21 vragen aan: Geert Buelens

Welk boek ligt naast uw bed?
Ik heb overal in huis boeken liggen behalve naast mijn bed, maar als de vraag is: ‘Wat ben je op dit moment aan het lezen?’, dan zijn dat zoals altijd vijf boeken door elkaar. Daarvan hebben After Europe van Ivan Krastev en Terug naar Reims van Didier Eribon mij het meest in hun greep. Het zijn beide boeken over hoe geschiedenis, identiteit en klasse de belangrijke politieke kwesties van vandaag sturen. Terug naar Reims gaat specifiek over Frankrijk maar is voor grote delen van de wereld relevant. After Europe biedt onder meer inspirerende inzichten in de geschiedenis van Oost-Europa sinds de val van de Muur en de manier waarop de migratieproblematiek hierin past.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Aan mijn poëzie zou ik niet meteen iets veranderen; die gedichten zie ik toch vooral als opnamen van bepaalde periodes uit mijn leven. In mijn non-fictieboeken zijn hier en daar feitelijke onnauwkeurigheden geslopen en die probeer ik er – per herdruk – alsnog uit te halen. Na het schrijven van De jaren zestig, een boek met een sterk mondiale focus, zou ik misschien wel in Europa Europa, mijn boek over poëzie in de Eerste Wereldoorlog, wat meer lijntjes uitzetten naar de wereld buiten Europa.

© Ambo|Anthos

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Best wel veel! De boeken over poëzie van Marjorie Perloff: nauwgezet en glashelder, tegelijk heel subtiel en toch het grootse gebaar niet schuwend. Of Postwar van Tony Judt, over de geschiedenis van Europa na de Tweede Wereldoorlog. Dat was voor mij een heel belangrijk boek, omdat het probeerde een heel brede en lange geschiedenis te vertellen over onder meer de doorwerking van de Tweede Wereldoorlog in het Europa van de Koude Oorlog en daarna. Het is ook voor mijn nadenken over het boek De jaren zestig van groot belang geweest.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Goh, mensen lezen waar ze behoefte aan hebben en ik kan onmogelijk voorspellen wat dat over honderd jaar zou zijn. Ik vrees: Zwemmen voor gevorderden.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Ah kijk, dat is veel makkelijker. Paul van Ostaijen, Emily Dickinson en Fernando Pessoa. Zij illustreren op heel verschillende manieren wat poëzie allemaal kan zijn: spelen, zingen en denken. Wat Dickinson in dat opzicht op een paar vierkante centimeter voor mekaar krijgt – je hoofd gaat ervan tollen. Van Ostaijen en Pessoa vertegenwoordigen verschillende aspecten van wat mij interesseert in poëzie. Van Ostaijen, een dichter die zichzelf telkens opnieuw uitvindt, met een enorme lyrische kracht. Pessoa schreef vanuit verschillende fictieve personages die hij een naam en een biografie en een eigen manier van schrijven gaf – wat een vrijheid schonk hij zichzelf daarmee.

Welke schrijver is naar uw idee het meest onderschat?
Al weer een heel moeilijk vraag, want de literaire wereld is vandaag zo verbrokkeld dat er altijd wel ergens een niche te vinden is waar iemand op handen wordt gedragen. Maar iemand als Lucas Hüsgen verdient zeker meer lezers.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
O jazeker. Jeroen Mettes, die sowieso een ongekend scherpe lezer van poëzie was, heeft heel rake dingen gezegd over Verzeker U, mijn tweede dichtbundel. Hij gaf aan dat ik de neiging had gedichten te laten eindigen met één woord of een korte frase, waardoor dat slot een enorme pregnantie kreeg en een subliem moment suggereerde dat het gedicht zelf natuurlijk nooit echt kan waarmaken. Pijnlijk goed gezien.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
Vroeger: Britse tabloidkoppen. Die Britse ‘wit’, vol woordspelingen en alliteraties. Maar deze kranten richten zo’n enorme schade aan in het publieke debat dat ik er steeds minder van kan genieten.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Toch wel met De jaren zestig. De inzet voor dit boek was zo totaal dat ik het ook nu, in mijn hoofd, maar moeilijk los kan laten. En hoewel het over een historische periode gaat, heeft het veel raakvlakken met prangende politieke, sociale en culturele kwesties van vandaag. Ik zie en hoor de erfenis van die periode overal.

