Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van Het boek van alle angsten?
Eigenlijk twee dingen. Allereerst het schrijven over iemand die ver van mij afstaat. Het personage Kevin is een beetje een klootzak, maar hij heeft wel de meeste lol. Hij is een soort Klaas Dijkhoff, iemand die overal een grap van weet te maken. Niet onsympathiek, maar ook iemand die zijn leven niet te veel wil laten verpesten door over de vervelende dingen na te denken. Maar de ervaring die het meest zal blijven hangen vond plaats tijdens het joggen door het park. Ik kreeg toen een idee wat er met een van de personages moest gaan gebeuren, iets heel naars. Ik was hier helemaal onthutst door, maar het was ook bevredigend.

Welk boek ligt naast uw bed?
Middlemarch van George Eliot, met recht een klassieker. Het leest een beetje stroef maar is psychologisch behoorlijk diepgravend. Ze laat goed zien waarom mensen in verkeerde relaties terechtkomen, en hoe dat vervolgens misgaat.

Welke klassieker heeft u tot uw grote schaamte nooit gelezen?
Veel te veel. Maar ik weet niet of schaamte het goede woord is. Ik heb het gevoel dat er bij millennials veel minder een verplichting is dat je van alles gelezen moet hebben. Er zijn wel veel klassiekers die ik nog zou willen lezen. Anna Karenina bijvoorbeeld. De huidige afrekencultuur helpt wel: als je alle misogyne, racistische schrijvers niet meer hoeft te lezen scheelt dat een hoop. Nee hoor, was dat maar waar.

© Bob Bronshoff

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Ik heb over het algemeen wel last van schaamte, niet over klassiekers die ik niet heb gelezen, maar wel over aspecten van wat ik zelf heb geproduceerd. Ik weet dat je als schrijver zou moeten zeggen: ze zijn me allemaal dierbaar. Maar nee, ik heb een heel document klaarstaan voor Orewoet (2016), voor als er ooit nog een herziene druk komt.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Geen één. Iedereen heeft zijn eigen stem. Ik kan alleen maar mijn eigen stem proberen te ontwikkelen maar onmogelijk me die van een ander aanmeten. Dus dan gaat het misschien meer om een idee dat iemand anders had en dat je zelf gewild zou hebben. Bij Het boek van alle angsten dacht ik eerst dat het verhaal zich in deze tijd zou afspelen, dat het zou draaien om iemand die op een zogeheten angstafdeling werkt maar zelf allemaal angsten heeft. Toen las ik een recensie van de debuutroman van Basje Boer en het leek of zij precies dat had gedaan. Later kwam ik erachter dat dat niet klopte, maar op dat moment vroeg ik me af: wat als ik iets anders probeer? Toen kwam ik bij het genre van de dystopie, de uitwerking van de vraag die een psycholoog stelt aan cliënten: wat is het ergste wat er kan gebeuren? Een vraag die zich richt op de toekomst. Het is dus niet zo dat ik Boers roman had willen schrijven, maar ik ben er wel door beïnvloed in mijn keuze.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Ik hoop dat er over honderd jaar überhaupt nog wordt gelezen.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Die van Ivan Iljitsj uit de novelle van Tolstoj. Het is sterk en pijnlijk om te zien hoe zijn vrouw en dochter zijn dood eigenlijk niet zó belangrijk vinden. Zij kunnen er lichamelijk niet bij hoe beklemmend die ervaring voor hem is. De banaliteit van het feit dat voor anderen het leven toch gewoon doorgaat.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Eerlijk gezegd heb ik een beetje een ambigue houding ten opzichte van poëzie. Het voelt alsof ik het meer zou moeten waarderen dan ik het waardeer, het meer zou moeten lezen dan ik het lees. Ik hou mezelf dan altijd voor dat lyriek uit een traditie komt waarbij er ook werd gezongen en gespeeld. Popmuziek is dus eigenlijk de huidige lyriek. Ik luister wel heel veel popmuziek!

