21 vragen aan… Maartje Wortel

© Joost Joossen / Das Mag

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u geschreven heeft door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Ik zou denk ik best veel veranderen. Vooral als ik mijn eerdere werk teruglees, schaam ik me wel. Dan denk ik aan de ene kant ‘ja, dit had echt anders gemoeten’. Het is namelijk best slordig. Ik probeerde toen ook erg hard om vooral niet te pathetisch te schrijven, omdat ik dacht dan niet serieus te worden genomen als vrouw. Dus was ik continu bezig met het aanhouden van een bepaalde, mannelijke vorm en dacht eigenlijk te veel na over wat ik deed. Nu schrijf ik op een natuurlijkere manier en zit ik er meer in. Maar aan de andere kant vind ik mijn eerdere werk ook wel wat hebben, hoor. Het is heel ruw en zoekende.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
De korte verhalen van Tsjechov zou ik zelf nogal graag geschreven willen hebben. Daar zou ik alles voor inruilen. Wat Nederland betreft, hou ik erg van het werk van Ilja Leonard Pfeijffer. Wat hij doet is ook wel magistraal. La Superba zit zo goed in elkaar en het zegt ook echt wat over de maatschappij en de wereld.

Welk boek ligt er naast uw bed?
Nulversie van Basje Boer.

Welk boek is naar uw idee het meest overschat?
Dat is ten eerste natuurlijk puur een kwestie van smaak. Net zoals bij mensen het geval is. Jij kunt iemand onaardig vinden, maar dat is dan weer de grote liefde van een ander. Maar als ik moet kiezen, dan dat werk van Sally Rooney: Gesprekken met vrienden. Dat vond ik niet boeiend. Een beetje pathetisch gewauwel.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Gewoon hier en nu. Als schrijver leef en verhoud ik me tot het nu en de moderne maatschappij. Ik ben daar ook dankbaar voor, want het is heel vrij en je kunt eigenlijk alles doen. Mensen kunnen je wel afbranden op Twitter, dat is zo ongeveer alles wat je kan overkomen. Overzichtelijk, lijkt me.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij of zij heeft een punt?
Ja! Toevallig Marja Pruis van De Groene Amsterdammer. Die heeft wel een paar keer iets kritisch over me geschreven waar ik veel van geleerd heb. Een voorbeeld daarvan is dat ik mijn personages in mijn eerdere werken erg strak hield, alsof het marionetten waren. Deels is dat natuurlijk wat schrijven is, maar er moet wel een beetje lucht bij voordat het aankomt bij de lezer. Toen ik het met haar blik las, zag ik dat het heel geconstrueerd was. Op die manier gaan je personages minder leven. Dankzij Marja heb ik me daarin vrijer durven voelen.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’?
In principe vind ik zelfhulpboeken echt verschrikkelijk. Maar laatst had iemand mij Verslaafd aan liefde van Jan Geurtz gegeven. Tijdens het lezen daarvan geneerde ik me wel en ik werd ook kwaad. Ik ging mijn vrienden bijvoorbeeld tussendoor foto’s sturen in de trant van ‘kijk wat ik nou moet lezen’. Terwijl dat best interessant is, dat ik zo kwaad word wanneer iemand mij vertelt hoe de liefde in elkaar zit. Dus dat zette me aan het denken en ik heb er uiteindelijk wel wat aan gehad. Daar schaam ik me een beetje voor.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Zwemmen. Ik heb een brede rug en denk best vaak dat als ik geen schrijver zou zijn geweest ik inmiddels wel een Olympische medaille zou hebben gehad. Dan was ik een soort Inge de Bruijn.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.
a) Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?

Ah, dat is een goede. Ik zou wel willen praten met Olga uit Turks fruit.

b) Waar zouden jullie het over hebben?
Ik zou willen weten hoe het voor haar was. We zouden dan eerst die fles wijn leegdrinken en dan wil ik haar kant van het verhaal horen. Turks fruit is een van mijn favoriete boeken, maar het is zo woedend geschreven. Wolkers is zo kwaad op die vrouw. Ik ben benieuwd hoe zij hem dan heeft beleefd. Aan de andere kant zou dat misschien ook zonde zijn. Dat boek is juist zo mooi omdat hij boos is op iemand waarvan je denkt: waarom ben je daar nu zo kwaad op? Maar nu maak ik mijn eigen antwoord weer kapot.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Niemand denk ik eigenlijk. Nou ja, heel misschien Arnon Grunberg.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Van mij moet niks. Dat vind ik frustrerend aan de hele discussie rondom literatuur. Je hebt van die genootschappen die vinden dat je bijvoorbeeld Multatuli en Vestdijk gelezen moet hebben en dat jonge schrijvers zich daartoe moeten verhouden. Maar dat is de literatuur ondermijnen: iets moeten. Literatuur is juist heel vrij en in beweging. Als ik iets zou moeten kiezen waarvan ik denk dat je er iets van kunt leren op die leeftijd, zou het Aantekeningen uit het ondergrondse zijn van Dostojevski. Door dat boek ben ik met meer mededogen naar boze mensen gaan kijken. Het leert je dat er altijd een groter verhaal achter die woede zit, waardoor jij vervolgens beter met dat soort mensen om kunt gaan.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Afgelopen zomer heb ik De passie volgens G.H. van Clarice Lispector gelezen. Ik ben sowieso groot fan van haar werk. Van dat boek heb ik een les geleerd die ook wel in mijn nieuwe roman zit, namelijk dat je nooit iets kunt aannemen of écht kunt weten. Dat vind ik mooi, dat ongrijpbare. Je denkt bij Lispector soms what the fuck ben ik aan het lezen en snapt er de helft van de tijd niks van. Maar intuïtief heb je door dat zij iets weet over de wereld, waar jij nog niet helemaal achter bent.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
Ik heb het begin en het eind van Ulysses van James Joyce gelezen, maar tot mijn grote schaamte nooit de middelste (zeg) zeshonderd pagina’s. Terwijl hij de literatuur wel veranderd heeft. Infinite Jest van David Foster Wallace is ook zo’n boek. Daar begin je aan en je weet dat je het eigenlijk moet lezen en er over mee moet kunnen praten. Maar ik ben er gewoon nog niet doorheen gekomen. Ik stel het de hele tijd uit. Zoals sommige mensen zeggen dat ze een grote reis gaan maken als ze met pensioen zijn, zo denk ik over deze twee werken. Als ik die leeftijd niet haal, mogen ze mee mijn graf in.

Camus of Houellebecq?
Camus.

Paolo Sorrentino of Wes Anderson?
Wes Anderson.

Proust of Joyce?
Proust.

Tsjechov of Alice Munro?
Tsjechov. Dat vind ik wel erg, omdat ik liever voor een vrouw kies. Maar Tsjechov wint toch.

Jane Austen of Virginia Woolf?
Virginia Woolf, zonder enige twijfel.

Haruki Murakami of Philip Roth?
Philip Roth.

Larry David of Jerry Seinfeld?
Ik kijk geen tv.