Wat was het meest plezierigste moment tijdens het schrijven van uw boek?
Toen ik wist dat het klopte. Het boek moest er komen en dat is het allerfijnste moment tijdens een schrijfproces.

Wat was het minst leuke moment tijdens uw schrijven?
Voorbij de helft heb ik echt even gedacht dat alles wat ik schreef flauwekul was. Vond ik het nou slecht omdat ik mezelf niet kon uitstaan of omdat ik het gewoon niet goed vond, dat was een vraag die ik mezelf voortdurend stelde.

Welk boek ligt op uw nachtkastje?
Het nieuwe boek van mijn vriend Herman Koch, Een film met Sophia.

Als er iets zou zijn wat u aan uw eerdere werk zou veranderen, wat zou dat dan zijn?
Ik zou eerder verschenen werk niet willen veranderen, maar ik zou ervoor zorgen dat het nieuwe werk beter is dan het vorige.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u graag zelf geschreven willen hebben?
The Corrections van Jonathan Franzen. Ik kan hem echt met warme jaloezie lezen. Hij kan mensen haarscherp portretteren en de verhoudingen die ze met elkaar hebben, maar dat vervolgens ook vervlechten met de grote structuren van de wereld. Hij doet dat op een heel sterke en grappige manier en daar heb ik intens veel respect voor.

Wie van de tijdgenoten wordt over honderd jaar nog gelezen?
Zou er iemand nog gelezen worden over honderd jaar? Als ik dood ben maakt het mij niet uit of ik nog gelezen wordt. Als je Het verdriet van België leest, dat voelt heel erg van hier en nu, maar dat is zo’n typisch boek dat iedereen in de kast heeft liggen maar niet leest.

© Ester Gebuis

Welk boek of auteur is het meest onderschat?
Mensen kennen Maartje Wortel zelden. Dat vind ik jammer. Zij is een heel bijzondere schrijver, grappig, slim. Ze heeft een hele eigen manier van schrijven en je herkent haar meteen als je iets van haar leest.

Is er ooit een recensent geweest die een heel kritisch stuk had geschreven waarvan u dacht hij of zij heeft gelijk?
Ik lees geen kritieken. Niet de goede, niet de slechte. Je moet weten wat je hart aankan en mijn hart kan dat niet aan. Recensenten hangen hun eigen identiteiten op aan het hebben van een mening over het werk van een ander, waar de schrijver veel langer aan heeft gewerkt dan zij aan hun kritiek. Een boek uitbrengen is zo persoonlijk. Het is echt je kind. Als iemand daar zo kritisch over is, dan doet dat echt pijn. Ik heb een hele goede eerste lezer. Hij gelooft in wat ik doe, maar hij kan ook walgelijk kritisch zijn. Dat vind ik geweldig, want daar worden mijn boeken beter van.

Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Een therapeut. Ik vind het heel moeilijk om te begrijpen wat hét, maar ook míjn bestaan is. Ik kom zelf uit een jeugd waar ik geen nest had, maar ik heb er zelf ook geen gemaakt. Tot mijn verwondering kan ik sommige mensen betekenis bieden met mijn boeken, louter dan het leesplezier. Als ik geen schrijver was, zou ik er op een andere manier voor mensen willen zijn. Een goede therapeut is zo van onschatbare waarde. Ik vind dat een van de meest zinvolle beroepen die er zijn.

Heeft u een bijzondere schrijfgewoonte?
Het fijne aan schrijven is dat je het altijd en overal kunt doen. Dat is een luxe. Maar ik heb geen bijzondere rituelen of gewoontes. Ik denk dat dat een heel geromantiseerd idee is, dat schrijvers gebruiken om hun beroep te vergroten.

