Hoe is Charlatans tot stand gekomen?
Het boek is gigantisch uit de hand gelopen. Mijn idee was zeven jaar geleden om tien korte verhalen te schrijven die plaatsvonden in een hotel. Ik vond het hotel een interessante locatie, omdat er een constante doorstroom is van verschillende mensen. Het was de bedoeling dat een van de verhalen over een goochelaar zou gaan die langskomt in het hotel. Dat ontvouwde zich als iets dat alsmaar groter werd en het illusionisme heeft vervolgens het boek overgenomen.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw roman?
Ik denk niet zozeer het schrijven, maar de research vooraf. Illusionisten hebben zichzelf goed gedocumenteerd aan de hand van handboeken. Het was zeer interessant om me te verdiepen in de geschiedenis van het illusionisme.

En het moeilijkste moment?
Schrijven is puzzelen. De scènes die helemaal vanzelf gaan zijn leuk, maar de meeste scènes vragen om veel terugleeswerk, herschrijven en schuiven. Soms moet ik een scène dertig keer herschrijven voordat ik de puzzel heb opgelost. Het helpt voor mij om te overleggen met mijn personages voordat ik aan de slag ga met schrijven. Dan begin ik met: ‘Oké jongens, welke scène staat er vandaag op de planning?’

© Salih Kilic

Is dat een schrijfgewoonte van u?
Ja, ik overleg met mijn personages sinds mijn vorige boek. Toen had ik te maken met zestien personages. Wanneer ze voor mij gaan leven buiten het boek, weet ik veel beter welke personages werken en welke niet. Als een scène tussen een aantal personages niet werkt, kan ik aan de andere vragen: ‘Nou, wie zou dit beter kunnen?’

Heeft u nog meer schrijfgewoontes?
Ik luister veel muziek om me te concentreren, maar ook muziek waar ik zelfvertrouwen van krijg, zoals hiphop. Daarnaast schreef ik voorheen altijd ’s nachts, wanneer het rustig is en je niet wordt gestoord. Nu ben ik voorbij de dertig en merk ik dat ik dat niet meer zo goed trek. Wanneer ik overdag schrijf vind ik het wel prettig om mezelf te isoleren. De gordijnen zijn dicht en ik ben niet bereikbaar voor de rest van de wereld. Ik ben dan geen gezellig persoon, want ik kom niet naar verjaardagen en bruiloften. Ik leef in het schrijfproces, waardoor ik een beetje een kluizenaar word.

U had al eerder te maken met (persoonlijke) lockdowns?
Precies! Toen de pandemie uitbrak, dacht ik: ‘Nu leeft iedereen zoals ik altijd al leefde.’ Ik realiseerde me daardoor dat mijn manier van leven niet heel normaal is.

Als u schrijver kon zijn waar en wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Het verleden is voor mij niet zo handig… Ik weet het niet, misschien ben ik overal oncomfortabel: in het verleden en in de toekomst. Ik denk dat ik hier blijf. Nu is het oké.

Welk boek ligt er op uw nachtkastje?
Momenteel herlees ik Tartuffe van Molière, waar mijn rode kater naar vernoemd was. Die kat was altijd bij mij wanneer ik schreef; in mijn nek, op mijn schoot of op het bureau. Tegen het einde van het schrijfproces van Charlatans, overleed hij. Vandaar dat ik het theaterstuk nog eens wilde lezen. Daarnaast lees ik The Boy Who Could Change the World: The Writings of Aaron Swartz van Aaron Swartz, een computerprogrammeur en internet hacktivist, die al op zijn zesentwintigste overleed. Het is interessant om te zien hoe hij op jonge leeftijd zoveel creatieve ideeën had over bijvoorbeeld het onderwijs.

Heeft u een favoriete sterfscène?
Dit voelt als mijn mondeling Nederlands. Ik denk aan Het parfum van Patrick Süskind. De hoofdpersoon wordt opgegeten op dezelfde plek waar hij is geboren. Bij veel schrijvers voelt dat flauw, maar bij Süskind kan het. Het is fantastisch om op zo’n manier je personage op te offeren. De sterfscène is zo sterk, omdat de cirkel van het verhaal rond is.

