21 vragen aan… Ewoud Kieft

In een zonnig Noorderpark geeft Ewoud Kieft (1977) antwoord op 21 vragen over zijn literaire helden, vervelende recensenten en overschatte collega’s. Zijn romandebuut, De onvolmaakten, ligt sinds mei in de winkel.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw nieuwste roman, De onvolmaakten?
Kan het ook een fase zijn? De onvolmaakten was een zwaar boek om te schrijven, omdat het in de toekomst speelt. Een simpele fietstocht, alleen daar moest ik al veel meer mee dan ik van tevoren had gedacht. Hoe de buitenwijken er rond 2060 uitzien, wat mijn hoofdpersoon onderweg allemaal tegenkomt. Zijn er eigenlijk nog industrieterreinen? Hoe zit de economie in elkaar? Wat eten ze? Die hele wereld uitdenken, dat was best wel een tour de force. Pas daarna kon ik ermee gaan spelen. Toen kwam het echte schrijven, van die fase heb ik erg genoten.

Welk boek ligt er naast uw bed?
De grote vrouw van de Israëlische schrijver Meir Shalev, een fantastische familiekroniek. Een stilistische opkikker. Ik las het ook graag terwijl ik De onvolmaakten schreef, ik kreeg er zin van om aan het werk te gaan. Verder ga ik beginnen in De lus van Martha Heesen. Mijn vriendin heeft het net uit. Haar oordeel: prachtig.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat dan zijn?
Ik zou mijn eerste boek, Het plagiaat uit 2006, korter maken. Het gaat over twee boezemvijanden uit de jaren dertig, Anton van Duinkerken en Menno ter Braak. Ik dook volledig in hun polemiek en citeerde er rijkelijk uit. Nu zou ik veel meer schiften en samenballen.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Cloud Atlas van David Mitchell, een boek met enorme verbeeldingskracht en lef. Het verspringt van een negentiende-eeuwse zeereiziger die strandt op een eiland in de Stille Oceaan naar een componist in de jaren dertig. In totaal zijn het zes verhalen die elkaar opvolgen, tot in de toekomst – er zit ook een sciencefiction-verhaallijn in – en daarna duikt het boek weer terug de tijd in om te eindigen bij de zeereiziger. Het werkt omdat Mitchell erin slaagt er een eenheid van te maken, zonder dat je precies kunt aanwijzen waar dat hem in zit.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Arnon Grunberg, en dan vooral zijn essays. Hij is een van de weinigen die echt over alles kan schrijven: de schilderingen van een Middeleeuwse monnik, het leven als soldaat, seksueel ongemak, de politieke polarisatie van nu. In de kern gaat het bij hem vaak over vrijheid, niet als een abstract gegeven, meer als een praktische balanceeroefening, iets wat schuurt en pijn doet.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
In David Vanns Legend of a Suicide komt in een aantal korte verhalen de zelfmoord van een vader voor. Maar dan volgt een langer verhaal en daarin draait er plotseling iets om. Niet de vader maar de zoon pleegt zelfmoord. Dat verwacht je totaal niet want ook in dit verhaal is de vader depressief. In die bewuste scène zit hij op een stoel, naast een radio met een pistool binnen handbereik. Dan komt zijn zoon Roy binnen, hij schrikt op en loopt weg. Roy gaat op de stoel zitten en Vann beschrijft heel onderkoeld hoe Roy het pistool pakt, het tegen zijn slaap zet en de trekker overhaalt. Het schokte me omdat ik het totaal niet had zien aankomen, en het gonsde nog lang na, er zit iets in dat ik psychologisch heel raak vind, dat de verschillende rollen bij een zelfmoord in elkaar over kunnen lopen.

© Stephan Vanfleteren

Wie is de meest onderschatte schrijver?
Simon Carmiggelt is de meest onderschatte schrijver, een groot stilist. Binnen vier regels staat er een personage dat én grappig én gelaagd is. Hij gebruikt fantastisch vindingrijke metaforen en heeft een enorme mensenkennis. Allerlei types kon hij tot leven wekken: een oude vrouw met schuldgevoel, iemand die geintjes maakt die eigenlijk niet leuk zijn. Botheid waar zachtheid achter zit. Het lijkt zo vanzelfsprekend dat het haast niet opvalt hoe knap en gelaagd het is.