Welk boek is het meest overschat? En waarom?
De bundel What we talk about when we talk about love van Raymond Carver. Hij wordt gewaardeerd omdat zijn verhalen zo kaal zijn, er zou geen woord te veel in staan. Tegelijk is bekend dat zijn redacteur de helft van zijn woorden heeft geschrapt. Moet men dan niet die redacteur prijzen?

Heeft een recensent ooit iets kritisch over je geschreven waarvan je dacht: hij heeft een punt?
Als ik denk aan de kritiek die ik heb gehad op mijn boeken, dan was dat vaak op dingen waarvan ik dacht: dat was de bedoeling! Bij Het boek van alle angsten merkte zowel Thomas de Veen als Elma Drayer op dat er veel anglicismen in zitten. Maar dat paste bij dat boek. Ik gebruikte ook per personage een heel andere stijl. Dus dan zou je willen dat de recensent dat ook ziet. Maar je gaat wel aan jezelf twijfelen: was het de juiste keuze? En in hoeverre was het wel een keuze? Ik ben ook een kind van mijn tijd: ik gebruik ongetwijfeld anglicismen zonder dat ik het doorheb. We zijn allemaal beïnvloed door de Anglo-Amerikaanse cultuur.

Wat is uw ‘guilty pleasure’?
De serie Dawson’s Creek! Absoluut jeugdsentiment dat ik nooit zal verloochenen. Wie weet schrijf ik er ooit nog een stuk over in De Groene. Dat is wel dé manier om een populaire serie salonfähig te maken. Een andere guilty pleasure is dat ik veel op Twitter zit. Daar blijf ik toch doorheen scrollen, doorklikken, onzinartikelen bekijken waar je helemaal niks aan hebt.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Ik heb vooral een band met mijn personages, die draag ik nog steeds met me mee. Dan denk ik soms: ‘Ach, die Viko. Arme jongen.’

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Ik heb een blauwe maandag de avondopleiding van Gerrit Rietveld Academie gedaan. Ik kon als kind redelijk goed tekenen en ik was daar graag verder mee gegaan. Maar ik heb van huis uit meegekregen: ‘Je moet wel weten wat een hobby is.’ Ik zag niet echt voor me dat ik daar ooit mijn brood mee zou kunnen verdienen. Met schrijven trouwens ook niet, ik heb veel geluk dat ik in dit wereldje lijk te worden toegelaten, al is dat brood verdienen een tweede.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
De leeslijst op mijn middelbare school bestond voornamelijk uit de Grote Drie en oorlogsliteratuur. Ik was blij om Kafka en Palahniuk te ontdekken. Dat ‘vastzitten’ in de boeken van Kafka, dat vond ik heel erg die tienerervaring: je bepaalt je eigen leven niet. Fight Club van Palahniuk heeft een krachtige stijl, maar ook voldoende diepgang. Het stemde tot nadenken over de consumptiemaatschappij. Maar tegelijk ook de spanning: wat is het alternatief? Anarchie? Ook verre van ideaal.

Wat is het interessantste wat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Middlemarch van George Eliot herbevestigde mij: let altijd op dat je mensen en hun verhoudingen tot elkaar niet te zwart-wit moet zien, behoud de subtiliteit en erken dat ieder zijn eigen motivaties heeft.

Harry Mulisch, Gerard Reve of Willem Frederik Hermans?
De Grote Drie zijn wel echt passé wat mij betreft.

Austen of Woolf?
Jane Austen is vermakelijker, maar Virginia Woolf is veel belangrijker voor vrouwelijke schrijvers geweest. Ook subtieler in hoe ze schreef.

Camus of Houellebecq?
Camus

Tolstoj of Dostojevski?
Ik vermoed dat ik meer met Dostojevski heb, al is dat puur een gevoel. Want De gebroeders Karamazov, buiten het hoofdstuk over de grootinquisiteur, bleef niet enorm hangen en vond ik best wel een strijd om doorheen te komen.

Murakami of Ishiguro?
Murakami

Margaret Atwood of Jeanette Winterson?
Altijd Margaret Atwood.