21 vragen aan… Helena Hoogenkamp

Helena Hoogenkamp schreef een boek over onzichtbaar opgroeien, onzichtbaar blijven, en over de eenzaamheid die daarbij komt kijken. Het resultaat is Het aanbidden van Louis Claus, haar romandebuut dat in februari verscheen.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw debuut?
In de eindfase van het schrijfproces verbleef ik in een huisje in Sluis. Mijn leven bestond op dat moment uit badderen, schrijven, badderen, schrijven. Het geïsoleerd zijn vond ik heel prettig. Op dat moment had ik alle sociale media van mijn telefoon verwijderd, inclusief WhatsApp. Niemand kon op die manier weten wat ik aan het schrijven was, waardoor het schrijfproces veel vloeiender verliep.

Welk boek ligt er op uw nachtkastje?
Ik heb dit antwoord een week geleden al voorbereid, maar die boeken heb ik inmiddels al uit… (lacht) Het zijn intussen andere boeken: De argonauten van Maggie Nelson, I Know Why the Caged Bird Sings van Maya Angelou en Norse Mythology van Neil Gaiman.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Orlando van Virginia Woolf. In het boek wordt Orlando verliefd als een natuurramp: wanneer diens hart breekt, vergaat half Londen. Het verhaal is heel warrelig geschreven, alsof de hoofdpersoon erg zintuiglijk overprikkeld is. Er komen prikkels van buitenaf, maar tegelijkertijd voelt de hoofpersoon veel vanbinnen. Het is een constante in- en uitstroom van gevoelens. Ik heb het gevoel dat ik dat verhaal herken.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
(resoluut) Joost Oomen! Ik zie het werk van Joost als een geluid. Ik denk dat dat heel interessant is om over honderd jaar te lezen, omdat hij niet autobiografisch schrijft.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Veel van mijn vrienden zijn dichters, zoals Yentl van Stokkum en Joost Oomen. Verder voel ik veel voor het werk van Peter Verhelst, Radna Fabias en Marieke Lucas Rijneveld. Ik hoor vaak eerst de voordracht van hun poëzie en ga dan het werk zelf nog eens te lezen.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Mijn favoriete sterfscène is een theaterstuk, 4.48 Psychosis van Sarah Kane. Het hele stuk is een monoloog van iemand die zelfmoord wil plegen, maar de verteller twijfelt en wordt steeds wanhopiger en vermoeider. Je komt als toeschouwer of lezer heel dichtbij iemand die nog kán denken, maar niet meer wíl denken. Vlak na het schrijven van het stuk heeft Sarah Kane een einde aan haar leven gemaakt. Dat maakt de tekst nog meer beladen.

En de beste seksscène?
De beste seksscène vindt plaats in Lost Girls van Alan Moore, een graphic novel. Dorothy uit het land van Oz, Wendy van Peter Pan en Alice van Alice in Wonderland komen bij elkaar in het boek. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog zitten de vrouwen samen in een hotelkamer in Oostenrijk. Ze hebben dan seks en ze wisselen ook erotische verhalen uit over de fanatasielanden waar zij alle drie als kind in verdwaald zijn geraakt. Het idee wat voor rol fantasie speelt bij seks vond ik echt prachtig.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar en wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Ik wil dan rijk zijn en geen vrouw. Dat is het een stuk makkelijker om een tijd te kiezen. (denkt na) Het lijkt me trouwens wel wat om bij het begin van het menselijk leven aanwezig te zijn. Waarschijnlijk zou ik dan grotschilderaar zijn. Het lijkt me heel gaaf om de eerste verhalen mee te maken.

