Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw boek?
Van het begin tot het einde heb ik echt met veel plezier geschreven, maar het fijnste moment was toen ik bezig was met de conclusie. Toen kwam alles samen en de pagina’s schreven bijna zichzelf. Dat was echt gelukzalig.

Wat was het minst leuke moment tijdens het schrijven van uw boek?
Brouwers heeft een soort encyclopedische studie geschreven over alle Nederlandse en Vlaamse schrijvers die zich van kant hebben gemaakt, De laatste deur. Voor sommige mensen is dat echt een bijbel, maar ik heb geen enorme zelfmoord-obsessie. Om dan in enkele dagen een boek van duizend pagina’s te lezen met alleen maar ongelukkige verhalen en figuren, waarin mensen zichzelf in de vernieling storten, dat was absoluut het zwaarste om te doen.

Welk boek ligt naast uw bed?
Naast ons bed liggen de verzamelde gedichten van Emily Dickinson en van Elizabeth Bishop. Maar het boek dat ik nu aan het lezen ben is The Last Samurai van Helen DeWitt. Verder ben ik bezig met twee dichtbundels, Dagen in huis van Roelof ten Napel en Hoe verschillig van Marjoleine de Vos.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog gelezen?
Zonder een uitspraak te doen over de grootte van het toekomstige lezerspubliek kan ik een paar noemen waarvan ik weet dat de liefhebbers van de Nederlandse literatuur ze zouden lezen. Van drie tijdgenoten die allemaal in een andere generatie zitten: Jeroen Brouwers, Stephan Enter en Hannah van Binsbergen.

© Fjodor Buis

Wie zijn uw favoriete dichters?
Lucebert is mijn absolute nummer één. Hij was de eerste dichter die ik als tiener erg veel las. Maar ook Chris van Geel, Claudia Rankine en Jeroen Mettes lees ik graag.

Welk boek zou u alsmaar opnieuw kunnen lezen?
Er zijn een paar die ik vaker opnieuw lees. Zonsopgangen boven zee van Brouwers heb ik zo’n drie keer gelezen. De avonden heb ik wel zes keer gelezen, en als het geen vals spelen was zou ik Op zoek naar de verloren tijd van Proust zeggen. Daar herlees ik graag delen van. Het is het boek waar ik het meest naar terugkeer.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Het einde van Transparent Things van Nabokov. Het hoofdpersonage sterft in een brand en de schrijver begeleidt hem van het leven naar de dood, een soort grensovergang. Dit doet Nabokov heel uitgebreid. Hij maakt er een echt verheven moment van. Prachtig.

Welk boek geschreven door iemand anders zou u zelf willen hebben geschreven?
Dat is een sensatie die ik eigenlijk nooit heb. Misschien omdat ik boeken benader als lezer. Je wil ook niet je vrienden zijn, maar wel mét ze zijn. Hetzelfde heb ik met boeken en de meeste essayisten. Hun materiaal vind ik geweldig, maar ik heb geen behoefte om hun ideeën te bezitten. Ik ben juist blij dat een perfect boekje als The Aspern Papers van Henry James geschreven is en dat ik dat kan lezen als lezer en niet als de schrijver. Het verrijkt je beleving, en als ik zelf alles al zou hebben geschreven is dat gevoel weg. Twee keer heb ik het gehad. Bij Nergensman van P.F. Thomése, een virtuose bundel waarin autobiografie, autofictie en essayistiek samensmelten, en waarin hij heel speels en gestileerd schrijft over identiteit en literatuur. De tweede keer was bij het boek van Hans Goedkoop over Herman Heijermans, een biografie die werkelijk leest als een roman. Dat vond ik zó knap, echt jaloersmakend.

Welke schrijver is het meest overschat? En waarom?
Bijna alle schrijvers die ik kan bedenken krijgen al massa’s kritiek. Er bestaat geen kritiekloze, omhooggevallen auteur waarvan ik denk: daar moet echt iemand een keer iets over zeggen. Velen worden al zo vaak gefileerd en omlaag gehaald. Dan ben je niet meer overschat. Dan ben je populair, maar je leidt wel tot debat.

