21 vragen aan… Edzard Mik

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen? en twintig andere vragen aan Edzard Mik. Zijn nieuwste roman Mea culpa verscheen deze maand bij uitgeverij Querido.

Welk boek ligt naast uw bed?
Dat is De zwarte envelop van de Roemeense schrijver Norman Manea. Ik vind het een heel bijzonder boek en kreeg het aanbevolen van een vriend. Het gaat over het absurde onder het communistische regime. Ooit werd ik door de literaire vonk aangestoken door literatuur uit Midden- en Oost-Europa. Voornamelijk uit de negentiende eeuw maar ook uit de communistische jaren. Kijk, in een regime waar je eigenlijk geen hoop hebt, geen hoop kunt koesteren, komt wat het leven in essentie inhoudt er extra scherp uit. Dat zie je heel sterk in deze roman.

© Giuliyani

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Ja, weet je, boeken zijn als kinderen. Er is van alles op aan te merken maar je wilt toch niet dat ze anders zijn dan dat ze zijn. Dus ik zou helemaal niets willen veranderen, hoewel ik hun onvolkomenheden of gebreken wel zie. Je weet ook nooit of het niet óók de gebreken zijn die een boek goed maken. Nee, laat alsjeblieft niets veranderen aan die boeken.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Eigenlijk zou je altijd wel een andere schrijver willen zijn en van jezelf ontheven willen worden. Je kunt jaloers zijn op schrijvers die iets heel goed kunnen wat je zelf niet goed kan. Mijn romans zijn altijd behoorlijk geconcentreerd. Toch zijn er soms heel dikke boeken zoals van de Hongaar Krasznahorkai bijvoorbeeld, waar ik heel veel bewondering voor heb en die ik zelf ook wel had willen schrijven. Maar tegelijkertijd: ik ben Krasznahorkai niet. Ik ben nou eenmaal Edzard Mik en ik schrijf de boeken die ík het best kan schrijven.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Piet Gerbrandy en Maria Barnas. En Sasja Janssen, die vind ik heel erg te gek. Ook heb ik een groot zwak voor de Griek Kavafis. Hun gedichten zijn allemaal om een andere reden mooi. De enige overeenkomst is dat ze doorgaans wat langer zijn en vaak een verhalende structuur hebben.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Ik ben geneigd te zeggen Houellebecq. Maar misschien is die wel zo aan deze tijd gebonden dat juist een schrijver die niet zo heel bekend is, zoals Krasznahorkai, over honderd jaar beter tegen de tand des tijds bestand blijkt te zijn omdat die schrijver de menselijke conditie heel erg centraal stelt en daar een literaire vorm voor gevonden heeft. Iets wat samenhangt met, om het een beetje pompeus te zeggen, hoe het is om op deze aarde rond te lopen en wat dat met ons doet.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Misschien Hermans. Maar die heeft ook drie van de beste Nederlandse boeken geschreven dus in hoeverre ben je dan overschat? De donkere kamer van Damokles, Nooit meer slapen en De tranen der acacia’s zijn bijzondere boeken. Tegelijkertijd heb ik er problemen mee dat een oeuvre op een wel erg nauwe, beperkte levensvisie gebaseerd is. Ik zou voor mezelf en voor alle andere schrijvers wensen dat zij in staat zijn hun werk verder te brengen dan dat ene gezichtspunt. Dan wordt alles wat zich voordoet in de mal van dat ene perspectief, die ene formule, geperst, een kunstje dus eigenlijk. Als literair procedé vind ik dat uiteindelijk niet overtuigend.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Het liefst op het bekende eilandje in de Stille Oceaan om met rust gelaten te worden. Het is niet eenvoudig om te blijven schrijven met alles wat er van je verwacht wordt. Ik kan ook dromen van een land waar literatuur meer gewaardeerd wordt en mensen meer beleven bij literatuur dan in Nederland het geval is. Nederland is behoorlijk onliterair, vind ik. Als ik naar een feest ga en de moed heb om te zeggen dat ik schrijver ben, is het eerste dat wordt gevraagd: ‘Kun je daarvan leven?’ en: ‘Hoeveel boeken verkoop je?’

