21 vragen aan… Marjolijn van Heemstra

Marjolijn van Heemstra (39) is schrijver en theatermaker. Onlangs verscheen haar dichtbundel Reistijd, bedtijd, ijstijd, waarin ze de grenzen tussen tijd en ruimte verkent.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw nieuwste boek?
Toen ik alles achter elkaar las en zag ik welke lagen erin voorkwamen. Ik dacht: het heeft nog iets nodig. Een soort van uitsmijter ofzo. Toen besloot ik een gedicht te schrijven waarin al die lagen samenkomen. Een soort samenvatting van de bundel, alles zit in dat laatste gedicht.

Welk boek ligt naast uw bed?
De overvloed van Annie Dillard, ingeleid door Marja Pruis. Ik was dat aan het lezen omdat ik een boek aan het schrijven ben genaamd In lichtjaren heeft niemand haast. Ik lees graag boeken die op de grens van poëzie en fictie zitten. In mijn boek gebruik ik de ruimte en het heelal om een ander perspectief te vinden op de aarde, voor ons als mensheid.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Niks. Ik vind sommige dingen wel slecht, bijvoorbeeld mijn eerste roman. Ook mijn eerste dichtbundel trouwens. Over het geheel genomen zou ik die nu echt niet meer schrijven. Maar het is wel waar ik toen was.

