21 vragen aan… Manon Uphoff

Overschatte schrijvers? Manon Uphoff heeft een broertje dood aan de obsessie met de grote roman die een hele samenleving moet vangen. Dat en meer in 21 vragen.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw nieuwste roman?
Toen ik erachter kwam dat een tekening die ik had gemaakt voor het omslag gebruikt kon worden. Ik zocht naar een manier om uit te drukken wat niet in taal uit te drukken was. Ik ben dus veel gaan tekenen met een doodgewone BIC-pen met een mooie diepe blauwe inkt. Uit een soort ecriture automatique maakte ik daar een eindeloos reeks krasjes, draaitjes en vormpjes mee. Wat mij verraste waren de herhalingen die ontstonden, en hoe organisch die waren. Via een suffe app heb ik die overgezet in het negatief. Dat blauw van de BIC-pen werd een ongelofelijk zingend, lichtgevend goud. Ik vond het schitterend om te zien dat uit iets wat heel donker was, bij het omdraaien veel licht kon spatten. Als ik daar goed naar kijk, dan moet dat met taal ook mogelijk zijn. Ik wilde niet dat de lezer in een donkere, van licht verstoken ruimte verblijft na het lezen van mijn roman, Vallen is als vliegen.

Welk boek ligt naast uw bed?
Een reis om de wereld in 80 bomen van Jonathan Drori. Het is heel leuk dat het een boek over bomen is van iemand die heel erg van bomen houdt. Hij heeft een schitterende illustrator gevonden die er fantastische prenten bij heeft gemaakt. Hij geeft eigenlijk een soort paspoort van een boom, en niet alleen over hoe hij eruitziet en waar je hem kunt vinden, maar ook de bijzondere verhalen, cultuurhistorische elementen die bij een boom horen. Mijn man en ik lezen iedere avond één boom aan elkaar voor. Voorlezen is een zwaar onderschat genoegen.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Mijn verhalenbundel De fluwelen machine was te haastig neergelegd. De verhalen zijn niet goed met elkaar verweven en liggen nu dus als eenzame stukken naast elkaar. Hierdoor gaan ze veel minder onderling het gesprek aan. Ik ben tevreden over tachtig procent van de verhalen, maar als compositie van verhalen had het vele malen beter kunnen zijn als ik het geduld had gehad. Als ik terugkijk zijn mijn werken die het langst hebben mogen rijpen, de beste.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Aantekeningen van een jonge arts van Boelgakov. Dat is prachtig geschreven en heeft me ontroerd omdat het gaat over iets waar ik al een tijdje door gegrepen ben. De mens wordt op aarde gezet en voor taken gezet waar hij zich dan met energie, toewijding en wilskracht aan wijdt. Maar een buitenstaander ziet al snel: dit is een godsonmogelijke taak. Ook zijzelf zijn hier dan wel van bewust, maar desondanks blijven ze doorgaan. Die combinatie van vitaliteit en wanhoop ontroert mij, maar maakt me ook vrolijk. In Aantekeningen wordt een boog gemaakt van een jonge arts die ergens idealistisch aankomt en uiteindelijk in wanhoop raakt omdat het hem niet lukt om verandering teweeg te brengen. Tegelijkertijd groeit hij als arts en wordt hij meer dan hij zich kon voorstellen.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Maarten Biesheuvel. Hij is een van onze literatoren met wie je je kunt verbinden en die ook in zijn eigen tijd zit, zonder dat hij in die tijd wordt vastgelegd. De tweede schrijver zou Svetlana Alexievich zijn met haar Het einde van de rode mens. Niet omdat het stilistisch zo goed geschreven is, maar omdat ze in dat boek zo ongelofelijk veel mensen aan het woord heeft gelaten en een staalkaart van orale vertellingen bijeen heeft gezet. De manier waarop ze die verhalen vervolgens heeft gecomponeerd, vind ik meesterlijk. Zelf vind ik het een beetje overschat dat je als schrijver altijd gezien wordt als de enige maker van het werk. Ik hou heel erg veel van het opnemen wat mensen doen, van volksvertellingen en de orale traditie.
En Toni Morrison en haar boek Beloved, waardoor ik gegrepen was. Een indringend boek waarin ze slaagt een vorm te vinden voor een onvertelbaar verhaal: een voormalige slavin wordt opgejaagd door de geest van haar dode kind. Met dit verhaal beschrijft ze op een rauwe, aardse en toch poëtische manier de misvormingen in het weefsel van de samenleving en het effect daarvan op de individuele psyche. Het boek bood dan ook troost: het is mogelijk om over zoiets afschuwelijks te schrijven. Haar recente overlijden raakte mij meer dan ik had verwacht, kennelijk was ik in zekere zin gerustgesteld dat zij er nog was.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Ik lees poëzie heel onregelmatig. Soms jaren niet. Dan weer heel veel. Ik herinner me van Joost Zwagerman zijn Roeshoofd hemelt, dat is de enige keer geweest dat ik ’s nachts in de pen klom om aan een collega-auteur te schrijven dat ik zijn werk zo geslaagd en mooi vond. Dan ontstaat er een groot gat en dan kom ik even uit bij Lorca, want dat heb ik net gekocht en ik lees het nu. Bovendien ben ik erg van de tijdelijke verliefdheden.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Ik vind niet per se een schrijver overschat, maar meer een bepaalde richting in de Nederlandse literatuur: de grote roman, die een hele samenleving moet vangen. Daar wordt bijna krampachtig aan vastgehouden. Dat vind ik in 2019, in een wereld waarin er zoveel toegang is tot meerdere perspectieven en geschiedenissen van groepen, raar en vreemd. De grote twee of drie schrijvers, die Hun licht laten schijnen en de Tijd duiden. Ik denk dat de literatuur dat gewoon moet opgeven en moet accepteren dat ze altijd in dialoog zal zijn met andere werken, en dat dat juist een mooie en belangrijke ontwikkeling is.

