Als u iets kon veranderen in een van uw boeken, wat zou dat dan zijn?
Ik ben aan een stuk door aan het veranderen. Daarom heb ik een hekel aan voorlezen: ik verander de tekst terwijl ik lees, maar kom dan later weer in de knoop met het verhaal. Ik kan het niet laten. Het kan altijd anders.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Onmogelijk te beantwoorden. Ik hou van schrijven, en als het boek af is, is er meteen een ander boek en dan ben ik daar mee bezig. Wat wil je? Ik wil schrijven, bezig zijn met taal en hoe je de dingen zegt.

Welk boek ligt naast uw bed?
Er liggen geen boeken naast mijn bed. Ik heb mijn slaap te lief.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Heb ik niet. Als ik van vlees zou houden, zou ik ook nog steeds niet de hele koe lusten. Maar Rilke, Shakespeare en Homerus: die schrijven prachtige gedichten. Soms zijn het ook enkel zinnen die mooi zijn en die vragen oproepen. Deze strofe van Mearns is bijvoorbeeld prachtig:

Yesterday, upon the stair,
I met a man who wasn’t there
He wasn’t there again today
I wish, I wish he’d go away…
He wasn’t there again today…

Wat staat hier? Dat is iets wonderlijks.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar en wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Het hier en nu. Natuurlijk! Het gaat bij mij om taal, niet om het tijdperk waarin iets geschreven wordt. Als een gedicht van Shakespeare geen functie meer had in onze tijd, wat had je er dan aan?

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Eigenlijk lees ik geen recensies. Zelfs als ze je prijzen, prijzen ze je op hun manier. Laatst in een recensie over Gisterland gebruikte de recensent een citaat uit Shakespeare’s testament. Hij citeerde het fout! Toen dacht ik, ja hé, kom op. Dan hoef ik de rest niet te lezen. Want het was een zin met een pun, een woordgrap, en die zat niet in het citaat! Shakespeare was een woordkunstenaar. Toen hij dat laatste zinnetje bedacht, zorgde hij nog dat er wat bijzonders in de taal zat.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Ik zou al heel blij zijn als iedereen op zijn achttiende een boek gelezen zou hebben.

Wat was er van u geworden als u geen schrijver was geweest?
Als het zo in je zit… Ik denk dat ik iets gevonden had waardoor ik toch had kunnen schrijven. Als kind vond ik brievenschrijven bijvoorbeeld heel leuk, maar mijn vriendinnen gingen nooit weg, dus kon ik ze geen brieven sturen. Op een gegeven moment ben ik toch maar brieven gaan schrijven, en deed gewoon alsof ze op reis waren. Ik verstuurde de brieven niet en heb ze ook niet bewaard, geloof ik. Ik denk dat ik dus toch had geschreven, voor mezelf. Want daar komt het op neer: als ik schrijf wil ik het goed hebben, en als het uitgegeven wordt is ’t meegenomen.

Welk boek staart u al lang onaangeraakt vanuit uw boekenkast aan?
Wat zou dat voor boek moeten zijn? Ik koop alleen een boek als ik het nodig heb of wil lezen. Ik denk niet dat er zulke boeken in mijn huis zijn. Hoogstens dat ik ze gekregen heb, en niet wist wat ik er mee aan moest. Maar ja, het gaat om het gebaar.

Wat is eigenlijk leuker, vertalen of schrijven?
Schrijven. Maar vertalen is eigenlijk ook schrijven. Ik vertaal veel Engelse boeken en het valt me op dat de Engelsen een dialoog of verandering in tijd altijd bijna dwangmatig inleiden. ‘Hij schudde zijn hoofd, keek omhoog, omlaag of in het rond’ staat er dan altijd voordat er eens iets gezegd wordt. Of: ‘Na drie, vier, tien minuten of dagen ging de deur open en…’ Maar wat heb ik daaraan? Als het niet essentieel is, wordt het hinderlijk. Dan verantwoord ik me bij mijn redacteur: luister, ik heb heel wat minuten tekst eruit gemieterd, als je ze erin wil hebben, zet ze er dan maar weer in. Dan hoef ik ze niet te zien. Ik vertaal in het Nederlands, voor het nu. Je gaat soms terug in de tijd voor een vertaling, maar je hoeft niet al het formele taalgebruik van toen over te nemen. Dat werkt nu niet meer. Kunnen de personages niet gewoon met de deur in huis vallen?

Heeft u dan nooit kritiek gehad van historici of andere vertalers, die met u in discussie gingen over deze aanpak?
Ik ben nooit in discussie. Ik schrijf kinderboeken. Dan zit je in de luwte, want dan tel je niet mee. Dat is heel rustig.

Met welk literair personage zou u best een weekend willen fietsen op Texel?
Nee, dank je. Ik zou in eerste instantie geen weekend meer gaan fietsen, want daar ben ik te oud voor, maar anders ook niet. Op Texel heb je altijd tegenwind.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Niet een. Ik schrijf, omdat ik dingen wil opschrijven. Omdat taal fascineert. Dat is het mooie van kinderboeken: daar moet je heel veel, op een duidelijke manier en met weinig woorden, opschrijven.

Anne Hathaway stelt in uw boek veel vragen aan Shakespeare over zijn teksten. Was haar personage een manier voor u om in dialoog met Shakespeare te treden?
Nee, zeker niet. Ik zou niet in dialoog gaan met Shakespeare over zijn werk, ik leef niet in die tijd. Bovendien zou ik denken: jij doet maar wat jij wil. Voor Anne was dat anders; ze waren een echtpaar en ze praatten met elkaar. Ik stel me haar voor als een creatieve en eigenzinnige vrouw, dus ze moet ongetwijfeld eens gevraagd hebben: ‘Will, waarom al die tweelingen?’ Ik hou van dialoog, direct en persoonlijk. In Gisterland zijn Anne Hathaway en William Shakespeare het daarom lang niet altijd eens.

Is taal belangrijker dan de verhaallijn?
Je kunt elk verhaal verpesten door de taal verkeerd te gebruiken. En een slecht verhaal kun je nog iets meegeven door goede taal te gebruiken.

Ferrante of Knausgård?
Wat zeg je? Ik versta het niet. Dus dan snap je het al. Nooit van gehoord.

Annie M.G. Schmidt of Astrid Lindgren?
Annie M.G. Schmidt, haar ken ik beter en ze is bijzonder geestig.

Wilmink of Weemoedt?
O. Dat is heel moeilijk. Wilmink was een goede vriend van me, maar bij Weemoedt moet ik zo ontzettend lachen. Allebei dus.

Woolf of Austen?
Austen. Jane Austen was een heel groot schrijver.

Hockney of Warhol?
Ik heb het gevoel dat als ik de een kies, ik de ander te kort doe. En overigens, het is net als bij dichters: je hoeft niet alles van de kunstenaar mooi te vinden.

De Ilias of de Odyssee?
Al zijn het allebei meesterwerken met een weergaloze constructie, muzikaliteit en met onvergetelijke dialogen en fragmenten, toch de Odyssee. Ik hou meer van heimwee, avontuur en na veel ellende aankomen bij degene van wie je houdt dan van oorlog en verlies. In de Ilias wint niemand.