Wanneer wist u dat u schrijver wilde worden?
Er is een home video van mij waarin ik in bad zit en een verhaal vertel tegen de kraan. Ik schreef ook altijd alles op in mijn dagboek. De verhalen die daar in stonden, baseerde ik op de werkelijkheid, maar ik mengde dat met veel fantasie. De wens om iets te vertellen was er dus al heel lang, maar de wens om daarmee naar buiten te treden niet. Het heeft tot mijn eenentwintigste geduurd voordat ik mijn werk aan anderen liet lezen. Toen ik met mijn studentenvereniging een uitje maakte, had ik daar anoniem een verslag van gemaakt voor de notulen. Uitgerekend de ex-vriendin van mijn toenmalige vriend stuurde na het lezen van dat verhaal iedereen een mail met: ‘Dat was een leuk stukje, daar heb ik vreselijk om gelachen!’ Zij vond al iets van mij, maar door het schrijven had ik haar toch weten te raken op een positieve manier.

Wat is uw ‘guilty pleasure’?
Ik kijk heel veel naar UNHhhh, een serie met dragqueens Katya Zamolodchikova en Trixie Mattel, wat ik zie als een inspiratiebron. Ik heb alle afleveringen gezien, luister de podcasts en check regelmatig hun Instagram-pagina. Het voelt een guilty pleasure omdat ik ontzettend veel weet van twee mensen die mij nooit zullen kennen.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een wit laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen? En waar zouden jullie het over hebben?
Dan kom ik weer uit bij Orlando van Woolf. Het personage verandert om de dertig jaar van geslacht en leeft in honderden verschillende jaren. Ik denk dat iemand met meerdere geslachten in meerdere eeuwen een interessante gesprekspartner is. Maar waar zou ik het met het personage over hebben? (denkt na) Ik zou met Orlando flirten en er een romance proberen uit te peuren.

Welk boek zou iedereen voor zijn achttiende gelezen moeten hebben?
De rest van de dag van Kazuo Ishiguro. Het verhaal gaat over tegen jezelf liegen. Over meebewegen met hetgeen dat makkelijker lijkt en daar later spijt van hebben. Dat breekt mijn hart. Of De pianiste van Elfriede Jelinek, waarin de hoofdpersoon gevuld is met haat. De boeken heb ik pas na mijn achttiende gelezen, maar ik zou willen dat ik er eerder bij was gekomen. De verhalen gaan heel erg over personages die onzichtbaar zijn met het volgende gegeven: als je niet zegt wat je wil, dan krijg je ook niet wat je wil.

Heeft u gewoontes tijdens het schrijven?
Ik schrijf met de hand. Dat heb ik ook met mijn debuut gedaan. Wanneer ik typ op een toetsenbord schrijf ik zo een A4’tje vol met dingen die ik niet meen. Voor Het aanbidden van Louis Claus heb ik negen collegeblokken vol geschreven. Vervolgens heb ik het uitgetypt en toen ging ik schrappen. Bij het overtypen kan ik goed inzien of bepaalde delen nodig zijn voor het verhaal.

Wat heeft u onlangs nog geleerd van een boek?
Niet per se van een boek, maar veel boeken hebben dezelfde les: als jij niet beslist, beslist tijd voor je. Veel boeken gaan over spijt. Ik heb van boeken geleerd dat je dingen meteen moet doen en geen spijt moet krijgen.

Wat was uw favoriete kinderboek?
Ik herinner me Lena Lena van Harriët van Reek. De hoofdpersoon in het boek heet Lena Lena en dat vind ik zo mooi melodieus klinken.

Simon Vinkenoog of Jules Deelder?
Vinkenoog

Jane Austen of Virginia Woolf?
Woolf

Hockney of Warhol?
Hockney, vanwege de zwembaden.

Magritte of Dalí?
Niet Magritte. Naar Magritte kijken, voelt als koude vis eten. Het smaakt wel ergens naar, maar het is vooral koud.

Van Gogh of Monet?
Van Gogh

Freud, Jung of Lacan?
Ik ga voor Jung. Hij heeft veel mooie kunst geïnspireerd, zoals de film Satyricon van Fellini waarin een personage zijn baard verbrandt en zegt: ‘Dit was mijn eerste baard.’