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Ja, mijn roman Laatste adem. Er was een recensent die zei: ‘Het is allemaal wel goed opgeschreven, maar ik kwam er niet goed in.’ Ik schreef vroeger een soort proza met een enigszins absurde inslag. Mensen die minder affiniteit hadden met het absurde kwamen er moeilijk in. Voor Laatste adem gold ook dat ik achteraf dacht: dat boek heb ik wel erg volgestouwd met beelden. Daar kun je te ver in gaan. Aan de andere kant – en dan kom ik terug op wat ik eerder heb gezegd – ik houd ook van het boek zoals ik dat op dat moment heb geschreven en heb willen schrijven. Met een soort overdaad aan beelden en beschrijving. Kennelijk was het toen nodig zo’n roman te schrijven.

Wat is uw ‘guilty pleasure’?
Ik heb nooit pleasure aan schuldgevoelens dus ik heb ze niet. Ik heb óf pleasures, óf guilt. Maar niet allebei tegelijk.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
De laatste. Mea culpa is net uitgekomen. Ik ben nog steeds afscheid aan het nemen van die roman. Maar zo gaat het altijd, dus ik denk dat bijna elke schrijver dat wel zal antwoorden. Je zit er gewoon volledig in en vervolgens ben je het aan het redigeren en daarna moet je het aan de wereld verkopen. Kortom, ik ben daar op dit moment totaal door in beslag genomen. Het is een volledig fictief verhaal, maar in de kern beschouw ik het zelf als heel persoonlijk. Als schrijver gebruik je altijd je eigen biografie. Die vervorm je en die krijgt op een of andere manier een plek in de roman.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Net als Hermans: fotograaf. Hermans maakte heel veel foto’s en vond ze zelf fantastisch, maar anderen konden er niks op zien en vonden ze platgeslagen en saai. Misschien geldt dat ook wel voor mijn eigen foto’s. Ik heb de illusie dat je op mijn foto’s kunt zien hoe ik kijk en denk. De foto’s die ik zelf het interessantst vind krijgen op Instagram de minste likes, terwijl de foto’s die het meest voor de hand liggen de meeste likes krijgen. Dat is best ontluisterend.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.
a) Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?
De melancholieke Jed, uit De kaart en het gebied van Houellebecq.

b) Waar zouden jullie het over hebben?
De moderniteit en waar dat allemaal toe leidt voor ons, mensen. Een mooi melancholiek gesprek. Parijs is ook iets van het verleden en de Seine is een rivier, die stroomt en stroomt maar, dus die is in zekere zin inherent melancholiek. Dat alles verdwijnt en dat niks hetzelfde blijft. En de moderniteit als dat mechanisme waarin de mens steeds meer het lot in eigen hand neemt, en waaraan de mens tegelijk ook machteloos is overgeleverd. Laat mij daar maar een beetje over mijmeren met die Jed.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Mea culpa. Omdat het een ander perspectief geeft op wat je meemaakt als je zestien, zeventien bent. Pas achteraf blijkt dat allemaal heel bijzonder en overweldigend te zijn geweest, maar als je er zelf middenin zit is dat niet echt aan de orde. De stelling in het boek is dus ook: de jeugd die maak je niet mee, daar verlang je achteraf naar. De hoofdpersoon zegt op een gegeven moment: ‘Laat me nou godverdomme eindelijk eens mijn jeugd meemaken.’

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Van goede boeken leer je hoe belangrijk stijl is. Dat er geen goede literatuur bestaat zonder stijl. Bij elke schrijver bepaalt de stijl zijn of haar stem en daar leer je van. Je manier van kijken en denken wordt, als het goed is, volledig overgenomen door de manier van kijken en denken van de schrijver. Zelfs de manier waarop je ademt. Dat vind ik het belangrijkste aan literatuur, dus niet een of andere boodschap.

Hemingway of Fitzgerald? Fitzgerald.

Jane Austen of Virginia Woolf? Virginia Woolf.

Proust of Joyce? Proust.

Tolstoj of Dostojevski? Dostojevski.

Freud of Lacan? Freud.

Maartje Wortel of Esther Gerritsen? Maartje Wortel.

Margaret Atwood of Jeanette Winterson? Margaret Atwood.