Welke schrijver of welk boek is het meest overschat?
The Circle van Dave Eggers is echt waardeloos bordkarton. Het verhaal van een social media-bedrijf dat alle privacy opslokt is bij hem een schijndilemma geworden, karikaturaal, zo plat als een dubbeltje. Een brave new world waarin menselijkheid de organische tegenpool is van technologie, dat is niet hoe het in de praktijk werkt. Literatuur is interessant als ze dilemma’s niet simplificeert maar ze zo complex weergeeft als ze zijn.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
In Hemingway’s Parijs. A Moveable Feast gaat over zuipen in kroegjes met avant-gardisten. Nostalgisch en aanstekelijk schrijft hij over de jaren twintig. Daar zou ik graag bij gezeten hebben. Een artistieke explosie, die tijd, maar ook verwarrend, net als nu. Veel avant-gardisten maakten radicale politieke keuzes. Daar gaat mijn boek Oorlogsenthousiasme ook over, hoewel dat iets eerder speelt.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij/zij heeft een punt?
Ik kreeg zojuist een recensie in het Friesch Dagblad waarin veel fouten stonden. Ze schrijven over ‘het zogeheten Netwerk’, maar zo komt dat in het boek helemaal niet voor. Ze stellen dat het 2041 is, terwijl het speelt rond 2060. Ik ben best bereid iets uit recensies te halen, maar zo maken ze het me niet makkelijk. Wijlen Kees Fens schreef over mijn eerste boek Het plagiaat dat het ‘verrukkelijke saaiheid’ bevatte. Dat vond ik leuk en creatief, ik begreep niet meteen wat hij ermee bedoelde. Later dacht ik: verdomd, hij vind mij langdradig. Achteraf denk ik dat hij helemaal gelijk had.

Welk boek zou je je pasgeboren baby geven op haar achttiende verjaardag?
In mijn hoofd schiet ik veel boeken af. Ik ben dol op Joseph Roth, maar Radetzkymars vind ik niet meeslepend genoeg en voor Rebellie heeft een achttienjarige te weinig historische kennis. Dan De donkere kamer van Damokles. Stilistisch niet het beste boek, maar een ontzettend goed gecomponeerd verhaal over toeval en verantwoordelijk handelen, mooi gesitueerd in de Tweede Wereldoorlog. Vertrouw je iemand op zijn blauwe ogen als hij zegt: ‘Ik zit in het verzet’? Dat hetgeen dat iemand zegt niet per definitie waar is, is nu nog steeds een thema, in tijden van fake news en de tweets van Trump.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
The Game van Alessandro Baricco gaat over de internetrevolutie, met af en toe een zijstap richting politiek. Baricco laat zien dat de rol van de gevestigde instituties niet meer vanzelfsprekend is, mensen googelen nu eerst zelf als ze wat mankeren voordat ze een dokter raadplegen. Het RIVM zegt iets, maar op YouTube staat het tegenovergestelde. Het is makkelijk om mensen die dit doen als dom en naïef weg te zetten, maar het is ook een verworvenheid. Wikipedia laat zien dat de democratisering van kennis ook tot verbeteringen kan leiden. Baricco legt een verband met vandaag: mensen wantrouwen de gevestigde orde en willen zelf op onderzoek uit – en geloven vervolgens de eerste de beste charlatan blindelings. Toch stemt Baricco’s analyse me iets hoopvoller, omdat die impliceert dat we nog maar net gewend zijn aan internet en nog in een technologische pubertijd zitten.

Hemingway of Fitzgerald?
Hemingway, hij is geen plechtstatig schrijver. Geen opsmuk, heel onderkoeld en toch gaat mijn verbeelding er van aan.

Proust of Joyce?
Proust spreekt me meer aan. Joyce is cerebraler en taaier. De experimenteerzucht in Ulysses is te veel een construct. Proust kan organischer schakelen.

Camus of Houellebecq?
Houellebecq. Al moet ik altijd wel door zijn cynisme heen lezen. Uit al zijn boeken lijkt aanvankelijk een nogal misantropische mensvisie van de pagina’s te schreeuwen, zo van: ‘We zijn allemaal dieren en willen alleen maar neuken en machtig zijn’. Maar telkens gebeurt er toch wat in zijn werk dat dat doorbreekt. De epiloog van Mogelijkheid van een eiland vond ik wonderlijk poëtisch.

Tolstoj of Dostojevski?
Dostojevski. Psychologisch verfijnd en hij laat altijd verschillende wereldbeelden op elkaar botsen.

Paolo Sorrentino of Wes Anderson?
Sorrentino, La grande bellezza is waanzinnig esthetisch geweld.

Hockney of Warhol?
Hockney

Harry Mulisch of Willem Frederik Hermans?
Als Reve er bij had gestaan: Reve.

Ian Kershaw of Isaiah Berlin?
Kershaw, aan hem heb ik veel gehad bij het schrijven van mijn eerdere boeken. Veel historici verdwalen in details. Kershaw heeft zoveel grip, alles wat hij schrijft blijft altijd onderdeel van zijn algehele visie. Verhelderend.

Bob Dylan of Nick Cave?
Toch Dylan, ik verbaas me telkens weer over de veelzijdigheid van zijn oeuvre. In ‘My Back Pages’ zingt Dylan: ‘I was so much older then/ I’m younger than that now’. In een paar zinnen zet hij het humorloze fanatisme van de hippiebeweging, inclusief zichzelf, te kakken. Hij is daarna zelf ook veel speelser en creatiever gaan schrijven.