Er staat een tafeltje langs de Seine, met een wit tafellaken, twee wijnglazen en obers in pak. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u uitnodigen? En waar zouden jullie het over hebben?
De man uit Thomése’s Schaduwkind, hij heeft zijn kind verloren. Hij schrijft met zoveel gevoelig zelfinzicht, en zoveel diepe emotie. Dat vind ik ongelooflijk bijzonder. Ik hou van mensen die heel goed naar zichzelf kunnen kijken en goed kunnen formuleren wat er vanbinnen gebeurt, zowel in hun gedachten als in hun hart. En in Schaduwkind komt dat haarfijn naar voren. Ik wil gesprekken voeren met mensen die niet bang zijn zichzelf te tonen en hun morsige kanten en twijfels durven uit te spreken.

Welke klassieker heeft u tot uw grote spijt nooit gelezen?
Moby Dick. Die staat zeker op mijn lijst.

Welk boek moet iedereen voor zijn achttiende hebben gelezen?
Waarvan wij droomden van Julie Otsuka. Het gaat over een groep vrouwen die tussen de oorlogen vanuit Japan zijn overgebracht naar de Verenigde Staten en hoe zij hun migratie hebben beleefd. Het mooie eraan is dat de ervaringen vanuit de groep worden verteld, er is niet één hoofdpersonage. Zo’n manier van vertellen is magisch. En het thema is voor deze tijd ook erg relevant. Migratie gaat een steeds grotere rol spelen door klimaatverandering en het lezen van dit boek is een goede les om niet vanuit je eigen comfort te kijken, maar om de wereld groter maken.

Wat maakt een boek tot een goed boek?
Als het je dusdanig raakt dat je het niet meteen kunt loslaten. Dat zijn voor mij de boeken die bijblijven. Die in de kast staan en je nooit weg zou geven. Ik denk dat de kern van goede kunst altijd in essentie over herkenning gaat. Het vergroot je wereld.

Wat is het meest interessantste wat u ooit heeft geleerd van een boek?
Het drama van het begaafde kind van Alice Miller. Dat boek heeft mij zo’n wezenlijk inzicht gegeven in het mechanisme van kinderen die in gezinnen zitten waar het allemaal niet hoort zoals het zou horen. Waar ze niet de vanzelfsprekende liefde, aandacht, waardering en veiligheid krijgen die ze verdienen. Het boek is voor mij ongelooflijk herkenbaar. Het heeft mij inzicht gegeven over mijn eigen leven als kind vroeger, waardoor ik mezelf ook beter kon begrijpen.

Zijn er boeken die u vaak opnieuw leest?
Nee, dat vind ik zonde. Er zijn zoveel boeken die ik nog wil lezen. Alleen Brieven aan een jonge dichter van Rainer Maria Rilke. Dat is een boek dat ik vaak heb gelezen. Het heeft echt een bijbelgehalte voor mij. Elke keer dat ik het lees, ervaar ik het anders.

Leest u uw eigen boeken terug?
Nee. Alleen als ik iets moet voorlezen. Dan moet ik wel grasduinen om een goed stukje te vinden. Maar ik voel niet de behoefte om mijn eigen boeken opnieuw te lezen. Dat vind ik zonde van mijn tijd.

Jane Austen of Virginia Woolf?
Jane Austen. Zij overdonderde mij echt als zestienjarige. Die oeverloze romantiek en complexiteit en de magie van boeken en verhalen, die zij zo mooi naar voren bracht. Ik heb daar hele warme herinneringen aan.

Astrid Lindgren of Annie M.G. Schmidt?
Annie M.G. Schmidt. Toen ik klein was vond ik Jip en Janneke zó leuk. Die stoutigheid met permissie.

Spielberg of Tarantino?
Tarantino! Daar ben ik mee groot geworden. Die wittiness van die dialogen, de originaliteit en dat gesukkel. Het is zo geestig en politiek incorrect, maar echt op een heerlijke manier.

Maartje Wortel of Esther Gerritsen?
Omdat ik Maartje Wortel al een pluim heb gegeven, ga ik Esther Gerritsen zeggen. Zij schrijft enorm geestige en slimme dialogen. Niet zoveel schrijvers kunnen dat. Zij heeft een manier van kijken naar mensen en het leven, en dat blijft mij intrigeren.