen over onze pleasures.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Met Lijn van wee en wens. Misschien is het altijd wel het meest recente boek dat het meest aan het hart ligt?

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht; zij heeft een punt?
Nee. Tot nu toe nog niet.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
In mijn lange loopbaan in de zorg heb ik van tijd tot tijd weleens een muur en meubel beschilderd met leuke figuren uit kinderboeken en Disney-films. Ook op de muren van de kinderkamers van een vriendin schilderde ik, personages van Tove Jansson en Annie M.G. Schmidt. Het is niets creatiefs, gewoon zo goed mogelijk uitvergroot naschilderen, maar het is zo leuk om te doen. Het heeft natuurlijk eveneens iets van fictie scheppen, een wereld creëren waarvan je hoopt dat andere mensen erin willen stappen. Het opheffen van hun ongeloof.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Dieren eten van Jonathan Safran Foer. En tegen hun dertigste: de trilogie Identiteit, Autoriteit, Intimiteit van Paul Verhaeghe. En elke schrijver: De literatuur draait door van Sander Bax.

Welke filmklassieker heeft u tot uw grote schaamte nooit gezien?
Dat zullen er ongetwijfeld veel meer zijn dan ik me bewust ben.

Beeld u zich de allermooiste zonsondergang in, aan zee. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u uitnodigen voor een strandwandeling? Waar zouden jullie het over hebben?
Crow natuurlijk, uit Grief is the Thing with Feathers van Max Porter. Ik zou barrevoets in de branding lopen en hij zou naast me lopen, op het strand, een kop groter dan ik, paraderend zoals alleen kraaien en kauwen dat kunnen. We zouden praten over spelevliegen en hij zou me op zijn rug laten klimmen en zich afzetten, de brede vleugels spreidend en flappend. Dan zou hij me weleens laten voelen hoe onvergelijkbaar machtig en vrij dat inderdaad is, dat spelevliegen.

Camus of Sartre?
Simone de Beauvoir.

Jane Austen of Virginia Woolf?
Virginia Woolf. Altijd. En Emily Brontë voor haar Wuthering Heights. Heathcliff was mijn eerste grote literaire liefde.

Maartje Wortel of Esther Gerritsen?
Jannie Regnerus.

Wes Anderson of Alfred Hitchcock?
Allebei.

Haruki Murakami of Philip Roth?
Salinger. Malcolm Lowry. Truman Capote. Margaret Atwood. Zora Neale Hurston. Raymond Carver. Toni Morrison. Enzovoort enzovoort enzovoort.

Jacques Brel of Adamo?
Jacques Brel. Brel is literatuur, Brel is branie, Brel is lak aan braafheid. En zong er iemand ooit mooier over onze lage landen en weidse luchten