Wanneer heeft een boek volgens u een goed verhaal?
Ik hou van vertelstemmen. Dat je iemand als het ware hoort zeggen: ‘Ga zitten, ik zal het je allemaal vertellen.’ Na een paar pagina’s heb ik vaak door of de schrijver weet wat hij aan het doen is. Het heeft te maken met een bepaalde mate van zelfverzekerdheid die de schrijver naar de lezer uitstraalt, ook al weet je als schrijver dat het allemaal verzonnen is. Daarin zit ook een parallel met illusionisten en schrijvers: beiden houden de boel voor de gek. Het is niet echt wat je vertelt, en iedereen weet dat. Er wordt niet echt iemand doorgezaagd en er wordt ook niet echt iemand opgegeten aan het einde van het boek. Toch moet je de kijker of de lezer meetrekken in je truc, je verhaal. Lezen voelt als naar een sportwedstrijd kijken. Ik let als lezer op de inspanning die de schrijver levert. Vliegt hij uit de bocht? Of wordt het een goal? Ik kan echt juichen wanneer ik doorheb dat de verhaallijn werkt, dat het klopt.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een wit laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen? En waar zouden jullie het over hebben?
Waarom langs de Seine met zo’n tafeltje en een wit laken?

Het mag ook ergens anders zijn.
Ik word altijd ongemakkelijk van witte lakens. Ik ben altijd bang dat ik er iets overheen pleur. (denkt na) Ik zou graag met de heen- en weerwolf van Pluk van de petteflet dineren. Ik had altijd ontzettend met hem te doen. Pluk zegt dat hij niet met hem mee kan naar Duitsland, maar dat hij wel terugkomt. Maar is dat ooit gebeurd? Of heeft de heen- en weerwolf daar altijd maar zitten wachten? Dat zou ik graag willen weten.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Het heeft geen zin om iemand te dwingen iets te lezen, zeker achttienjarigen niet. Het boek dat je ze verplicht te lezen, is het boek dat ze gaan haten. Ik was een allesvreter op die leeftijd en ben dat nog steeds: van goedkope thrillers bij het tankstation tot Dostojevski. Ik geloof erin dat die verschillende stromingen naast elkaar kunnen bestaan. Dan moet je op die leeftijd zelf maar bepalen wat je lust.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Ik heb veel research gedaan naar de wereld van het illusionisme. Uit al het leeswerk maak ik op dat mensen verbazingwekkend genoeg veel kunnen slikken. Ik heb me verdiept in zwaard- en degenslikkers en er bestond zelfs een man die paraplu’s kon slikken. Dat is toch fantastisch. Ik heb daarvan weer geleerd dat de illusionisten zich graag inspannen voor hun publiek, net zoals schrijvers dan doen voor hun lezerspubliek.

Heeft u een ‘guilty pleasure’?
Nee hoor, niets is voor mij een guilty pleasure, daar kom ik gewoon voor uit. En anders zou ik het ook zeker niet opbiechten…

Heeft u verborgen talenten?
Ik kan heel goed Ikea-meubels in elkaar zetten. Dat is een puzzel. Toch weer die puzzels… Vroeger, toen ik nog tijd had, haalde ik die meubels vervolgens ook weer uit elkaar. En dan wilde ik het meubel daarna nog eens in elkaar zetten, maar dan zonder de tekeningen.

Christopher Nolan of David Fincher?
Fincher

Kendrick Lamar of Mos Def?
Nee, wie ik ook kies… Ik krijg spijt van wat ik zeg. Allebei.

Margaret Atwood of George Orwell?
Orwell

Dostojevski of Tolstoj?
Dostojevski. Voor Schuld en boete. Ik weet nog dat ik het boek las op mijn dertiende. Voor twee à drie dagen lag ik op mijn bed en leefde ik in een soort trip. Ik wist in dat boek niet meer wat schijn of werkelijkheid was en dat was fantastisch.

Thea Beckman of Annie M.G. Schmidt?
Schmidt. Zij heeft een stempel gedrukt op de jeugd van zoveel mensen, dat is bewonderenswaardig.

Slydini of Houdini?
Daar kun je niet tussen kiezen, dat is zo verschillend. Houdini is van het grootse entertainment en Slydini is juist van de kleine, subtiele illusies.