© Keke Keukelaar

Waarom schreef u Wie is die vrouw?
Met dit boek wilde ik mij naar mezelf terugschrijven. Dat bedacht ik eens ter plekke in een interview en vond ik achteraf wel goed gevonden. Maar feitelijk is dat wel het hele doel van het schrijven: om jezelf naar jezelf terug te schrijven. Dan kom je er achter dat dat steeds iemand anders is.

In een column schreef u eens: ‘mijn hele leven vertoonde ik al vluchtgedrag’, en ‘schrijven is ook een vlucht’. Maar u heeft zoveel over uw scheiding geschreven de laatste jaren, het lijkt wel het tegenovergestelde.

Ik ben er veel te veel mee bezig geweest eigenlijk, hè. Het was helemaal geen vlucht meer. Het was meer proberen te zien wat er is. Het zou wel heel saai zijn als ik alleen maar zou leven en daar niks bij zou bedenken. Misschien zit je als schrijver niet altijd in de realiteit en kun je dat zien als vluchten. Thomas Verbogt draaide het laatst om in een interview: hij maakt er een gave van. Je maakt iets van de dingen die je meemaakt. Dan is het geen vlucht, maar iets wat je toevoegt aan de wereld.

Onder welk genre zou uw laatste boek vallen?
De ik-figuur voelde lekker dichtbij en pakkend, maar het is niet geschreven als non-fictie. Er zitten perspectiefwisselingen en een derde persoon in: de vrouw. Ik speel ook met fictie. Juist om dichterbij de ik-figuur te komen. Je kan het boek niet echt een roman noemen, maar het is ook echt geen memoires. Ik rek het genre roman graag op.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw nieuwste boek?
Toen ik voor het eerst dacht: dit is een boek. Ik had allemaal losse dingen geschreven; columns, essayistisch werk en proza. Ik zag ineens hoe die fictie inwerkte op de meer realistische stukken. Er zat een vonkje in. Het gaf precies die spanning die ik zocht. Toen dacht ik: dit werkt, dit is iets, ik heb het bijna onder controle.

Veel mensen dachten dat u zelf de hoofdpersoon was in Wie is die vrouw? Maar dat is niet zo, toch?
Ik had nooit echt stilgestaan bij wat de lezers zouden gaan denken over de connectie tussen de ik-figuur en mijzelf. Belangrijker is het wie ik ervan maakte. Ik vond het wel interessant om te onderzoeken hoe je de dingen kunt opschrijven die je liever niet deelt, de befaamde schaduwzijde. Het spel tussen fictie en werkelijkheid is altijd een thema in mijn boeken. Dit boek reflecteert niet letterlijk de werkelijkheid. Maar het is allemaal waar én het is verzonnen.

Heeft u een voorbeeld van zo'n verzonnen scène?
Lei Reintjes heet natuurlijk geen Lei Reintjes. Hij vertelt de hoofdpersoon dat zijn vrouw acht jaar lang een affaire had met haar man. Dat is ook echt gebeurd. Die man bestaat wel en heeft mij dat ook verteld, maar ik heb daar een fictieve scène en een fictief personage van gemaakt.

Snapt u de verwarring van mensen wel?
Sommige lezers hadden niet door dat er echt wel fictie in zat. Dan heb je er ook geen kaas van gegeten en kun je dit boek lezen als één op één samenvallend met mij. Die mensen vinden het boek vaak een beetje slordig en willen vooral weten hoe het nou zat met dat vreemdgaan. Voor die types beantwoordt het boek misschien niet aan de verwachting.

Klopt het dat de laatste twee boeken worden verfilmd?
De filmrechten voor Ik nog wel van jou zijn ooit verkocht, ja, maar daar is nooit iets mee gebeurd. Dat is wel jammer. Misschien met dit boek erbij? Ik zou het wel leuk vinden, maar dan wordt het niet mijn verhaal. Iemand moet er wel iets goeds van maken, anders is het pure ellende natuurlijk.

Pure ellende?
Ja, hoe het vreemdgaan is verlopen was voor mij als schrijver geen onderwerp. Maar dat moet dan wel goed worden ingevuld door de filmmakers. Voor een film is dat spannend, want in het ene boek weet die ik-figuur dat nog niet. Ik toen ook niet. Als ik het had geweten had ik deze boeken niet geschreven. Wie gaat een man terugschrijven die al zo lang een ander heeft? Dat zou echt erg zijn. Dan ben je echt een Don Quichot.

