Wat dreef u ertoe om Mijn nachten met Spinoza te schrijven?
Tijdens het lezen van de Ethica van Spinoza dacht ik: dit is onzin. Spinoza definieert de begeertes zó wiskundig, wat zegt dat nog? De essentie van de individuele mens ontsnapt hieraan. Spinoza construeert een abstract mensbeeld en ik wou hier tegengewicht aan bieden. Ik wilde mezelf in de strijd gooien en die begeertes op mezelf toepassen. Maar misschien nog belangrijker was: in hoeverre durf ik als vrouw onverbloemd te zijn? Ik heb altijd het gevoel dat er iets in mij is dat zwijgt. Steeds voel ik een innerlijke kritiek, een soort ‘onzindetector’, die mezelf censureert nog voordat ik een gedachte heb durven opschrijven. Dan bedoel ik voornamelijk grotere, filosofische, bespiegelende gedachten.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven?
De allereerste dag. Ik besloot er gewoon aan te beginnen. Het was alsof ik de doos van Pandora opende. Toen ik de volgende dag herlas wat ik had opgeschreven, dacht ik: er zitten gewoon een paar mooie goedgeschreven zinnen tussen. Waar ben ik eigenlijk zo bang voor?

Is er een begeerte die uw leven domineert?
Hier volg ik Schopenhauer die zegt dat iedereen gestuurd wordt door een oerdrift om te overleven. Deze drift gaat aan alle begeerten vooraf. Zelf ben ik ook een driftig persoon. Misschien wel te vergelijken met een peuter: blijdschap of verdriet, dat is bij hen allemaal zo puur en onversneden.

Tegenover het driftmatige staat de reflectie. Koestert u die reflectie, of wilt u haar bestrijden?
Ik hou van reflectie, terugblikken en beschouwen. Maar alleen als het uitgangspunt van die reflectie liefde en liefdevol omgaan met onze driften is. Dat is niet het geval bij Spinoza. Hij geeft aan dat hij de begeerten juist wil bestrijden en de reflectie als ultieme waarheid boven alles wil zetten. Dan zijn we zogezegd verlost van onze driften, die ons steeds valse waarheden voorspiegelen. Het is een soort machtsgreep van het verstand, die leidt tot: ‘Ik weet hoe het moet, en jullie zijn dom en gaan luisteren’. Maar onze driften vallen niet uit te schakelen. Voelen we ons benadeeld, machteloos of ondergeschikt, dan is onze blik op de werkelijkheid direct vertroebeld. Om echt bij de werkelijkheid uit te komen, moet je thuis zijn bij je gevoel.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
De onlangs overleden A.L. Snijders. Een groot schrijver en iemand waar ik van hóóp dat hij over vele jaren nog gelezen zal worden.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Lastige vraag, want ik vind poëzie een heel moeilijk genre. Poëzie is al bijna kapot als je het begint vast te nagelen of te benoemen. Je moet er als het ware een toevallige ontmoeting mee kunnen hebben. Dichters die dit toeval kunnen vasthouden zijn Guido Gezelle en Bob Dylan. Plots heb je het gevoel: o ja, dit is een gedicht!

Welk boek heeft uw leven het meest uitgedaagd, in vraag gesteld?
Het eerste deel, ‘De wil tot kennis’ genaamd, van het vierluik De geschiedenis van de seksualiteit van Foucault. Hij situeert het ontstaan van de seksualiteit in de achttiende eeuw als een uitvinding en een machtsgreep van de bourgeoisie. Voordien was seks toch ook gewoon onderdeel van de dagdagelijkse dingen, zoals eten en slapen. Verder niets. Heel interessant om te lezen, want dan besef je: we leven in een bekrompen bourgeoiswereldje waarin we allemaal bezig zijn met onze eigen seksuele avontuurtjes. Met behulp van Freud zijn we bovendien allen detectives geworden, op zoek naar onze eigen seksuele afwijkingen of donkere geheimen. Daar hebben Deleuze en Guattari dan weer heel mooi over geschreven in Anti-Oedipus.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Geen enkel boek of tekst zou ik willen veranderen. Ik vergeet snel wat ik heb geschreven en moet telkens opnieuw een boek schrijven om te weten waarom ik schrijf. Wanneer ik herlees denk ik vaak: wauw, ik was wel goed gek?! Eigenlijk is dat een fijn gevoel en daarom heb ik misschien ook niet de idee dat ik iets zou moeten veranderen. Wel denk ik dat ik te veel werkethiek en te weinig geduld heb bij het schrijven. Steeds wil ik mezelf bewijzen dat ik aan het werk en een nuttig onderdeel van de samenleving ben. Maar ik had misschien wat meer geduld en plezier mogen hebben tijdens het schrijven.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Kaas van Willem Elsschot. Ik heb me er kreupel mee gelachen, maar het was ook ontroerend. Het gaat ook over werkethiek en Elsschot haalt hiermee iets essentieels aan over het schrijverschap, maar ook over het mens-zijn. Ik las het juiste boek op de juiste plaats en het juiste moment: op vakantie aan een strand in Portugal. Het was een spirituele ervaring.

