21 vragen aan… Jan Brokken

Hij zou met Emma Bovary aan de Seine willen dineren, maar Proust kan hem gestolen worden. Jan Brokken geeft antwoord op 21 vragen. Kiest hij Mak of Nooteboom?

Aan het schrijven van welk verhaal in uw meest recente bundel heeft u het meeste plezier beleefd?
Aan het schrijven van het voorlaatste verhaal, Droomschip, dat gaat over het schip Rotterdam. Het is een verhaal uit mijn jeugd. Ik ben geboren in Leiden maar groeide vanaf mijn derde op in Rhoon, onder de rook van Rotterdam. Ik herinner me hoe ik samen met mijn vader boten ging kijken. Zo heb ik het schip Rotterdam geboren zien worden en was ik ook getuige van de tewaterlating. Later heb ik het schip in verschillende delen van de wereld teruggezien.
Een ander verhaal dat mij na aan het hart ligt, is Het laatste oordeel, over de boekenkast van mijn vader. Mijn vader moest zijn boekenverzameling terugbrengen van een gigantische bibliotheek naar een strekkende meter omdat hij naar een verzorgingstehuis verhuisde. We zochten de boeken samen uit. Zijn boekenverzameling vertelde het verhaal van zijn leven.

Wie van uw tijdgenoten wordt over 100 jaar nog steeds gelezen?
Het is heel moeilijk om dat te voorspellen. Schrijvers die in de negentiende eeuw populair waren worden nu niet meer gelezen. Van sommigen kennen we zelfs hun naam niet meer. Misschien kan je in z’n algemeenheid zeggen dat schrijvers die de stem van hun tijd vertegenwoordigen een goede kans maken te overleven. Iemand als Michel Houellebecq. Hoewel, Sartre wordt helemaal niet meer gelezen. Reizende schrijvers maken een goede kans, denk ik. Claudio Magris, Bruce Chatwin. Om te weten hoe men destijds naar de wereld keek. Ik laaf me nu aan De novellen van Triëst van Giorgio Pressburger. Zo mooi, zo melancholiek.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Die heeft een schrijver meestal met het laatstverschenen boek. En verder blijft Mijn kleine waanzin een zeer dierbaar boek. Hetzelfde geldt voor In het huis van de dichter, over mijn vriendschap met Youri Egorov. Baltische zielen is ook zo’n boek. Opvallend genoeg werd dat nauwelijks opgemerkt toen het verscheen, mijn uitgever voorspelde dat we er vijftienhonderd van zouden verkopen, nu is het met meer dan honderdduizend verkochte exemplaren in Nederland een van mijn beste verkopende boeken.

Wanneer werd u verliefd op de literatuur?
De eerste boeken die ik las, waren uit de serie van De schippers van de kameleon. Daarna begon het struinen in de boekenkast van mijn vader. Ik las de sensuele boeken van H.J. Friedericy over de inlandse vorsten en vorstinnen van Celebes, Indonesië, maar ook van Daniël van der Meulen over Arabië en Hadramaut. Een ander beslissend moment was mijn kennismaking met de boeken van Jan Wolkers op de middelbare school. Mijn moeder moedigde mij aan om hem te lezen. Ze was opgegroeid in Oegstgeest en kende de familie Wolkers uit haar jeugd. Wolkers mocht echter niet gelezen worden voor de lijst. De leraar was bereid een uitzondering te maken mits ik in een klassikale spreekbeurt kon aantonen dat Kort Amerikaans een literair boek was. Vervolgens heb ik me samen met mijn moeder dagenlang voorbereid, en uiteindelijk mocht het. Ik ervoer het als een overwinning op de calvinistische kleingeestigheid, maar voelde ook sympathie voor de leraar die zich liet overtuigen.

