Welk boek ligt naast uw bed?
Het boek wat ik net uit heb is Crossroads van Jonathan Franzen. Ik heb altijd gemengde gevoelens bij hem, maar dit viel me alleszins mee. Zo’n boek waar je je in kunt verliezen en waarbij je het idee hebt: ik zit een klassieker te lezen. Het is aangekondigd als een trilogie, dus ik hoop dat hij die stijgende lijn voort kan zetten.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Eigenlijk niks. Ik lees zelden eigen werk over, maar als ik het toch doe, dan denk ik ook vaak: nou, eigenlijk best goed gedaan voor iemand van amper dertig. Er zijn misschien één of twee romans waarvan ik denk: die behoren niet tot de beste. Ik zal niet zeggen welke. Daar had ik dan wat langer aan kunnen werken, maar destijds wist ik niet wat ik er nog meer aan kon doen.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Geen enkel boek. Natuurlijk zijn er boeken die ik buitengewoon bijzonder vind, maar die hoef ik dan niet zelf geschreven te hebben. Boeken als Madame Bovary, daar denk ik wel bij: ik zou wel ooit nog eens zo’n klassieker willen schrijven. Een boek dat overeind blijft staan door de jaren heen. Dat is bijvoorbeeld Het Diner nog niet geweest.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Ik denk dat er meer boeken uit de negentiende eeuw worden gelezen dan boeken van nu. Met name de grote Russische romans. Bij onze tijd weet ik dat niet zo goed. Ik dacht altijd dat Gerard Reve de tijdsgeest zou doorstaan, maar dat lijkt ook niet te gebeuren. Dat is denk ik ook zo met schrijvers van nu.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Ik heb geen favoriete dichters. Ik heb wel ooit een grammofoonplaat gehad waarop Dylan Thomas zijn eigen gedichten voorlas. Die man heeft een hele diepe baritonstem, dat was bijna hallucinerend. Dan dronk ik daar een glaasje whiskey bij, niet zoveel als hij trouwens, en dat vond ik wel heel erg mooi. Maar ik ben geen lezer van dichters.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Jazeker, ik lees negatieve recensies altijd goed, en meerdere keren. Dan kijk ik of er iets inzit. Je moet dan wel het onderscheid maken tussen iemand die al een hekel aan je heeft en probeert te bewijzen dat het boek slecht is en iemand die ook echt iets opbouwends wil zeggen. Ik kan me herinneren dat Jeroen Vullings een keer zei dat ik te veel aanhalingstekens en cursief gebruikte. Toen dacht ik: ja, daar heeft hij wel een punt. Dus daar ben ik toen mee op gaan passen. Nuttig technisch advies.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
Dat vind ik moeilijk, dan denk je al gauw aan iets wat minder dan literatuur is. Ik lees redelijk wat Amerikaanse thrillers, dat wordt gezien als lectuur maar is toch beter dan negentig procent van de Nederlandse literatuur. Ik was heel benieuwd naar het succes van Lucinda Riley, terwijl veel mensen zeiden dat het troep was. Ik heb er gelijk drie gelezen, omdat ik ouderwets wegzonk in het verhaal. Daarna was het ook wel weer mooi geweest.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Met mijn debuutroman, Red ons, Maria Montanelli. Terwijl ik bang was om het af te maken, merkte ik dat de motivatie om het toch te doen groter was. Ook omdat het erg samenviel met hoe ik in die tijd in het leven stond.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Ik heb vroeger altijd veel getekend. Technisch niet zo goed, maar meer Gummbah-achtige cartoons en strips. Ik doe het niet meer, maar als ik het terugzie schaam ik me er niet voor. Ik heb ook, toen ik dertien was, in een bandje gezeten, daarvan dacht ik ook wel: moet ik hier niet mee doorgaan? Maar hiervoor was ik denk ik muzikaal toch te beperkt. Dus het is maar schrijven geworden. Verder kan ik niks.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een wit laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage of schrijver uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen? En waar zouden jullie het over hebben?
Ernest Hemingway. Dan zou ik hem vragen hoe het toch kan dat hij zo depressief is geworden aan het eind van zijn leven. Hij was voor mij echt een voorbeeld als schrijver. Ook als mens vond ik hem bijzonder, schrijven, heel veel drinken, op haaien en leeuwen jagen. Het soort schrijver dat ik zelf totaal niet ben maar waar ik wel bewondering voor heb.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
The Catcher in the Rye. Ook al vind je die Holden Caulfield irritant of het boek oubollig, het is toch een boek waar je iets aan hebt.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen? Of welke filmklassieker heeft u nooit gezien?
Dat zijn er nogal wat. Er is een boek van Robert Musil, Der Mann ohne Eigenschaften. Ken je dat? Nee, precies. Maar dat is niet tot mijn schaamte. Ik denk gewoon: er zijn klassiekers die je misschien nooit meer gaat lezen.

