21 vragen aan… Marijke Schermer

Met haar roman Noodweer heeft ze nog altijd de diepste band, maar verandert dat nu Liefde, als dat het is is verschenen? 21 vragen aan Marijke Schermer.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw nieuwste roman?
Tijdens het schrijven voerde ik mijn boek als een feuilleton aan een vriendin die ook schrijver is. Ik stuurde steeds per mail een hoofdstuk naar haar toe, en ik ging het testen op de spanning en op de stuwkracht van de plot en de rangschikking van dat alles. Dat was heel leuk, want ik kreeg er per onderdeel reactie op en dat heeft mij geholpen bij het aanscherpen van het verhaal.

Welk boek ligt naast uw bed?
Schemerland van Berthe Spoelstra. Ik ben er twee dagen geleden aan begonnen. Het boek is haar debuut en het is heel erg bijzonder van taal. Het speelt zich allemaal af in het hoofd van een oude dame.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Dat vind ik een onmogelijke en een beetje een verlammende vraag. Ik vind bijvoorbeeld de trilogie van Rachel Cusk (Outline, Kudos en Transit) heel goed: ze tekent alle verhalen op die langskomen. Ze heeft iets uitgevonden in die boeken. Daarvan kan ik denken: dat is zo meesterlijk. Maar het is een beetje vreemd om dat te willen toe-eigenen. Eigenlijk maak ik zelf ook gebruik van haar methode, iedere schrijver wel. Maar zij heeft er zo’n licht op gezet door niets anders te doen dan dat. Dus dat maakt het wel speciaal. Ik had niet dat boek willen schrijven, maar ik had eigenlijk die radicale vorm ook willen durven gebruiken.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Zadie Smith, Juli Zeh en Esther Gerritsen. Gerritsen vind ik vooral een heel scherpe observator. Smith en Zeh zijn essayisten en romanschrijvers die actueel zijn, maar ze zijn qua denkkracht veel groter dan dat. Ze stijgen boven hun tijd uit.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
De dood van Hedda Gabler in een gelijknamig stuk van Henrik Ibsen, aan het einde van de negentiende eeuw. Ze schiet zichzelf door haar hoofd op het einde, en het meest tragische daarvan is dat zelfs dat geen effect heeft. Ze is namelijk iemand die heel veel honger heeft naar het leven, maar ook naar een zekere macht en invloed. Maar omdat ze een vrouw is en een aantal fouten maakt in haar leven, raakt ze verstrikt in allerlei beperkingen. Na haar dood is de enige zin die nog gesproken wordt door iemand: ‘zoiets doe je toch niet?’ Als sterfscène is het juist in het gebrek aan drama dat eraan gegeven wordt, zeer dramatisch.

© Tessa Posthuma de Boer

Wie zijn uw favoriete dichters?
Ik ben niet zo’n poëzielezer. Ester Naomi Perquin vind ik heel fijn altijd om te lezen. Het is jammer dat ze niet meer elke maand bij de NRC de Dichter des Vaderlands uithangt. Haar werk is ook heel observerend, ze is heel raak in het treffen van een beeld maar ook van een gevoel.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Schrijvers die van het schrijverschap te veel een act maken, ik noem geen namen.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Voor een vrouw van welk beroep dan ook, is er een tijd noch een plaats waarin ze beter kan leven dan nu. Nou ja, het interbellum bijvoorbeeld is misschien wel interessant. De kunst was heel experimenteel, en iedereen had het idee dat er veel uit te vinden viel en uitgevonden moest worden, maatschappelijk en artistiek. Het was destijds dus niet heel erg blasé, wat misschien nu meer aan de hand is.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij of zij heeft een punt?
Ja. Marijn van der Jagt heeft geschreven of gezegd dat ik mijn toneelstukken te ingewikkeld begon. Je moet altijd beginnen met ‘la, la, la, leuk dat u er bent’. Dat idee is later pas echt gevallen, dat is echt een heel goede aanwijzing geweest: je moet iemand de ruimte geven om binnen te komen in een boek of in een stuk. Dus niet meteen krachtpatsen, maar even uitnodigen.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
Dat heb ik werkelijk niet. Vroeger las ik echt pulp ofzo, of slappe thrillers. En soms lees ik niet omdat ik online surfend verdwaal. Maar ik kan niet echt een categorie aangeven. Eindeloos iets zoeken op Wikipedia en dan verdwalen, verdwalen, verdwalen.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Met Noodweer, maar misschien gaat dat wel veranderen nu dit boek (Liefde, als dat het is) uit is. Met Noodweer heb ik letterlijk de meeste tijd doorgebracht en dat heeft ook het meest intensieve leven gehad nadat het verschenen was. Omdat ik daar heel vaak uit heb voorgelezen, omdat ik daar veel over heb gepraat. En ik vond het uitbrengen van dat boek gewoon heel spannend, ik vond het doodeng eigenlijk.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?
Een onmogelijke vraag. Een personage heeft niets meer te zeggen dan zo’n schrijver hem in de mond heeft gelegd, maar er is nog een ander stuk van Henrik Ibsen: Een poppenhuis. Het gaat over een vrouw die haar kinderen en haar man verlaat en dat stuk eindigt met de deur die ze dichtslaat.

Waar zouden jullie het over hebben?
Ik zou best willen weten hoe het haar daarna vergaan is, of ze weggebleven is, teruggekomen is, of ze die kinderen weer ziet. Dat soort dingen. Matin van Veldhuizen begon ooit aan het stuk over haar terugkeer. Die zou onze dialoog dan moeten schrijven.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
De verborgen geschiedenis van Donna Tartt. Alles wat romantisch en levensveranderend en levensgevaarlijk is aan een studietijd, zit daarin. Het lijkt me leuk om op de drempel van dat leven dat boek te lezen.

Wat is uw favoriete kinderboek?
De 13 ½ levens van kap'tein Blauwbeer. Zo’n fantastisch boek! Mijn kinderen en ik zijn er totaal door gegrepen. Het gaat over een heel vreemd wezen dat allerlei avonturen beleeft in een fantasiewereld. Qua taal is het heel erg geweldig en veel te ingewikkeld voor een kinderboek en het is hoogst origineel. In het laatste hoofdstuk gaat het over de leugengladiatoren die in een enorme arena de strijd met elkaar aangaan over wie het beste kan liegen.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen? / welke filmklassieker nooit gezien?
Harry Potter, omdat ik er steeds maar geen zin in heb, terwijl mijn zoon het zo graag met mij erover wil hebben.

Hemingway of Fitzgerald? Zeker Fitzgerald, vanwege Tender is the Night. En Hemingway is een beetje een macho.

Jane Austen of Virginia Woolf? Woolf. Ik heb haar gelezen, voor dit boek ook, omdat ik heel graag een bijna vloeibaar perspectief dat meebeweegt met de personages wilde toepassen. En daar is zij een meester in.

Margaret Atwood of Jeanette Winterson? Winterson. Ze is heel smart maar ook erg hartstochtelijk en ze denkt ook echt na over hoe de wereld in elkaar zit en waar we staan als mensheid. Bijvoorbeeld in het fantastische boek: The Stone Gods.

Camus of Houellebecq? Camus.

Tsjechov of Alice Munro? Tsjechov.

Zadie Smith of Joan Didion? Smith.