21 vragen aan… Johan de Boose

In het overweldigende landschap van de Canyonlands vond Johan de Boose (1962) de woorden die zouden leiden tot zijn roman Dondersteen, waarin hij de relaties met zijn overleden vader en zwager beschrijft. De dood, al dan niet zelfgekozen, is een leitmotiv in zijn denken.

Wat was het mooiste moment tijdens het schrijven van Dondersteen?
Toen ik wist dat het boek geschreven moest worden. Ik was op reis in de Canyonlands in Amerika, in dat overweldigende landschap dat in miljoenen jaren niet veranderd is. Mijn vader en zwager waren toen al overleden. Veel dingen kwamen samen die ik daarvoor nog niet begreep. Het tragische leven van mijn zwager en beste vriend Gary, het perfecte leven van mijn vader die als kamergeleerde de natuur kende maar zelf nooit reisde, en ik die daar dan stond. Het feit dat mijn vader nooit reisde, en ik heel veel, moet ik tegenover elkaar zetten, dacht ik. Twee verwante maar tegenovergestelde mensen die elkaar uiteindelijk toch vinden.

Heeft u de overeenkomsten met uw vader en zwager tijdens het schrijven meer helder voor ogen gekregen?
Schrijven is voor mij een manier om dingen beter te begrijpen. Ik verschil ontzettend van mijn vader. Maar soms hoor ik ineens van mensen: ‘Dat is precies zoals je vader het zou zeggen.’ En tijdens het schrijven kwam ik erachter dat er misschien toch wel meer verwantschap was. Wat Gary betreft: je kon geen twee mannen vinden die meer van elkaar verschilden dan wij twee, maar we hadden een enorm diepe band. En we deelden een soort dionysische houding. Op de rand van de afgrond gaan staan en dan dansen. Hij had echt wel suïcidale neigingen. Dat heb ik totaal niet. Maar ik trek dat soort mensen wel aan.

Hoe komt dat?
Die vraag heb ik mezelf vaak gesteld. Want Gary is slechts één van veel gevallen. Als mensen het niet meer zien zitten, zeg ik nooit tegen hen: doe het niet. Niet dat ik ooit ‘doe het wel’ zou zeggen. Maar als je ze keuzevrijheid laat, neem je ze serieus. Ik luister en lach met ze. Die grappen worden dan steeds zwarter en er is vaak alcohol mee gemoeid. Remmen worden losgelaten. Ik ga ‘mee’ met ze, maar uiteindelijk is het aan hen of ze verder willen met hun leven. Je kunt zo iemand toch niet tegenhouden, het is ook een soort ziekte.

Wanneer wist u dat u schrijver wilde worden?
Mijn vader had in zijn werkkamer een oude Hermes-schrijfmachine. Een zware metalen bak, die een vreselijk kabaal maakte. Ik zag mijn vader daar op tikken en dacht: dat wil ik ook. Ik was liever alleen dan buiten met mijn vriendjes. Ik bedacht verhaaltjes, schreef ze op en bundelde ze. Op een dag liet ik een verhaal zien aan mijn onderwijzer. Hij geloofde niet dat ik het zelf gemaakt had. Ik was heel verdrietig daarover. Mijn vader is toen naar de onderwijzer gestapt om te vertellen dat hij zelf had gezien dat ik het had gemaakt. Zo is het begonnen en nooit opgehouden.

Met welk boek heeft u de diepste band?
Een boek dat heel dicht bij me staat, is Bloedgetuigen. Het hele spectrum van waar ik mee bezig ben en van hou komt daar samen. Het is een soort Russische roman, naar het land waar ik graag kom, met meer dan honderd personages. Het gaat over de oorlog, een van mijn grote fascinaties. Ik probeer de vraag ‘waarom is de mens zo wreed?’ te beantwoorden. Maar het gaat ook, op een bizarre manier, over liefde.

Heeft een recensent ooit iets kritisch geschreven over uw werk waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Iemand schreef ooit: Als De Boose zo doorgaat, zal hij op schoot komen te zitten bij Hubert Lampo. Dat was een vingerwijzing, want Lampo werd in sommige kringen verafschuwd. De recensent doelde op het magisch realisme in mijn werk. Ik vind het mooi om een realistisch verhaal te schrijven dat op enig moment ontspoort, waardoor de lezer denkt: dit kan toch helemaal niet? Ik was bedroefd dat dat in onze literatuur zo verguisd werd. We zijn verslaafd aan psychologisch realisme. Zo nuchter mogelijk moet het. In Dondersteen heb ik opnieuw een magisch-realistische scène verwerkt. Het kan nu opeens weer.

Welke boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Speak, Memory van Nabokov. Dat heb ik honderd keer gelezen.