© Bowie Verschuren

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Ik heb geen idee. Ik vraag me af of er over honderd jaar nog gelezen wordt. Dus ik denk niemand. Ik vind dat overigens niet heel dramatisch, hoor. Als ik toch iets moet kiezen, dan poëzie, bijvoorbeeld Mary Oliver, of een boek dat nu nog futuristisch lijkt zoals Staying With the Trouble van Donna Haraway. Dat is een beetje wollig geschreven met veel te lange zinnen. In dat boek denkt ze een nieuw wereldbeeld uit, waarin de mens niet centraal staat. Het is realistisch en hoopvol tegelijk. Het leed omarmend, maar nog steeds met de gedachte: er is een morgen.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
En we noemen hem, mijn laatste roman. Dit komt door de tijd waarin ik het boek heb geschreven. Het was een heel intense periode: ik was net bevallen van mijn tweede kind. Een bevalling is sowieso heel bijzonder, dan staat alles heel erg open. Ik maakte met een baby een boek af dat over een baby ging. Een Droste-effect, daar geniet ik van.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
De kleine prins. Toen ik achttien was dweepte ik daar echt mee. Dat gun ik iedereen van die leeftijd. Dat had ik trouwens ook met De ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Dat boek heb ik toen echt helemaal stukgelezen, al zijn theorieën vond ik zo raak. Het is ook best een lyrisch boek, als ik het me goed herinner. Dat sloot heel erg goed aan bij mijn post-puberbrein.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Het laatste boek waar ik dat bij had is van Rebecca Solnit, A Field Guide To Getting Lost. Zij maakt zicht op zo’n knappe manier een thema eigen. Dat je echt in haar hoofd zit, of in haar hart. Of waar zich dat ook afspeelt.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Tracy K. Smith vind ik heel erg goed. En Rebecca Elson, maar dat is eigenlijk een astronoom. Zij dicht over de ruimte en de wetenschap, het zijn bijna een soort poëtische essays. Ook Les Murray is waanzinnig goed, heel veel van zijn gedichten zijn echt jaloersmakend. Daarnaast lees ik Anne Sexton best vaak opnieuw. Ik lees ook graag De Grote Vijf uit Polen: Zbigniew Herbert, Tadeusz Rozewicz, Czeslaw Milosz, Adam Zagajewski en Wislawa Szymborska.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Ik denk dat heel veel schrijvers overschat worden op bepaalde momenten. Ik vond mezelf behoorlijk overschat, bij mijn eerste dichtbundel. Als ik nu terugkijk, denk ik dat ik daar goed vanaf ben gekomen. Verder staat de houding van Hemingway mij niet aan, brr.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een wit laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen? Waar zouden jullie het over hebben?
Ik kan iets zeggen dat literair verantwoord is, maar eerlijk gezegd denk ik als eerste aan Aslan, de geweldige leeuw uit de Narnia-kronieken van C.S. Lewis. Ik ben nogal een Lewis-fan. Ik groeide op met die boeken en was als kind helemaal in de ban van Aslan. Ik denk dat hij van alle literaire personages die ik in mijn leven tegenkwam de meeste indruk op mij maakte. Waar we het over zouden hebben? Vergeving.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Als vrouw, dus als mezelf, zou ik sowieso naar de toekomst reizen. Niet een paar eeuwen, maar duizend of tweeduizend jaar. Wat betreft klimaatverandering voorspellen ze nu dat we dat over een paar eeuwen ontzettend gaan voelen. Ik wil zien hoe we dáár dan weer aan voorbij zijn. Zodat wij soort van het Atlantis zijn. Of misschien zitten we op Mars. Wat me vreselijk lijkt, behalve als we dat dan met een beetje terravorming tot een draaglijke planeet hebben getransformeerd. Hebben we wel een schone lei.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
Ik hou wel erg van thrillers eigenlijk. Dat is niet per se iets wat je in een top tien zet van een krant of zo. Buiten lezen is mijn guilty pleasure dat ik heel graag sets van kleren voor mijn kinderen neerleg, die op kleuren gecoördineerd zijn. Het liefst zou ik een paar pakjes hebben die we dan alle drie aanhebben, zodat we allemaal met elkaar matchen. Daar besteed ik soms meer tijd aan dan goed voor me zou zijn, dat is misschien wel een beetje genant.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Iets uit Licht in de duisternis: Zwarte gaten, het universum en wij, een boek van Heino Falcke. Je ziet dingen doordat licht met een bepaalde snelheid naar jou toe reist, 9,46 biljoen kilometer per jaar, of zo. Dat lijkt heel snel maar dat valt dus wel mee. Stel je voor dat de snelheid van het licht oneindig was. Dan zouden we alles tegelijkertijd ervaren en zou alles in één klap bij je zijn. Als ik goed begreep wat hij opschreef, brengt het licht chronologie en eindigheid in het leven. Dat vond ik heel mooi, om zo over licht na te denken. Ik had tijd nog nooit op die manier gekoppeld aan het licht.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Er was ooit een conflictbemiddelaar op bezoek op mijn middelbare school, om te vertellen over zijn beroep. Ik dacht toen bij mezelf: ja. Dit is het. Dat is de reden dat ik godsdienstwetenschappen, Hebreeuws en Arabisch ben gaan studeren. Ik los dat conflict in het Midden-Oosten op, dat was mijn ambitie.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Het is altijd wel waar, want het is iets wat iemand leest, dus dat is iets wat ook in je werk zit. Ik denk eigenlijk altijd dat iemand wel een punt heeft. Ik werk in het theater. Ik ben gewend om de hele tijd meningen van anderen over mijn werk te incasseren. Bij sommige schrijvers mis ik die openheid. Maar leuk vind ik het niet, daarom scan ik recensies ook alleen. Daarbij, mensen lezen al zo weinig, kun je ze niet beter enthousiast maken over literatuur in plaats van heel veel ruimte geven aan het oordeel van één persoon?

Hemingway of Fitzgerald?
Niet Hemingway dus…

Proust of Joyce?
O moeilijk… Ik denk James Joyce. Die heb ik heel veel gelezen op de middelbare school dus dat betekent veel voor me. Dat heeft een grote nostalgische waarde. Dat was voor mij een ontdekking van wat literatuur kan zijn, en gelaagdheid.

Camus of Houellebecq?
Camus. Dat is een uitgemaakte zaak. Ik hou van Camus.

Tolstoj of Dostojevski?
Dostojevski, maar vind beiden interessant.

Tsjechov of Alice Munro?
Die vind ik moeilijk. Ik ga voor Munro.

Jane Austen of Charlotte Brönte?
Jane Austen. Of… mogen ze allebei?

Wes Anderson of Michael Haneke?
Dat is zo verschillend! Ik hou heel erg van allebei. Ik wil dat ze samenwerken. Het realisme en de rauwheid van Haneke gecombineerd met Wes Andersons liefde, poëzie, humor en absurdisme.