Welk boek is het meest overschat?
De Bijbel en dan met name Het Oude Testament, of eigenlijk alle heilige boeken. Omdat het zo ongelofelijk als machtsinstrument misbruikt wordt op het moment dat een boek en een wet te veel één ding worden. We komen enkel in de buurt van de waarheid door ons te verhouden tot de ander, maar wanneer enkel het ene boek of die ene visie wordt uitgedragen, dan valt een groot monolithisch blok op de werkelijkheid, die niet meer kan veranderen. Het is goed als boeken ook een bepaalde machteloosheid behouden. Want dat geeft ook een zekere vrijheid om werkelijk alles te onderzoeken.

Welke schrijver of welk boek is het meest onderschat?
Schrijfster Hermine de Graaf vind ik enorm onderschat. Toen ik debuteerde werd er badinerend gedaan over het onderwerp pubermeisjes, terwijl dat zelden of nooit gebeurt bij boeken over opgroeiende jongens. Nooit: Goh, puberjochies. De helft van de mensheid wordt als marginaal onderwerp weggezet. Dat is volgens mij bij De Graaf ook gebeurd, waardoor volstrekt is onderschat wat voor baanbrekend werk ze daarin heeft gedaan: ze had het over opgroeiende jonge, stuurse en bonkige jonge vrouwen die nog niet volledig kunnen ontsnappen aan de structuren en denkbeelden in hun levens. Van vrouwen en meisjes werd geacht het thuis te zijn waar mannen naar toe willen, maar wat als ze zelf willen vertrekken of ergens willen aankomen?

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Maarten Asscher zei ooit over Koudvuur dat ik niet ver genoeg ging en niet genoeg had gedurfd qua schrijven. En ik denk dat hij gelijk had, maar op dat moment kon ik niet anders. Dus durven was ook kunnen.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
Vroeger las ik natuurlijk wel alles wat los en vast zat qua glossy’s en dergelijke, maar tegenwoordig niet meer. Maar ik heb bijvoorbeeld wel Queer Eye gezien. Die serie gaat over vier gay stylisten die iemand een confidence boost geven, dat vind ik leuk om te zien. En natuurlijk het Songfestival.

Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Ik lees nu een boek over planten, van iemand die een plantenneuroloog is. Ik had daar wel een expert in willen zijn. Of dingen die helemaal niet meer bestaan: vuurtorenwachter bijvoorbeeld.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen? En waar zouden jullie het over hebben?
Gregor Samsa uit De gedaanteverwisseling van Franz Kafka. We zouden het hebben over zijn schaamte en over zijn loyaliteit. Hij zegt dat hij veranderd is, maar die verandering ziet hij als iets beschamends. Hij is de zondebok, degene die iets draagt om de puurheid van de omgeving te belichten.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
De sprookjes van Hans Christian Andersen.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
In De elzenkoning geeft Michel Tournier door middel van een personage een beschrijving van een mentaal volkomen misvormd mens. Een monsterlijk mens. Door zo’n persoon uit te lichten, bespiegelt hij het fascisme tijdens de Tweede Wereldoorlog als een misvorming in de geschiedenis. Wat ik daarvan heb geleerd is hoe door het gebruik van het kleine, het grote kan worden uitgebeeld.

Proust of Joyce? Joyce.
Camus of Houellebecq? Camus.
Murakami of Ishiguro? Ishiguro.
Tolstoj of Dostojevski? Dostojevski.
Zadie Smith of Joan Didion? Zadie Smith.
Harry Mulisch of Willem Frederik Hermans? Hermans.