Hoe is het idee voor dit verhaal ontstaan?
In de slipstream van mijn vorige boek (De wateraap – mz) borrelden er allerlei nieuwe vragen in me op omtrent de thematiek van gender, en de schaamte en ongemak waarmee de discussie daarover gepaard gaat. Ik wilde het construct van dat maatschappelijk systeem ontmantelen door te belichten dat gender niet per se natuurlijk of wetmatig is. De beleving van wie je bent kun je namelijk helemaal op orde hebben, om vervolgens geconfronteerd te worden met verwarring van buitenaf. Dat speelveld vind ik interessant om over te schrijven, want wie is er nou eigenlijk in de war?

Wat was het mooiste moment tijdens het schrijven van uw nieuwe roman?
De hoofdpersoon in dit boek wordt constant geconfronteerd met een stem in haar hoofd die haar vertelt hoe ze moet zijn, en wat ze moet doen om in de maatschappij te passen. Die stem zegt een aantal keer: Moet je het hier nu weer over hebben? Pas toen ik besefte dat ik het inderdaad daar wéér over moest hebben, en al die opmerkingen over wat meisjes of jongens wel en niet zouden mogen achter elkaar zette, viel op hoe dom en absurd die verwachtingen zijn. Toen had ik ‘m mooi terug – revanche.

Uw boek is in veel opzichten een zoektocht. Wat hoopte u zelf te vinden met het schrijven van dit boek?
Ik ben tot de ontdekking gekomen dat de parallellen tussen de natuurlijke wereld en de maatschappij nog sterker zijn dan ik zelf al dacht. Alles wat we aanraken vormen we, soms zonder dat we het zelf zien.

U bent bioloog en schrijver, wat zijn de overlappen tussen deze twee beroepen? En hoe inspireert het bioloog zijn u als schrijver?
In mijn taal- en metafoorgebruik is mijn achtergrond als bioloog verweven. Ook in de verhaalconstructies die ik creëer laat ik mij inspireren door de natuur; ik trek in dit boek constant parallellen tussen de planten- en dierenwereld en de maatschappij. Die natuurlijke processen trek ik dan door naar de socialisatie van mensen.

Welk boek ligt naast uw bed?
Kraai van Ted Hughes en Het hout van Jeroen Brouwers. Twee niet zulke luchtige boeken, misschien is dat de reden van mijn slechte slaap. Overigens spreekt die heftigheid in literatuur en poëzie me wel aan, voor mij moet er wel altijd iets op het spel staan om het interessant te vinden.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf wel geschreven willen hebben?
Waar ik heel erg van onder de indruk ben geweest zijn de Nine Stories van Salinger. En dan met name het verhaal A Perfect Day for Bananafish’. Het verhaal fonkelt, maar is niet perfect en daardoor levendig. Wat Karl Ove Knausgård heeft gedaan met zijn zesdelige autobiografische roman, zou ik ook wel willen doen.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
De laatste, die zit nog echt in m’n vezels.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Ik heb eigenlijk best wel een moeilijke verhouding met poëzie, dus ben ik de laatste tijd op zoek geweest naar een nieuwe vorm van dichtkunst die mij aanspreekt. Zoiets als Tjitske Jansen kan ik daarom wel heel erg waarderen.

Wat is volgens u het meeste overschatte boek ooit?
Dat is een moeilijke vraag. Wat ik wel kan zeggen is dat ik een soort natuurlijke afkeer heb van alles wat de massa leuk vindt. Dus dan ligt het eigenlijk niet eens zozeer aan het boek of de auteur maar eerder aan de massa die het besmet met een hysterische idolatrie.

Als u kunt kiezen, waar en wanneer in de geschiedenis zou u wel eens willen rondlopen?
De prehistorie. Ik ben erg nieuwsgierig naar de eerste boeren, hoe ze leefden maar ook hoe de natuur toen was. Een reis negenduizend jaar terug zou ook helpen om de relativiteit van ons eigen mensbeeld te benadrukken. Het is namelijk heel moeilijk voor de mens om uit zijn eigen tijdsbeeld te stappen.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
Een tijd lang las ik passages uit Writing Down the Bones van Natalie Goldberg, een soort zelfhulpboek over schrijven, met een boeddhistische inslag. De boodschap van het boek is wat new age-achtig. Heel aangenaam, maar geen hoge literatuur dus. Buiten het lezen bevinden mijn guilty pleasures zich vooral in de muziek, sentimentele country kan ik bijvoorbeeld enorm waarderen.

Heeft u verborgen talenten?
Ik speel klarinet, piano en gitaar, maar alles een beetje.

Wat is het interessantste wat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Dan kom ik toch weer bij Knausgård uit, hij was voor mij de eerste die van zijn schaamte een groot thema maakte zonder het gelijk heel pathetisch te maken. Het heeft mij in mijn schrijverschap veel geholpen. Ik blijf dicht bij mezelf in m’n schrijven en dan ligt schaamte altijd op de loer. Hij heeft laten zien dat die schaamte niet erg is.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Ik stop graag met lezen voordat iemand sterft. Ik vind het vaak ook wel een makkelijke oplossing om een verhaal richting te geven, het is soms helemaal niet nodig. Maar ik denk ook dat het te maken heeft met mijn vreemde verhouding tot de dood. Als ik dan toch iets moet zeggen, noem ik de scène uit De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren, als het broertje sterft.

Hemingway of Fitzgerald?
Hemingway

Jane Austen of Virginia Woolf?
Woolf

Hockney of Warhol?
Hockney

Zadie Smith of Joan Didion?
Ik ken ze allebei niet goed genoeg.

Murakami of Ishiguro?
Murakami

Camus of Sartre?
Wederom ken ik beiden niet goed genoeg om een eerlijk antwoord te geven.