Als u een schrijver zou zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Ik behoor tot de mensen die nostalgisch zijn naar de naoorlogse periode, tussen de jaren zestig en negentig. Simpelweg omdat er toen, in vergelijking met nu, zoveel meer aandacht was voor literatuur. Er waren dermate veel plekken waar je kon publiceren waardoor de mogelijkheid voor een schrijver legio waren.

Heeft u ooit gehuild bij een boek?
Zeker. Nabokov zegt dat je leest met je ruggengraat. Je weet wanneer je grote literatuur te pakken hebt als een gevoel van warmte over je rug gaat en je nekhaar overeind komt te staan. Ik heb, zonder soft te willen klinken, echt om veel boeken moeten huilen. De eerste keer was bij het slot van De avonden. Toen was ik veertien, denk ik. Het hele boek gaat over verveling en betekenisloosheid. Maar er zit een prachtig verheven einde in. De hoofdpersoon krijgt een heel kwetsbaar, subliem inzicht, waarmee hij de brij van verveling en betekenisloosheid ontstijgt. Ik vond dat schitterend.

Heeft u een ‘guilty pleasure’ qua lezen? En daarbuiten?
Nee. De boeken die ik goed vind, zijn de boeken die ik graag lees. Met film en kunst is het hetzelfde. Alleen met muziek heb ik af en toe guilty pleasures. Domme punkmuziek bijvoorbeeld. Intellectueel gezien is het misschien niet interessant, maar lichamelijk vind ik het heerlijk.

Welk boek doet u graag cadeau?
The Puttermesser Papers van Cynthia Ozick. Het is een fantastische roman, een beetje obscuur, maar een van mijn absolute favorieten. Telkens als ik het tegenkom, koop ik het. Er is altijd wel iemand aan wie ik het wil geven.

Wat is het beste schrijfadvies dat u ooit heeft gekregen?
Van Jeroen Brouwers zelf. Hij zegt dat je altijd moet doorgaan. Je moet je niet af laten schrikken. Ook al krijg je maar een halve zin op een dag eruit. Je moet blijven zitten totdat het komt. Sommige stukken schrijf je in een dag, en voor andere heb je maanden denkwerk nodig. Die vasthoudendheid is belangrijk.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een wit tafellaken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in pak. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen? En waar zouden jullie het over hebben?
Isabel Archer. Zij is het hoofdpersonage van The Portrait of the Lady van Henry James. Dat is een van mijn favoriete romanfiguren. Ze wordt heel menselijk geportretteerd, heel innemend ook. Als het uit het leven gegrepen zou zijn, denk ik dat het een heel mooi persoon is. Ik zou het graag met haar willen hebben over liefde en verlangen, leven en kunst.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
Dat is altijd wel een lijst. Wat nu bovenaan de lijst staat is De goddelijke komedie van Dante.

Hermans, Mulisch of Reve?
Dat wisselt per week. Ik zou nu zeggen: Reve. Vanwege de stijl, in de eerste plaats. Het is de meest uitbundige schrijver van de drie, en voor mij ook de meest emotionele en grappige. Maar wie weet kom ik over drie maanden weer uit bij Mulisch.

Jan Cremer of Arnon Grunberg?
Grunberg. Zonder twijfel. Cremer is grappig, maar zijn vroege romans zijn grotendeels niet meer dan puberale provocatie. Alleen al op basis van Tirza, De asielzoeker en die jeugdbrieven, Aan nederlagen geen gebrek, vind ik Grunberg de meest interessante. Maar als schilder blaast Cremer me echt omver, die tak van zijn oeuvre is mij heel dierbaar.

Astrid Lindgren of Annie M.G. Schmidt?
Annie M.G. Schmidt. Zij is zo belangrijk geweest voor de Nederlandse liedcultuur, tv en natuurlijk niet te vergeten: de poëzie.

Haruki Murakami of Philip Roth?
Roth. Ik ben geen Murakami-fan, maar ook geen kenner. Ik heb Norwegian Wood gelezen en dat vond ik echt niks. Roth grijpt me echt veel meer.

Brouwers of Nabokov?
Ik kan niet anders zeggen: Jeroen Brouwers.