Waar wilt u in de toekomst over gaan schrijven?
Over de angst om dement te worden. Dat vind ik eng. In mijn familie komt dat best veel voor. Het wordt een fictief verhaal over iemand die ook die angst heeft. Diegene wil van de dementie winnen. Daar wil ik iets mee proberen. In het echt zal dat niet lukken, maar misschien wel op papier?

Eerst schreef u fictieve verhalenbundels. Hoe was de overgang naar uw laatste twee meer persoonlijke boeken?
Wat je maakt en wat je leest reflecteert de fase waarin je zit. Zo ontstaat die verandering. Maar die verhalenbundels hadden soms hetzelfde effect op lezers. Bij mijn roman De weg naar zee hebben mensen gedacht dat ik een kind met downsyndroom had. Dat was niet zo, maar dat durfde ik toen niet meer tegen ze te zeggen. Dat verhaal was ook persoonlijk, maar in een andere vorm gegoten. Het gaat om de vorm waarin je het giet. Wie de schrijver zelf is, moet uiteindelijk niet van belang zijn.

Over welk personage uit een vorig boek zou u nog wel eens een nieuw, losstaand verhaal willen schrijven?
Dola Korstjens, uit Het besluit van Dola Korstjens, mijn debuut. Zij staat op haar dertigste verjaardag op met het besluit om weg te gaan, maar dan gaat ze dood. Ze doet alsof dat niet zo is en blijft volhouden. Ik wil wel weten hoe het nu met haar gaat, of ze nog steeds de dood ophoudt als een plasje. Want dat deed ze altijd. Die dood zal twintig jaar later wel heel hoog zitten.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Ik zou sommige termen veranderen. In Lastmens heb ik een leuk verhaal geschreven, maar een heel verkeerde, ouderwetse term gebruikt voor een zwarte vrouw. Ik had daar weinig over nagedacht. Niemand had dat bedacht. Ook niet de redacteuren of de uitgeverij. Nu denk ik: dat móet weg. Daar schaam ik me wel een beetje voor. Jammer. Weg verhaal.

Welk boek ligt naast uw bed?
Die hele stapel over het geheugen en trauma. Ik heb ook Het lied van ooievaar en dromedaris liggen, van Anjet Daanje. Dat is gebaseerd op Woeste hoogten van Emily Brontë. Ga je me nu vragen over die klassiekers die ik niet heb gelezen?

Is dat inderdaad de klassieker die u tot uw grote schaamte nooit heeft gelezen?
Precies. Die wil ik eigenlijk eerst lezen omdat de hoofdpersoon in het dromedarisboek daar zo fan van is. Daanje heeft het boek op die zusters gebaseerd. Ik wil me in allebei verdiepen maar het lijkt me goed om eerst het origineel te lezen.

Wat is uw huidige favoriete boek?
Alles van Sigrid Nunez. Ze schrijft heel ingenieus: een mengvorm tussen fictie en memoires. Dan denk je: o, ik zit dit allemaal echt te lezen, is dit echt gebeurd? En dan pats, gebruikt ze die fictie heel erg zodat je weet dat het eigenlijk niet helemaal zo is.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een wit laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen en waar zouden jullie het over hebben?
Hier had ik al over nagedacht. Het is geen personage, maar Annie Ernaux. Ik zou met haar willen praten over hoe zij zo waanzinnig goed schrijft over alles wat zij tegenkomt in haar leven. Ze maakt prachtige boeken.

Welke schrijver of welk boek is het meest onderschat?
Het meest onderschatte boek ken ik waarschijnlijk niet. Maar vrouwen worden vaak minder opgeblazen dan mannen. Die doen echt te dik. Van die aanstellerige auteurs, je kunt er zo vast een paar verzinnen. Verschrikkelijk.

Kunnen we vrouwen eer aan doen met een vrouwelijke ‘grote drie’?
Ja, goeie! Die moeten we hebben. De Nederlandse grote drie vind ik Annie M.G. Schmidt, Anna Blaman en Dola de Jong. Voor een internationale grote drie zou ik zeggen: Annie Ernaux, Alice Munro en Agota Kristof.

Annie Ernaux of Annie M.G. Schmidt?
Die is wel moeilijk! Al die Annies. Door Annie M.G. Schmidt kwam ik er achter dat schrijven een beroep was toen ik zes jaar oud was. Ik wilde een Annie worden toen. Die kan ik niet afvallen!

Jane Austen of Virginia Woolf?
Virginia Woolf. Ik hou van haar buitenissige eigenzinnigheid.