Dan over uw boek: hoofdpersoon Stanley Forbes is in hetzelfde jaar geboren als u. Hij denkt veel na over de verschillen in perspectief tussen verschillende generaties. Een voorbeeld is hoe mensen van uw generatie naar de Tweede Wereldoorlog kijken. Is dat ook iets wat u veel bezighoudt?
Het hield me tijdens het schrijven van dit boek wel veel bezig. Inderdaad, de gedachte dat de Tweede Wereldoorlog nog maar net voorbij is als je bent geboren, die heb je niet op je vijftiende, maar wel op je zestigste. Ik voel me ook echt iemand van die leeftijd. Ik heb ook het idee dat ik minder nieuwsgierig ben.

U schetst in uw boek ook een niet altijd even positief beeld van de culturele sector in Nederland. Is dat gebaseerd op eigen meningen en ervaringen of is dat puur Stanley die aan het woord is?
Een beetje van allebei. Ik wil me ook niet achter Stanley’s karakter verschuilen. Eigenlijk zijn al die meningen over Nederlandse film, toneel enzovoort gewoon die van mij. Stanley is wat ongenuanceerder maar ik sta daar wel voor honderd procent achter. Al dat highbrow gedoe over de ene slechte toneelvoorstelling na de andere. Het heeft ook echt een snaar geraakt. Heel veel mensen uit die wereld zeggen tegen me: wat heerlijk dat iemand dat durft te zeggen. Als je tegenwoordig op cultuur afgeeft, dan werk je mensen in de kaart die alles wat met cultuur te maken heeft af zouden willen schaffen. Mijn aanklacht was alleen tegen een onderdeel uit de filmwereld.

Hemingway of Fitzgerald?
Hemingway. Ik vind Fitzgerald ook heel goed. Die heeft eigenlijk maar één goed boek geschreven, The Great Gatsby, maar dat heb ik dan ook een paar keer gelezen. Dat is echt een soort leerschool voor mij.

Proust of Joyce?
Joyce. Ik was ook gefascineerd door zijn leven. Hij zei: je kan alleen maar goed schrijven als je vertrekt uit je eigen land. Dat heb ik op een bepaald moment ook gedaan. Barcelona, Londen, Finland. Je krijgt een afstand van je eigen beschermde leventje in Nederland maar ook van jezelf. Daardoor ga je ook anders denken over je boek.

Camus of Houellebecq?
Houellebecq. Ik vind al zijn boeken fascinerend. Met afstand de beste Franse schrijver van nu. Er wordt vaak gezegd dat hij een lelijke schrijfstijl heeft, maar dat is helemaal niet zo. Teksten als ‘de volgende dag was een woensdag’. Volkomen overbodig maar het heeft wel iets.

Murakami of Ishiguro?
Ik denk toch Ishiguro. Ik vind Murakami wel goed, maar ik ben toch ook iemand die liever geen sprekende vissen in een boek aantreft. Ishiguro is iets geheimzinniger en subtieler.

Tsjechov of Alice Munro?
Ik vind ze allebei even sterk. Tsjechov heeft mij op weg geholpen toen ik twintig was, Munro ben ik later meer gaan lezen en waarderen.

Hockney of Warhol?
Hockney. Ik was toevallig een tijdje terug in Bilbao en toen was er een tentoonstelling van Hockney’s nieuwe werken. Ik zag zoveel plezier van hem in zijn werk, dat is heel aanstekelijk. Bij Warhol denk ik soms dat het een beetje een poseur is die op effectbejag uit is geweest.

Harry Mulisch of Willem Frederik Hermans?
Hermans. Ik heb nooit zoveel met Mulisch gehad. Hermans heeft ook wel echt een paar bijzondere boeken geschreven, die over honderd jaar nog gelezen worden. Ik denk niet dat er een boek van Mulisch is dat over twintig jaar nog gelezen wordt.