Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw nieuwe boek?
Het hele schrijven van dit boek was prettig. Ik had nog nooit iets geschreven dat zo op de werkelijkheid gebaseerd was, waar ik deel van mocht zijn. Het contact met de werkers was me dierbaar, maar het ontglipte me soms ook. Het was een bijzondere ervaring om dat vast te mogen leggen. In drie maanden tijd reconstrueerde ik het contact en speelde ik rechercheur in mijn eigen herinnering. In ieder boek zit een strijd, maar dat had ik hier niet. Ik mocht gewoon opschrijven wat was. Het was een heel gelukkig schrijven.

Ontstond dan niet het gevaar dat u de klusjesmannen als personages, en uw contact met hen, zou romantiseren?
Ja, dat gebeurt vanzelf. Want je maakt keuzes over wat je gaat vertellen en wat niet. Het is geschreven op basis van herinneringen en aantekeningen. Ze vatten wat er gebeurd is, maar niet letterlijk. Je doet de werkelijkheid zacht, nuttig geweld aan.

Welk boek ligt naast uw bed?
Aleksandra van Lisa Weeda. En als kerstboek nu ook nog Duizend vaders van Nhung Dam. Dat wil ik al lang lezen, maar ik kan niet altijd fictie lezen tijdens het schrijven. Nu heb ik even vrij en is er meer ruimte in mijn hoofd.

Als u in een andere taal naar keuze zou kunnen schrijven, welke taal zou dit dan zijn?
Ja, heel veel talen. Spaans, Frans, Russisch, maar dat is meer omdat ik die talen niet spreek. Misschien dan toch Duits. De Duitse vertalingen van mijn boeken zijn altijd dikker. In het Duits heb je woorden als Kummerspeck, ‘rouwvet’. Dat klinkt helemaal niet in het Nederlands. Ik zou het interessant vinden om een Duitse woordenschat te bezitten.

Wie van uw tijdsgenoten wordt over honderd jaar nog gelezen?
De boeken van Manon Uphoff, Annelies Verbeke, Annet Schaap en Radna Fabias zullen hopelijk nog gelezen worden. En Juli Zeh, ken je Ons soort mensen? Heer-lijk vond ik dat. Goed geschreven boeken die universeel zijn, of juist iets van nu weten te vatten dat weer verdwijnt, zullen in de toekomst nog gelezen worden.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Bart Moeyaert en Kees Spiering. O, en Kopland, daar ben ik altijd weer door ontroerd. Gedichten kan ik altijd blijven lezen, ook wanneer ik ver in mijn roman ben, dat inspireert altijd tot schrijven.

Welke schrijver of welk boek is het meest overschat?
Ik vond dat een gemene vraag, maar wist het wel meteen: De jongen, de mol, de vos en het paard van Charlie Mackesy. Ik heb het al twee keer opengeslagen en het is echt verschrikkelijk. Het klinkt misschien als poëzie, ziet er uit als poëzie door al het wit tussen de regels, maar dat is het niet. Het is placebopoëzie. Er zijn zoveel mooiere gedachtes dan dit.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar en wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat dan zijn?
Ik was wel graag als een soort embedded journalist bij de oerknal geweest. De oerknal is toch een historisch feit waar we vooral naar moeten gissen.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’?
Ik heb een abonnement op de ELLE Decoration en de Vogue Living. Daar schaam ik me een beetje voor. Die interieurs, die plaatjes, die hele dure mooie dingen… Ik word rustig van het kijken naar al die kleuren.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Meisje, vrouw, anders van Bernardine Evaristo. Het is heel toegankelijk en je reist door levens en tijd. Je bent als puber bezig jezelf te verhouden tot de ander en jezelf te zien door de ogen van de ander. In het boek kom je erachter dat iedereen helemaal niet zo met jou bezig is, maar dan op een heel geruststellende manier.