Wat ligt er momenteel naast uw bed?
Ik lees momenteel graag uit het werk van Danilo Kiš, een echte Balkan-auteur: heel erudiet, met een speelse stijl en kafkaëske sfeer. Veel te jong gestorven, op zijn 54ste.

Wat is het interessantste wat u onlangs van een boek geleerd hebt?
In zijn boek Disgrace verwerkt J.M. Coetzee de hele politieke situatie in Zuid-Afrika, tijdens de Apartheid. Hij koos er niet voor om dat met een moeilijk traktaat met eindeloze theorieën te doen, nee, hij verwerkte het in een verhaal. Maar als je het uit hebt, ken je de hele geschiedenis, en word je er door geraakt. Dat is precies wat ik wil doen met mijn boek over Joegoslavië en de oorlog waaraan ik nu dag en nacht werk.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Tadeusz Kantor, mijn Poolse leermeester, maakte het Theater van de dood, en baseerde zich onder meer op het werk van Stanisław Witkiewicz. In zijn toneelstukken zijn alle personages suïcidaal. Nadat ze eerst een grote theorie over kunst of liefde hebben verkondigd, springen ze van de tiende verdieping uit het raam. In de volgende scène doen ze dan de deur open en stappen ze vrolijk naar binnen. Een fantastisch idee. Misschien is kunst de manier om de poort tussen leven en dood open te houden. Zelf ervaar ik dat letterlijk zo. In de Canyonlands stond die poort open. Witkiewitz is helaas zelf wel uit het leven gestapt. En niet opnieuw binnen gekomen.

En de beste seksscène?
Uit Het slot van Kafka. Het hoofdpersonage K. komt in een dorpje aan de voet van een heuvel terecht waar dat slot staat. Hij integreert daar en trouwt met Frida. K. is landmeter en wordt geholpen door twee assistenten, die de opdracht hebben nooit van zijn zijde te wijken. Dus ook als hij met Frida naar bed gaat. Ze liggen er dan tussenin en proberen mee te spelen. Absurd, maar hilarisch. Ik heb Kafka gelezen toen ik achttien was en vond het het heel zwaar allemaal. Merkwaardig genoeg vind ik het nu het lichtste wat er is.

Welke schrijver is naar uw idee het meest onderschat?
Heiner Müller was een van de opvolgers van Bertolt Brecht als dramaturg en directeur van het Berliner Ensemble. In zijn stukken combineerde hij de klassieke tragedies met thema’s van dat moment. Extreem postmodern. Een geniaal auteur die we niet mogen vergeten.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
De gedichten van Pessoa. Hij was waarschijnlijk schizofreen, had in zichzelf vier of vijf verschillende persoonlijkheden en schreef ongelofelijk fascinerende gedichten. Die blik op de wereld vanuit verschillende standpunten maakte hem universeel. Ondanks dat er veel humor – zwarte humor – in zit, is het niet erg vrolijk. We hebben het wederom over een zelfmoordenaar. Maar als jong mens kun je er veel uithalen. Soms is de manier waarop je sombere gedachten verwoordt al een deel van de oplossing.

Welke klassiekers heeft u tot uw grote schaamte nooit gelezen?
À la recherche du temps perdu van Proust. Ik heb dat slechts mondjesmaat gelezen, nu eens een aantal bladzijden, dan weer een paar hoofdstukken. Maar gewoon van de eerste tot de laatste pagina, dat heb ik nooit gedaan. Sommige vrienden van me zeggen dat als je het niet gelezen hebt, je het niet waard bent om te leven.

Hertmans of Olyslaegers?
Stefan is mijn mentor, mijn leermeester. Jeroen een hele goede vriend en schrijfbroer.

Grunberg of A.F.th.?
A.F.th.

Woolf of Austen?
Virginia Woolf

Tolstoj of Dostojevski?
Ik heb ze allebei in het Russisch gelezen. Stilistisch was Dostojevski zwak. Hij schreef namelijk snel, gedicteerd aan zijn secretaresse, in feuilletons, om zijn geld te kunnen krijgen. Vroeger vond ik hem het absolute toppunt en Tolstoj slechts een prekerige oude man. Nu vind ik Dostojevski vaak heel rechts, onverdraagzaam en pathetisch. Nog altijd een schrijver om verslaafd aan te zijn, maar Tolstoj was stilistisch heel sterk, en constructiever, dacht na over hoe we het kunnen oplossen. Dat spreekt me nu meer aan.

Lize Spit of Marieke Lucas Rijneveld?
Ik heb Lize nog lesgegeven, creative writing. Groot respect voor wat ze doet, maar ik heb minder met het ‘Vlaams naturalisme’. Marieke Lucas Rijneveld dus: genadeloze poëzie.

Mann of Hesse?
Thomas Mann

Tarantino of Kubrick?
Stanley Kubrick