© Jelmer de Haas

Er staat een tafeltje klaar langs de Seine, met twee kaarsen op een rood geblokt kleed. Obers in Jacquet staan klaar. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u uitnodigen voor een diner a deux?
Als het aan de Seine is, dan denk ik toch aan Emma Bovary. Ik zou weleens met haar willen praten over het beeld dat Flaubert van haar heeft geschetst en in hoeverre zij zich daarin kan vinden.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht hij/zij heeft een punt?
Een recensent niet. Wel herinner ik me een opmerking van een lezer die me aan het denken zette. Ik heb nogal de neiging om heel precies te zijn in mijn beschrijvingen. Na afloop van een lezing kwam een jonge vrouw op mij af, die vroeg: ‘Bent u leraar aardrijkskunde?’ Kennelijk had zij mijn nauwkeurigheid als uitleggerig ervaren. Toen dacht ik: dat nooit meer. Gelukkig overkwam het me vrij vroeg in mijn schrijversloopbaan. Nu denk ik, de lezer kan bepaalde dingen ook wel opzoeken in de atlas of encyclopedie. Vertel het verhaal.

Welk boek ligt naast uw bed?
Vaarwel, Columbus van Philip Roth. Ik ben zijn werk aan het herlezen, maar dit boek had ik nooit gelezen.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Ik las op mijn achttiende De blikken trommel van Günter Grass. Het Duitsland van de jaren dertig en veertig door de ogen van een kleine jongen. Zoals hij de wereld beleeft en zich afvraagt: ‘Wat doen al die achterlijke volwassen?’, daar kon ik me al achttienjarige goed mee identificeren.
En Tolstoj’s Anna Karenina, dat boek is een staalkaart van de dingen die alle mensen doormaken en tegenkomen in het leven. Een boek over het vinden – en het verliezen – van een grote liefde en van oprechte idealen. Over hoop, teleurstelling, nederlaag, wanhoop.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
Don Quichot heb ik nooit gelezen. Ik ben vaak aan Op zoek naar de verloren tijd begonnen, maar ik ben nooit ver gekomen. Men zei me dat Proust echt iets voor mij zou zijn, maar het pakt me niet. Sterker nog, ik vind het vervelend, irritant en slaapverwekkend. Ik word zelfs boos.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Van Romain Gary’s La promesse de l’aube leerde ik dat je nooit moet opgeven in het leven, dat zelfs als alles verkeerd gaat, je toch door moet gaan.
Een andere les leerde ik door mijn onderzoek voor Baltische zielen naar het leven van Hannah Arendt. Zij had enige tijd een relatie met Martin Heidegger, die ze ook als haar leermeester beschouwde. Hun wegen scheidden, en Heidegger sympathiseerde in de jaren dertig en veertig met het Nazi-regime en was lid van de NSDAP. Arendt zocht na de Tweede Wereldoorlog toch weer contact met hem, hoewel hij nooit afstand had genomen van zijn sympathieën. Wanneer men aan Arendt vroeg waarom zij Heidegger weer opzocht, antwoordde ze: ‘Als ik eenmaal ja tegen iemand heb gezegd, kan ik geen nee meer zeggen.’ Dat vind ik gevaarlijk en tegelijk groots. Ware onvoorwaardelijke vriendschap of liefde.

Welke schrijver(s) is/zijn naar uw idee onderschat?
Velen. F.B. Hotz zou gerekend moeten worden tot de grote schrijvers. Jean Rhys is ook zo’n onderschatte schrijfster. Zij is van hetzelfde niveau als Virginia Woolf.