Welk boek ligt naast uw bed?
Een boek is werken voor mij, dus liever geen. Maar een boek dat ik overal mee naartoe zou nemen is De wereld een hel, een mooie selectie van de schrijfsels van Arthur Schopenhauer. Een paar weken nadat mijn mama gestorven was, heb ik het herlezen. Ik wilde weten of het in deze moeilijke periode ‘rechtop’ zou blijven. Het was opnieuw geweldig en bood me heel veel troost. Of Schopenhauer geen pessimist is? Dat wordt steeds uitvergroot. Hij is een heel grote denker en schrijver.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Ik denk dat bijna alle schrijvers overschat zijn. Maar dat is niet zo erg, misschien is het zelfs nodig. Want als schrijver moet je zelf ook geloven dat je de beste bent, anders begin je niet aan een boek. En soms levert die overschatting ook een goed boek op. Anderzijds denk ik dat we de laatste honderden jaren nog altijd veel mannelijke, blanke schrijvers zwaar overschatten.

Wat is uw ‘guilty pleasure’?
Waargebeurde detectives op Netflix. Fantastisch, die explosie aan documentaires over echt gebeurde misdaden. Er zitten echt pareltjes tussen.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Met allemaal evenveel. Al mijn boeken markeren een moment in mijn leven, en elke fase koester ik even hard.

Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Ik zou heel graag een zangeres zijn, maar helaas heb ik er het talent niet voor. Alles wat muziek is zou ik heel graag doen, klassieke piano bijvoorbeeld. Ook een carrière in de sport kan ik me voorstellen. Al ben je dan plots opgebrand, dat past niet zo goed bij mij. Of deze beroepen een gemeenschappelijke deler hebben? Het voeren van een gevecht met mezelf, geloof ik.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een wit laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen en waar zouden jullie het over hebben?
Ik zou voor een leuke detective kiezen, Sherlock Holmes of Maigret bijvoorbeeld, en zou het met hem over de staat van de wereld hebben. Een personage uit een roman zou ik niet kiezen. Zij zien allemaal af en kennen vaak een dramatische levensloop.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Dat is moeilijk, want ik geloof dat timing bij goede boeken belangrijk is. Een boek dat ik op mijn achttiende las, is Walging van Sartre. Het is nogal deprimerend, maar dat past wel bij achttienjarigen. Zo’n boek lees je beter vroeg, dan kan je later jezelf daarvan verlossen.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
Er zijn veel klassiekers die ik nog niet heb gelezen. Maar van De Metsiers van Hugo Claus moet ik echt wel eens werk maken.

Willem Elsschot of Hugo Claus?
Geen twijfel mogelijk: Willem Elsschot.

Simone Weil of Spinoza?
Simone Weil. Al is het moeilijk om ze naast elkaar te zetten. Weil is heel jong gestorven en heeft niet veel geschreven. Maar voor mij heeft ze wel iets belangrijks gebracht.

Bob Dylan of The Dire Straits?
Altijd Bob Dylan.

Rainer Maria Rilke of Bertolt Brecht?
Brecht, zonder twijfel.

George Orwell of Aldous Huxley?
Orwell. Omdat ik van zijn geweldige humor hou.