21 vragen aan… Eva Meijer

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat? en twintig andere vragen aan Eva Meijer. Haar nieuwe roman Voorwaarts verscheen in maart bij uitgeverij Cossee.

© Bob Bronshoff

Welk boek ligt naast uw bed?
Freshwater van Akwaeke Emezi. Het is een verslag van iemand die bestaat als meervoud, niet als enkelvoud, en behandelt de verschillende manieren waarop je met die gekte kunt leven. Vanuit het westerse, medische discours zou men de hoofdpersoon een meervoudige-persoonlijkheidsstoornis toeschrijven. Maar vanuit haar Nigeriaanse achtergrond krijgt de meervoudigheid vorm als een verscheidenheid van geesten die door haar spreken. Aan de hand van de traditionele verhalen over die geesten lukt het haar de situatie leefbaar te maken. Een aanrader.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Zo werkt het niet. Ik begrijp mijn werk niet als iets dat ik bedenk en dan opschrijf, maar als iets dat zich bij mij aandient en wat ik zo goed mogelijk heb op te schrijven. En dat maakt het raar om achteraf te zeggen: dit had ik anders moeten doen. Daar is de rol van de schrijver simpelweg te klein voor. Uiteindelijk heb je, heb ik althans, maar weinig macht over de personages. Sommige personages vind ik bijvoorbeeld erg vervelend, maar ze horen nu eenmaal bij het verhaal – wat dat betreft zijn ze net familie, die kies je ook niet uit. Mijn houding als schrijver is daarom afwachtend. Ik probeer gewoon zo goed mogelijk te luisteren naar wat het verhaal me vertelt.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Niet een. Als schrijver kun je je eigen boek niet lezen, dus goede boeken waar ik niet de auteur van ben, houd ik graag zo.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Ali Smith. Zij zit qua inhoud dicht op de belangrijke vraagstukken. Smith schrijft, en dat klinkt wat groot en pathetisch, over zaken als kapitalisme, klimaatverandering en vluchtelingenproblematiek. Maar uiteindelijk ook over de oude literaire vragen. Hoe verhoudt een individu zich tot de gemeenschap en de wereld om zich heen? De vorm van haar schrijven is daarin vernieuwend en bewonderenswaardig: ze schrijft lichtvoetige verhalen, zonder dat ze daardoor aan scherpte verliezen.

Veel schrijvers vergeten vorm, en dat komt doordat een bepaald soort journalistieke, beschrijvende literatuur al een tijd in de mode is. Maar ik denk dat schrijvers moeten proberen mensen anders naar zichzelf en de maatschappij te laten kijken. Romans morrelen aan bestaande onderscheiden tussen goed en kwaad, betwijfelen de dominante orde, door te laten zien dat zaken altijd ingewikkelder zijn dan we denken. Dat die orde een kwestie van aanmodderen is. En voor zo’n ander perspectief ontkom je niet aan de vorm waarin je het verhaal presenteert.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Ellen Deckwitz en Lieke Marsman.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Veel Nederlandse schrijvers zijn overschat. Ik noem geen namen, dat is niet collegiaal, maar BN’ers bijvoorbeeld. De poeha daaromheen bereikt mensen eerder dan hun boeken zelf, en wordt te gemakkelijk overgenomen. Daardoor is er te veel aandacht voor een klein groepje auteurs. O! En kookboeken zijn vreselijk overschat. Zelfhulpboeken ook. Uiteindelijk is de aanwezigheid van die boeken een uiting van ons gebrek aan religie en spiritualiteit.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
We leven hier op het moment in een goede tijd, in ieder geval voor vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen. Zo heb ik nu het geluk dat ik van het schrijven kan leven. En als vrouw is dat in het verleden natuurlijk heel lastig geweest. Maar als filosoof lijkt het oude Griekenland me ook leuk, hoor. Die beginnen gewoon bij de basics. Water, vuur, alles dat stroomt.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
Vroeger las ik graag boeken van Patricia Cornwell, die schrijft thrillers over een patholoog-anatoom, Kay Scarpetta. Niets daaraan is op zich guilty pleasure, maar toen ik het laatst opnieuw probeerde te lezen, vond ik het wel lastig –n het is gewoon slecht geschreven.

Heeft u verborgen talenten?
Talent is een groot woord, maar wandelen, dat kan ik goed en heel lang.

Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Politicus. Dat zou ik in de toekomst in ieder geval nog wel eens willen zijn. Ik kan goed debatteren en weet wat rechtvaardig is. (Ze lacht.) Of laat ik het zo zeggen, daar heb ik veel over nagedacht – er zijn vast mensen die het met me oneens zijn.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen? Waar zouden jullie het over hebben?
Eigenlijk is de vraag: ‘Is er een personage van wie je meer zou willen weten nadat het verhaal is afgelopen?’ Maar de meeste figuren ken je wel na een boek. Virginia Woolf schrijft ook over zichzelf, daar zou ik dan wel eens mee aan tafel willen zitten – haar personages hebben gezegd wat ze moeten zeggen.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
De puberteit is bij uitstek een periode waarin je met existentiële vragen geconfronteerd wordt. Jonge kinderen zijn daar ook mee bezig, tuurlijk, maar pubers voelen dat. En het zijn vragen waar schrijvers over na hebben gedacht. Literatuur adresseert dat het niet altijd goed komt, dat het leven een moeizame en chaotische toestand is, en laat ook zien hoe mensen ermee omgaan.
Maar in plaats van te zeggen wat men zou moeten lezen, zou ik iedereen de nieuwsgierigheid gunnen waarmee ze erachter komen wat ze willen lezen. Er zijn natuurlijk bepaalde sleutelboeken, maar die hebben te maken met je biografie. Helaas blijven veel jongeren steken in de geijkte leeslijstboeken, schrijvers als Joost Zwagerman en Jan Wolkers, omdat die makkelijk lezen. Ga écht lezen, zoek wat bij je past, en lees niet te algemeen. Zelf las ik voor mijn lijsten enkel vrouwen, omdat ik het oneerlijk vond dat die maar weinig gelezen werden. Dat gaf me onverhoopt een leerzame lens op de wereld.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
‘Het is zaak leren te hopen.’ De Duitse filosoof Ernst Bloch schreef dat in Das Prinzip Hoffnung, en als filosoof vind ik dat interessant, want we leven in een tijd waarin er geen tekort aan doemscenario’s is, maar we het tegelijkertijd moeten doen met een naïef idee van hoop. Onze hoop is te breed en te weinig functioneel. Het moet concreter, niet zoals een fiets concreet is, maar concreter in denken en schrijven. Het moet zowel meer als minder omvatten dan ‘het komt wel goed’.

Proust of Joyce?
Proust.

Camus of Houellebecq?
Camus.

Murakami of Ishiguro?
Ishiguro.

Tolstoj of Dostojevski?
Een moeilijke. Dostojevski lult lekker door en in zijn boeken kun je verdwalen, maar Tolstoj schrijft mooier. Doe maar Dostojevski.

Jane Austen of Virginia Woolf?
Woolf. Niets ten nadele van Austen.

Hockney of Warhol?
Warhol.

Arnon Grunberg of A.F.Th. van der Heijden?
Grunberg.

Sartre of Foucault?
Lastig. Sartre hoort bij mijn puberteit en Foucault bij mijn volwassen worden. Uiteindelijk is Foucault de betere filosoof, maar die heeft nooit romans geschreven en legt het dus af tegen de existentialisten – wacht, mag ik een ander antwoord geven? De Beauvoir. Die heeft goede romans geschreven én is een prima filosoof.