Zijn er ook schrijvers die overschat worden?
Bij het beantwoorden van zo’n vraag moet je altijd oppassen dat het niet op kinnesinne gaat lijken. Laat ik zeggen dat er op het ogenblik wel meer in het algemeen een tendens is om boeken die goed zijn, of best wel goed, te bestempelen als meesterwerken. Misschien heeft dat te maken met het feit dat de literatuur minder in de belangstelling staat, maar door een boek als zodanig aan te merken leg je ook een enorme druk op schrijvers; hoe kunnen ze dat succes immers evenaren? Maarten ’t Hart heeft eens over een boek van mij gezegd: ‘Dit is niet te overtreffen.’ De verwachtingen worden dan zo hoog. Dat is niet goed.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Tussen 1910 en 1920. Dat is volgens mij de periode waarin alles kantelde. Het moet waanzinnig interessant geweest zijn om in die periode te leven en te schrijven, maar ik ben zelf heel bij dat ik de omslag 1965-1975 heb meegemaakt. Er was een immens geloof in de toekomst, dat is verdwenen. Toen ik opgroeide kon alles, het was een volstrekt optimistische tijd. Uiteraard had dat een naïeve keerzijde. Zwaaien met het Rode Boekje, terwijl Mao met zijn Culturele Revolutie tientallen miljoenen doden op zijn geweten heeft. Ik doel meer op Luceberts ‘Ik draai een kleine mooie revolutie af’.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Ik speel piano, maar dat weten mensen al. Er zat in mij een acteur verscholen. Die had ik zelf nooit in me gezocht, ik dacht dat ik daar te verlegen voor was. Pas toen ik lezingen ging geven over mijn boeken, kwam de theaterman in me naar boven, met dank aan Pierre Bokma. Toen mijn eerste boek verfilmd werd, speelde hij een van de hoofdrollen en werd ik opnieuw doordrongen van de kracht van het gesproken woord. Ik herinner me een specifiek moment waarop hij zei: ‘Het is hier toch prachtig.’ In die zin zat zoveel bezieling en magie. Sinds jaar en dag maak ik voorstellingen met musici, zoals met het Berlage Saxofoon Kwartet, waardoor ik steeds meer een acteur ben geworden.

Heeft u een favoriet kinderboek?
De schippers van de Kameleon, daar begon het mee. Die verhalen sloten aan bij mijn belevingswereld. De plattelandsomgeving, het water. De avontuurlijke sfeer en branie contrasteerden met de boeken van W.G. van der Hulst die ik op school las. Dat waren mooie verhalen, maar wel erg treurig en erg braaf.

Tolstoj of Dostojevski?
In mijn jonge jaren beslist Tolstoj. Nu zou ik zeggen: Dostojevski. Dostojevski is een met zijn personages. Andere schrijvers beschrijven ze braafjes.

Proust of Joyce?
Joyce. Ulysses las ik in vijf weken. Iedere zin elektriciteit.

Woolf of Jane Austen?
Jean Rhys

Fellini of Visconti?
Visconti maakte een verpletterende indruk. Het begon met Dood in Venetië. De tijgerkat is misschien wel de mooiste film die ik ooit zag. Fellini anderzijds kan situaties tussen mensen ongelooflijk goed neerzetten. Er zit in Amarcord een scène waarbij het hele stadje uitloopt om met waterfietsen een passagiersschip zee te zien kiezen, dan valt er een nevel en ziet men enkel de lichtjes van de voorbijvarende oceaanstomer. Als ik regisseur was geweest had ik die scène willen maken. Fellini dus.

Mak of Nooteboom?
Ik heb het grootste respect voor beide schrijvers. Voor Cees geldt: denken is goed kijken. Voor Geert geldt: denken is goed luisteren. Cees Nooteboom beschouw ik als mijn leermeester. Geert Mak is een meester in het genre dat ik zelf bedrijf, dat van de literaire non-fictie. Beiden zijn heel Nederlands in hun nieuwsgierigheid – dat vind ik groots.

Kerouac of Steinbeck?
Faulkner. García Márquez, door wie ik en veel schrijvers van mijn generatie zich weer hebben laten inspireren, keek van hem de kunst af.

Pärt of Vasks?
Alweer zo’n Salomonsoordeel. Pärt, omwille van zijn onmiskenbare en unieke stem in de muziekgeschiedenis.