Heeft u verborgen talenten?
Ik was geen onaardige hordeloper. Hordelopen is in essentie ritme, iets wat volgens mij ook cruciaal is in poëzie. Soms voel ik nog een lastig te onderdrukken neiging in mijn lichaam om te springen.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.
a) Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?

Bouvard en Pécuchet uit de gelijknamige roman van Flaubert. Er zijn eigenlijk maar weinig personages met wie ik in een dergelijke setting zou willen dineren. De personages uit romans waar ik van houd zijn vaak nare mensen. Bouvard en Pécuchet vind ik ook eerder aandoenlijk dan inspirerend, het zijn op een bepaalde manier natuurlijk groteske figuren.

b) Waar zouden jullie het over hebben?
Bouvard en Pécuchet proberen op een soort encyclopedische manier alle kennis te verzamelen uit alle wetenschap en kunst. Ik zou het graag met ze hebben over het internet en onze obsessie met Big Data. En over hoe het is om te falen, telkens opnieuw.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Waarom per se op je achttiende? Al weer een lastige kwestie, aangezien je achtergrond en behoeften zo enorm kunnen verschillen. Zelf was ik op mijn zeventiende nogal onder de indruk van Die Leiden des jungen Werthers van Goethe. Dat is misschien voor iedereen op die leeftijd van toepassing, wanneer je overspoeld wordt door allerlei afgrondelijke gevoelens.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Uit After Europe ben ik veel aan het leren. Krastev heeft het onder meer over hoe de koloniale periode en de Tweede Wereldoorlog heel anders doorwerken in Oost- en West-Europa en hoe dat vandaag een rol speelt in politieke debatten over migratie. Maar er zijn ook heel interessante parallellen tussen Oost en West. Hij heeft het niet over de Nederlandse krimpgebieden, maar wat hij schrijft over de effecten van de demografische ontwikkelingen in Bulgarije deed me soms erg aan Nederland denken. Gebieden die bang zijn door de geschiedenis achtergelaten te worden; gebieden waar verhoudingsgewijs veel minder migranten en vluchtelingen terechtkomen dan in het Westen van het land/Europa en die toch veel vaker voor nativistische of zelfs xenofobe partijen kiezen. De Vlaming is er ook lange tijd van overtuigd geweest de verliezer van de geschiedenis te zijn en dat is echt een fnuikend gevoel. En gevaarlijk.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen? / welke filmklassieker nooit gezien?
Uit de jaren zestig heb ik intussen zowat alle klassiekers gezien, maar door zo mondiaal te kijken besefte ik wel hoe beperkt westers mijn blik op de filmproductie van alle andere decennia is. Wat literatuur betreft: Mrs. Dalloway van Virginia Woolf.

Hemingway of Fitzgerald? Fitzgerald.
Proust of Joyce? Joyce.
Camus of Houellebecq? Camus.
Murakami of Ishiguro? Dat is supermoeilijk. Het zijn Japanse namen maar verder zijn ze echt totaal niet te vergelijken, dus dat ga ik dan ook niet doen.
Tolstoj of Dostojevski? Dostojevski.
Tsjechov of Alice Munro? Alice Munro. Wat is dit lastig, zeg. Geen van mijn keuzes zijn negatieve keuzes, hoor, voor al deze auteurs valt veel te zeggen. Alsof ik die sublieme verhalen van Tsjechov maar gepruts zou vinden…
Paolo Sorrentino of Wes Anderson? Eigenlijk de enige vraag waar ik het antwoord meteen op wist: Sorrentino. Maar ook hier: niks ten nadele van Anderson.
Zadie Smith of Joan Didion? Joan Didion.
Jane Austen of Virginia Woolf? Virginia Woolf.
Ferrante of Knausgard? Ferrante.
Hockney of Warhol? Warhol.