Welke klassieker heeft u, tot uw schaamte wellicht, nooit gelezen?
Tja, allemaal. Ik heb ooit een mooie doos gekocht met alle boeken van Couperus. Die staat nu al een jaar of vijftien in mijn boekenkast, er zit geen krasje op. Dat zijn mijn meest ongelezen klassiekers.

Uw nieuwe boek gaat over het communiceren met elkaar, zonder een taal te delen. Was het moeilijk om te schrijven over dit zwijgen?
Dat ging eigenlijk vanzelf. In het begin betrok ik de stiltes op mezelf en dacht ik dat ik iets fout had gedaan. Maar juist het gebrek aan taal en het daaruit volgende zwijgen, waarin geen toelichting komt, vond ik het meest inspirerend voor het boek. Op een moment begon ik glimpjes te zien van wat er tijdens het zwijgen gedacht of gevonden werd. Toen ik met de mannen vanuit Polen terug zat in de bus naar huis, realiseerde ik me dat ik Iwan, die het best Duits sprak, eigenlijk het minst goed kende. We zijn zo gewend aan praten de hele tijd, het dichtsmeren met woorden. Het verschuilen achter taal, wat we normaal doen, ontbrak hier, en dat maakte het schrijven over het zwijgen juist niet zo moeilijk.

Wat was er van u geworden als u geen schrijver was geweest?
Ik voel me nu ook niet per se schrijver. Alle momenten waarop ik mezelf een schrijver voel, ziet niemand. Dan zit ik in mijn vieze stinktrui achter mijn bureau. Op het moment dat je zichtbaar bent, als je boek af is, dan vindt de buitenwereld je heel erg een schrijver. Ik voel me dan juist het minst schrijver, eerder een handelaar of verkoper.

Met welk literair personage zou u een regenachtig weekend in een huisje in het Schwarzwald willen doorbrengen?
Met Lucy Barton van Elizabeth Strout. Dat personage is me dierbaar en de leeservaring was zo intens, dat ik denk dat ik haar een beetje ken. Ik zou gewoon met haar willen zijn. O, en nog een! Janina Duszejko uit het boek Jaag je ploeg over de botten van de doden van Olga Tokarczuk, dat lijkt me een bijzondere vrouw. Maar niet met hen samen, dat wordt niet gezellig.

Wat is het interessantste wat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Er is een eiland in een rivier in de Pyreneeën en dat is de ene helft van het jaar Frans en de andere helft Spaans. Ik wist niet dat dat kon. In het boek 55 kuriose Grenzen und 5 bescheuerte Nachbarn van Fabian Sommavilla staan allemaal van dit soort verhalen over curieuze grensdingen.

Wat is uw grootste obstakel of drempel tijdens het schrijfproces?
Schrijven is een beetje als gaan zwemmen vanaf het strand. Je kunt de zee niet induiken. Je loopt langzaam de zee in, eerst met je voeten. Je komt dieper en dieper, tot halverwege je kuiten, dan kun je nog niet zwemmen, maar je wil heel graag, want je wil in je boek zitten. Het begin is altijd zo stroef, omdat het verhaal nog zo ondiep is als het water. Je moet blijven lopen tot je na een tijdje denkt: nu kan ik wel gaan zwemmen. In dat stuk, voordat je kunt zwemmen, voelt alles onoprecht en willekeurig. Het is koud, ongemakkelijk en nat. Kunst is om te blijven lopen en te vertrouwen dat de diepte komt.

Ferrante of Knausgård?
Knausgård

Astrid Lindgren of Annie M.G. Schmidt?
Annie M.G. Schmidt. Uit nostalgie, en omdat het echt nog steeds heel goed is.

Paolo Sorrentino of Wes Anderson?
Wes Anderson

Stefan Zweig of Joseph Roth
Roth

Wilmink of Weemoedt?
Wilmink, die kan ook nog wel bij mijn lievelingsdichters. Daar kan ik altijd nog om huilen. Zijn eeuwige heimwee, terwijl hij thuis is… Ik vind dat heel mooi.